Aandoeningen | Trombosebeen (acuut)

Trombosebeen (acuut)

Wat is een thrombosebeen?

Een trombosebeen is een veelvoorkomende aandoening, waarbij een bloedstolsel ontstaat in de bloedvaten van de benen. Jaarlijks krijgen 25.000 Nederlanders hiermee te maken. Zonder preventieve maatregelen ontwikkelt ongeveer de helft van de patiënten het zogeheten post-trombotisch syndroom (PTS). Dit kan onder meer leiden tot chronische pijn, wonden aan het been en zwelling. Antistollingsmedicatie en steunkousen vormen de standaardbehandeling. Die medicatie zorgt ervoor dat het stolsel niet doorgroeit. Het lichaam breekt uiteindelijk zelf het stolsel af: hoe beter dit lukt hoe kleiner de kans om PTS te krijgen.

Onderzoeken

Behandeling

Conservatief: Direct starten met bloedverdunners is de beste behandeling ter voorkoming dat het stolsel zich uitbreid of dat er een longembolie ontstaat. Bij een longembolie schieten er stolsels naar de longen en kan de longfunctie in gevaar komen.  Aanvankelijk werd dit altijd gedaan met Heparine spuitjes onder de huid of direct in een ader. Inmiddels zijn er vele nieuwe medicijnen ontwikkeld die dit allemaal niet meer noodzakelijk maken. Men kan tegenwoordig met deze nieuwe orale middelen meteen starten. Oraal wil zeggen dat het medicijn als tablet kan worden ingenomen. Meestal wordt in de eerste 3 weken een dubbele dosis gegeven en daarna krijgt de patiënt de normale dosering. Als er sprake is van een trombose die veroorzaakt is door een operatie, ongeval of lange bedrust of vliegreis dan spreekt men van een uitgelokte Diep Veneuze Trombose (DVT) en die wordt normaal met 3-6 maanden bloedverdunners behandeld. Is de oorzaak voor de trombose niet bekend dan heet dat een idiopatische DVT en dan wordt minimaal 6 maanden bloedverdunners voorgeschreven. 

Afhankelijk van hoe de aderen er na 6 maanden uitzien en de klachten  wordt dan besloten om door te gaan met de bloedverdunners. Heeft de patiënt echter een 2e DVT doorgemaakt dan krijgt de patiënt levenslang bloedverdunners. Naast het direct starten met bloedverdunners wordt het been de eerste weken gezwachteld ter behandeling van de zwelling van het been. Als het been vervolgens slanker is geworden wordt in de eerste 3 maanden afhankelijk van de uitgebreidheid van de zwelling een lange of korte steunkous aangemeten. Na 3 maanden kan deze kous altijd vervangen worden door een korte steunkous tot de knie, omdat de kous de kuitspier helpt het bloed uit het been te pompen. Het bovenbeen helpt daar niet bij en daarom is een kous aan het bovenbeen na 3 maanden niet meer nodig. Tot slot is aangetoond dat het beter is meteen zo veel mogelijk te bewegen. Het is dus goed om met het gezwachtelde been meteen te gaan lopen en veel te bewegen. Vroeger was men bang dat door het bewegen er een stolsel naar de longen kan schieten, maar onderzoek heeft aangetoond dat dit niet gebeurd.

Invasief:

Met catheters: Als er sprake is van een geheel dik been, dus ook het bovenbeen, en de aanvullende onderzoeken (Duplex, MRV of CTV) hebben aangetoond dat de afvloed van het hele been boven de liesader verstopt is, dan is een invasieve behandeling een optie. Het doel van de invasieve behandeling is om het stolsel te verwijderen. Dit kan met katheters die het stolsel wegzuigen met of zonder een (na)behandeling waarbij het stolsel met medicijnen via een katheter wordt opgelost. Als gekozen wordt voor het oplossen van het stolsel met medicijnen dan duurt dat 2 a 3 dagen op een bewaakte afdeling in een ziekenhuis. Ook kan meteen gekozen worden voor de stolsel oplossende behandeling met medicijnen via een katheter. Als het stolsel met succes is verwijderd en op de flebografie wordt een blijvende vernauwing in de afvoerende aderen gevonden dan wordt deze belemmering gedotterd en gestent.

Met een Operatie: Zeer uitzonderlijk is de situatie waarbij ten gevolge van een acute trombose de doorbloeding zo slecht is dat het been bedreigd wordt. In dit geval dient er direct een operatie te worden uitgevoerd. Bij deze operatie wordt via de lies de ader vrij gelegd en geopend. Via deze opening wordt het stolsel uit de ader verwijderd en de doorbloeding hersteld. Dit gebeurd minder dan 5 keer per jaar in heel Nederland dus erg zeldzaam.

Resultaten

Bij de standaard behandeling met antistolling, compressie, middels zwachtels en later steunkousen en veel bewegen is de kans op een acute toename van de trombose of het krijgen van een longembolie erg klein. Als de antistollingsbehandeling stopt is de kans op het krijgen van een  nieuwe trombose ongeveer 30 %.  Een nadeel van deze behandeling is dat het de bestaande stolsels niet wegneemt of oplost en dus de ontwikkeling van een post trombotisch syndroom (PTS) niet beïnvloed. Deze standaard behandeling heeft tot gevolg dat 25-50% van de patiënten een PTS ontwikkeld en als men een geheel dik been heeft gehad kan de kans oplopen tot 80 %.  Daarom is met name de invasieve behandeling ontwikkeld voor die patiënten waarbij de kans op het ontwikkelen van een post trombostisch syndroom erg groot is. Dit laatste is met name het geval bij patiënten die een stolsel in de liesader en hoger hadden en een geheel dik been. Als het stolsel goed verwijderd wordt is de kans op het krijgen van een post trombotisch syndroom ongeveer 40 % kleiner. Er wordt nog veel onderzoek verricht om deze behandeling te verbeteren en daarmee de kans op een PTS verder te verlagen.

Het Hart+Vaat Centrum/Maastricht UMC+ is zeer nauw betrokken bij al deze ontwikkelingen.