Behandelingen | Diep Veneuze Trombose (DVT) behandeling

Diep veneuze trombose (DVT) behandeling

Patiënteninformatie

Lees meer in de volgende bladen:

 

De behandeling van een trombosebeen wordt meestal thuis gedaan en bestaat uit twee delen:

Antistollingsmedicatie

De behandeling met antistollingsmedicatie, zogenaamde bloedverdunners, kan bestaan uit antistollende spuitjes en antistollende tabletten. Er zijn twee vormen van antistollende tabletten.

  1. De eerste vorm antistollende tabletten (Rivaroxaban, Dibigatran, Apixaban en Edoxaban) werken direct en hoeven niet gecombineerd te worden met antistollende spuitjes. Voor deze tabletten hoeft u niet naar de trombosedienst om het bloed te controleren.
  2. Bij andere antistollende tabletten (acenocoumarol en fenprocoumon) dient u tegelijkertijd te starten met antistollende spuitjes. Na een paar dagen, als het bloed dun genoeg is, hoeft u alleen de tabletten te slikken en kunt u stoppen met de spuitjes (de trombosedienst neemt contact met u op). De spuitjes kunnen door u zelf, een familielid of kennis,  of door de thuiszorg worden gezet. Uw bloed dient regelmatig gecontroleerd te worden door de trombosedienst. De trombosedienst bepaalt de INR-waarde van uw bloed. INR staat voor International Normalized Ratio en geeft de snelheid aan waarmee uw bloed stolt. Wanneer u antistollingsmiddelen als acenocoumarol of fenprocoumon slikt, zal de INR-waarde toenemen. Met andere woorden: het bloed zal langzamer gaan stollen. Een hoge INR betekent dus dat het bloed langzaam stolt. Een lage INR duidt erop dat het bloed snel stolt. Binnen 24 uur na bloedafname geeft de arts van de trombosedienst aan u door hoeveel tabletten u moet gebruiken en wanneer de volgende controle is.

Met de antistollende middelen wordt de uitbreiding van het stolsel in de beenader en het optreden van een longembolie (ongewenste stolselvorming in de aders van de longen) voorkomen. In de beginfase van de trombose moet u letten op:

  • Uitbreiding beenklachten tijdens de behandeling
  • Ontstaan van nieuwe klachten die passen bij een longembolie: kortademigheid, pijn bij zuchten of hoesten
  • Bloedingscomplicaties: rode urine of neusbloedingen
  • Overgevoeligheidsreacties: jeuk of huiduitslag

De arts zal in overleg bespreken hoe lang u de antistollende tabletten dient in te nemen.

Zwachtelen en steunkous

Ter voorkoming van het Post-Trombotische Syndroom (PTS) krijgt u op de Spoedeisende hulp een Struva 35® kous aangemeten. Deze kous dient u overdag te dragen. Let erop dat kous niet dubbel zit / geen vouwen heeft. Als een Struva 35® kous niet mogelijk of wenselijk is, dan wordt zwachteltherapie voorgeschreven. Het zwachtelen gebeurt zo snel mogelijk (binnen 1-3 dagen) na uw bezoek aan het ziekenhuis door de thuiszorg.  In de periode dat er nog geen zwachtels zijn aangebracht dient u slechts beperkt mobiel te zijn. Dat wil zeggen dat toiletbezoek en douchen zijn toegestaan, maar verder wordt geadviseerd het been zoveel mogelijk hoog te houden. Als de zwachtels zijn aangebracht kan de mobiliteit worden uitgebreid. Het is echter niet de bedoeling om zware arbeid te verrichten of sportief actief te zijn. Als u niet in Nederland woont, is het niet mogelijk dat de thuiszorg bij u thuis komt. U moet dan zo snel mogelijk een afspraak op de poli dermatologie maken om het been te laten zwachtelen. Tel 0031 (0)43-3875000.

Wanneer het been voldoende geslonken is, vaak na ± 14 dagen, dient u een steunkous te laten aanmeten. Deze kous dient u minimaal 6-24 maanden te dragen.