Medisch ingenieur en onderzoeker Rob Holtackers ontvangt prestigieuze beurs voor onderzoek naar ablatietherapie in een MRI-scanner
Dr. ir. Rob Holtackers ontwikkelde met diverse collega’s in het Maastricht UMC+ een methode om ablatietherapie – een behandeling voor hartritmestoornissen – te kunnen uitvoeren terwijl de patiënt in een MRI-scanner ligt. Om de potentie van deze innovatie verder te onderzoeken én benutten krijgt Holtackers een Veni-beurs ter waarde van € 280.000 van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
Jaarlijks krijgen bijna 450.000 personen in Nederland te maken met een vorm van hartritmestoornissen. Als medicatie niet afdoende helpt komt de patiënt in aanmerking voor een ablatiebehandeling. Dan brandt de arts met een katheter van binnenuit ‘puntjes’ in het hartweefsel om de elektrische prikkels die de stoornis veroorzaken te blokkeren. Op die manier wordt de hartritmestoornis voor een deel van de patiënten weer verholpen.
Voordelen ablatie behandeling in MRI-scanner
Om de locatie van de katheters in het hart te kunnen volgen wordt normaliter gebruik gemaakt van doorlichting met röntgenstralen. Holtackers nam, samen met cardiologen drs. Miranda Bijvoet en dr. Marisevi Chaldoupi en radioloog dr. Casper Mihl, het initiatief om in plaats daarvan de behandeling in een MRI-scanner uit te voeren. Met een MRI-scanner kan het hart namelijk in veel groter detail en met meer contrast in kaart gebracht worden. Daarnaast maakt een MRI-scanner geen gebruik van schadelijke röntgenstralen. Ook kan met behulp van MRI een 3D-model van het hart gemaakt worden waarin het behandelteam live de positie en oriëntatie van de katheters kan volgen. Zo kan deze behandeling nauwkeuriger uitgevoerd worden. De eerste ablatie behandeling in een MRI-scanner in het Maastricht UMC+ vond plaats in januari 2021 en sindsdien wordt deze innovatieve behandeling in toenemende mate uitgevoerd. In december 2022 werd dit ontwikkelteam, met Holtackers als medisch ingenieur, al beloond met een Team Science Award van de NWO voor hun uitmuntende teamwork.
Volgende stap
Direct na het uitvoeren van de ablatiebehandeling in de MRI-scanner worden diverse scans van het hart gemaakt om het behandelde weefsel uitgebreid in kaart te brengen. Maar het behandelteam kan op basis van die beelden op dit moment moeilijk inschatten of de behandeling succesvol is op de lange termijn, legt Holtackers uit. ‘Hoewel direct na behandeling de ritmestoornis weg is, blijkt pas na meerdere maanden of de behandeling écht succesvol was en de symptomen ook definitief achterwege blijven. Hoe mooi zou het zijn als we op basis van de MRI-scan direct na de ablatie al kunnen zien of de behandeling succesvol is door te kijken naar de staat van het weggebrande weefsel? Dat hoop ik met behulp van deze Veni-beurs voor elkaar te krijgen.’
Meer patiënten succesvol behandelen
Holtackers en zijn collega’s gaan drie en twaalf maanden na de ablatiebehandeling extra MRI-scans maken van het hart van de behandelde patiënten. ‘Zo kunnen we bij zowel succesvol als onsuccesvol behandelde patiënten zien hoe het hart eruitziet, hoe het weefsel zich hersteld heeft en dus welke invloed de ablatie behandeling heeft gehad. We verwachten dan patronen te zien – zogenaamde ‘imaging markers’ – waarmee we de MRI-beelden direct na de behandeling beter kunnen begrijpen. Zo kunnen we de ablatieprocedure op basis van deze beelden al tijdens de behandeling bijsturen door bijvoorbeeld extra gebiedjes in het hartweefsel weg te branden. Uiteindelijk willen we dat meer patiënten een succesvolle ablatie ondergaan en dus niet meer terug hoeven te komen voor een vervolgbehandeling.’
Cruciale rol voor littekenweefsel
Bij de MRI-scans op drie en twaalf maanden na de ablatiebehandeling speelt het in kaart brengen van littekenweefsel dat veroorzaakt is door de behandeling een centrale rol. Littekenweefsel geleidt namelijk geen elektrische prikkels en is dus cruciaal om de hartritmestoornis tegen te houden. Holtackers ontwikkelde tijdens zijn promotieonderzoek in het Maastricht UMC+ een nieuwe MRI-methode om littekenweefsel in het hart nauwkeuriger in kaart te brengen, die ook toegepast zal worden tijdens deze MRI-scans. Holtackers verdedigde zijn promotieonderzoek ‘cum laude’ en won hiermee recentelijk de Frederik Philips prijs voor beste proefschrift van Nederland.
Veni-beurs
De Veni-beurs van Rob Holtackers bedraagt €280.000. Een Veni is een persoonsgebonden wetenschappelijke beurs die onderdeel uitmaakt van het Talentenprogramma van de NWO en is bedoeld voor pas gepromoveerde onderzoekers. De laureaten kunnen met deze financiering een eigen, vernieuwende onderzoekslijn ontwikkelen en zelf een onderzoeksgroep opzetten. Dit jaar ontvangen 26 veelbelovende onderzoekers in Nederland een Veni-beurs voor onderzoek binnen de medische wetenschappen. Voor meer informatie, ga naar de website van de NWO.

Foto: Rob Holtackers bij de MRI-scanner / © Marcel van Hoorn / Frank van Beek Fotografie