15 januari 2020

Miljoenen subsidie voor onderzoek naar gedeelde oorzaak hartfalen en vasculaire dementie

Wetenschappers van het Maastricht UMC+ ontvangen bijna anderhalf miljoen euro subsidie voor dit onderzoek. Het verminderen van het aantal kleine bloedvaten zou namelijk ten grondslag liggen aan beide ziektebeelden. De onderzoekers hopen samen met collega's van verschillende Europese kennisinstellingen een betere diagnose en nieuwe aanknopingspunten voor behandeling te vinden. In totaal wordt er zes miljoen euro vrijgemaakt voor het project (o.l.v. KU Leuven).


iStock

iStock

Ziektebeelden komen zelden alleen en zijn vaak aan elkaar gerelateerd. Obesitas en hoge bloeddruk gaan bijvoorbeeld regelmatig gepaard met hart- en vaatziekten. Dat worden ook wel co-morbiditeiten genoemd. Met name het hart en het brein lijken hier extra voor gevoelig te zijn. Zo krijgen hartfalenpatiënten eerder last van cognitieve problemen dan gezonde mensen en dragen risicofactoren voor hartfalen ook bij aan het krijgen van geheugenstoornissen. Er lijken dan ook vergelijkbare mechanismen ten grondslag te liggen aan aandoeningen in het brein en in het hart.

Het onderzoeksproject is getiteld CRUCIAL en wordt gefinancierd uit het Europese Horizon2020-programma. Vanuit het Hart+Vaat Centrum zijn betrokken vasculair neuroloog Prof. dr. Robert van Oostenbrugge en Dr. Julie Staals en verder  vanuit het Maastricht UMC+ ook nog de afdelingen radiologie (prof. dr. Walter Backes en dr. Jaap Janssen  en neurowetenschappen (prof. dr. Jos Prickaerts en dr. Sebastien Foulquier) betrokken. 

Minuscule bloedvaatjes

Het nieuw gefinancierde onderzoeksproject gaat zich vooral richten op onderzoek naar de gedeelde oorzaak van hartfalen en vasculaire dementie. In beide gevallen lijkt schade aan de kleinste bloedvaatjes aan de basis te liggen. Door hoge bloeddruk of het natuurlijke proces van veroudering verslechtert de kwaliteit van deze zogeheten microcirculatie. Het huidige onderzoek richt zich op de hypothese dat ook het aantal vaatjes afneemt. Door een combinatie van verschillende onderzoekstechnieken te gebruiken, hopen de onderzoekers meer duidelijkheid te krijgen over de gevolgen van die veranderingen in de kleine bloedvaten.

Klinisch en fundamenteel onderzoek

Het onderzoeksproject is dan ook verdeeld in verschillende componenten. In het klinische deel gaan de wetenschappers geavanceerde MRI-technieken inzetten. Hiermee kunnen de kleinste bloedvaatjes in het brein en in het hart van patiënten met beginnend hartfalen en beginnende vasculaire dementie in kaart worden gebracht en de veranderingen worden gevolgd in de tijd. Het Maastricht UMC+ zal zich met name hierop gaan richten. In het meer fundamentele gedeelte van het onderzoek worden moleculaire mechanismen bestudeerd die aan de basis kunnen liggen van het verdwijnen van de kleinste bloedvaatjes. Dat zou aanknopingspunten kunnen bieden voor nieuwe vormen van behandeling.

Meer aandacht
"Er is nog heel weinig aandacht voor de relatie tussen ziektebeelden in het hart en het brein", zegt prof. dr. Robert van Oostenbrugge, hoofd neurologie van het Maastricht UMC+. "Terwijl we toch steeds meer aanwijzingen hebben dat er een nauw verband bestaat. Vaak wordt nog te veel gekeken naar één aandoening, bijvoorbeeld hartfalen, terwijl we dan eigenlijk al aandacht moeten hebben voor de mogelijke gevolgen voor de hersenen op langere termijn. Wij hopen met dit nieuwe onderzoek te kunnen aantonen dat de microcirculatie daar een belangrijke rol bij speelt."