5 november 2020

Dr. Jordi Heijman ontvangt Vidi beurs

Dr. Jordi Heijman, onderzoeker van de afdeling Cardiologie in het Hart+Vaat Centrum/Maastricht UMC+ ontvangt Vidi beurs voor zijn onderzoek "Tijdreizen in de wereld van hartritmestoornissen".  

Dr. Jordi Heijman Hart+Vaat Centrum/Maastricht UMC+

Hartritmestoornissen zijn een belangrijke doodsoorzaak. Om tot betere behandelingen te komen ontwikkelt Dr. Heijman nieuwe computermodellen om veranderingen in de elektrische eigenschappen van het hart, van enkele milliseconden tot dagenlang, te bestuderen. Deze veranderingen kunnen bijdragen aan de stabilisatie van ritmestoornissen en de huidige therapie beïnvloeden.

In 2015 ontving Heijman ook al een Veni-subsidie voor zijn onderzoek op het snijvlak van knowledge engineering en cardiologie.

 

Over Vidi en Veni

Met een Vidi-beurs kunnen onderzoekers tot 5 jaar onderzoek doen. De Vidi-beurzen worden jaarlijks door NWO toegekend. In totaal dienden in deze Vidi-ronde 503 onderzoekers een ontvankelijk onderzoeksproject in voor financiering. Daarvan zijn er nu 81 gehonoreerd. De Veni wordt jaarlijks door NWO toegekend. In totaal dienden in deze Veni-ronde 1127 onderzoekers een ontvankelijk onderzoeksvoorstel in voor financiering. Daarvan zijn er nu 162 gehonoreerd. Dat komt neer op een honoreringspercentage van 14%. De aanvragen werden door middel van peer review beoordeeld door externe deskundigen uit de betreffende vakgebieden. Met deze Veni-ronde is een totaalbedrag van 41,5 miljoen euro gemoeid.

NWO-Talentprogramma

Veni maakt, samen met Vidi en Vici, onderdeel uit van het NWO-Talentprogramma (voorheen: de Vernieuwingsimpuls). Veni is gericht op excellente onderzoekers die onlangs gepromoveerd zijn, Vidi op ervaren onderzoekers die na hun promotie al een aantal jaren succesvol onderzoek hebben verricht. Binnen het Talentprogramma zijn onderzoekers vrij om hun eigen onderwerp voor financiering in te dienen. Op deze manier stimuleert NWO nieuwsgierigheidsgedreven en vernieuwend onderzoek. NWO selecteert onderzoekers op basis van de kwaliteit van de onderzoeker, het innovatieve karakter van het onderzoek, de verwachte wetenschappelijke impact van het onderzoeksvoorstel en mogelijkheden voor kennisbenutting.