Kliniek (opname en verblijf)

De Eerste Hart Hulp en de verpleegafdelingen B3, C3 en D4 (kortverblijf) zijn onderdeel van het Hart+Vaat Centrum. Een opname binnen het Hart+Vaat Centrum kan ongepland of gepland zijn. Als deze niet gepland is spreken we van een spoed opname. Dit gebeurt meestal als u met acute klachten via de Eerste Hart Hulp of Spoedeisende Hulp in het ziekenhuis wordt opgenomen. Van een geplande opname is sprake als u vooraf door het ziekenhuis bent geïnformeerd over een opname.
Vaatchirurgische patiënten van het Hart+Vaat Centrum worden opgenomen op verpleegafdeling A2 en B4. Patiënten die geopereerd zijn worden vaak (tijdelijk) opgenomen op verpleegafdeling F3 (intensive care). Voor specifieke informatie van de verschillende afdelingen klik op de links.

Patiëntenkamers

Op de verpleegafdelingen van het Hart+Vaat Centrum zijn een-, twee-, drie-, vier- en zespersoons kamers aanwezig. Dit verschilt per afdeling. Afhankelijk van uw aandoening en gezondheidstoestand wordt vastgesteld op welke kamer u komt te liggen. Het kan voorkomen dat u tijdens uw opname meerdere keren van kamer moet verwisselen. Wij proberen dit vanzelfsprekend zoveel mogelijk te beperken.

Gemengd verplegen

In het Maastricht  UMC+ verblijven mannen en vrouwen op dezelfde kamer. Dit wordt gedaan om de beschikbare bedden zo optimaal mogelijk te benutten en om wachttijden voor opname te beperken. Mocht u bezwaar hebben tegen het gemengd verplegen kunt u dit altijd bespreken met de verpleegkundige. Wij zullen proberen met uw wensen rekening te houden.

Acute of spoed opname

Als u via de Eerste Hart Hulp (EHH) of Spoedeisende Hulp (SEH) opgenomen wordt is er sprake van een acute opname. U zult in het merendeel van de gevallen opgenomen worden op Verpleegafdeling C3: Cardiovasculaire Care Unit (CCU) of op Verpleegafdeling Cardiologie B3. Als u naar de Eerste Hart Hulp gaat is het goed om de medicatie die u gebruikt mee te nemen. De arts controleert deze en kan bij opname vervolgopdrachten maken zodat u de benodigde medicatie tijdens uw verblijf in het ziekenhuis door gedoseerd krijgt.

De arts en verpleegkundigen op de EHH zullen u vragen stellen over uw klachten, allergieën en andere relevante zaken. Deze worden opgeschreven in het elektronisch patiënten dossier. Bij opname in het ziekenhuis zullen al deze gegevens overgedragen worden naar de afdeling waar u opgenomen wordt. U zult ook gevraagd worden om een of twee contactpersonen (naaste familieleden) door te geven die gebeld kunnen worden indien dit nodig mocht zijn.

Het vervoer van de EHH naar de afdeling gebeurt meestal per bed. Indien de situatie het toelaat kunt u ook per rolstoel naar de afdeling gebracht worden. Dit gebeurt door een verpleegkundige van de afdeling waar u wordt opgenomen.

Geplande opname

Indien er sprake is van een geplande opname wordt u vooraf telefonisch, per brief of via de polikliniek geïnformeerd over de datum van opname, de opname tijd en de afdeling waar u zich op de dag van opname kunt melden.

Gesprek bij opname

Bij uw opname op de afdeling wordt binnen 24 uur een opnamegesprek met u gedaan door zowel de arts als de verpleegkundige van de afdeling waar u wordt opgenomen. Tijdens dit gesprek worden met u de reden en verloop van opname en uw gezondheidsproblemen besproken. Aan de hand van dit gesprek stelt de verpleegkundige een zorgplan op. Eveneens bereidt de verpleegkundige u voor  en geeft u uitleg over de behandeling en de zorg rondom uw behandeling.

Mocht u speciale wensen of behoeften hebben, dan kunt u dit tijdens het opnamegesprek aangeven en zullen wij zoeken naar een mogelijkheid om hieraan tegemoet te komen.

Identificatie bandje
Tijdens opname draagt u een identificatiebandje. Dit is een bandje waarop uw naam, patiënten nummer, afdeling en een barcode staan vermeld. Dit bandje is een extra maatregel om tijdens opname onder alle omstandigheden te kunnen vaststellen wie u bent om vergissingen te voorkomen.

Allergieën
Mogelijk bent u overgevoelig voor bepaalde stoffen of medicijnen zoals antibiotica, pleisters, jodium. Latex, gluten, contrastvloeistof of gelatine. Het is belangrijk om dit bij uw opname aan uw arts en verpleegkundige te vertellen.

Contact persoon 
Tijdens het opnamegesprek geeft u aan wie uw contactpersoon wordt tijdens uw opname. De contactpersoon is degene aan wie wij informatie geven over uw situatie en met wie wij contact opnemen als dit nodig is. Het is belangrijk dat de contact persoon aanwezig is bij de gesprekken met de arts. Hij of zij kan familie, vrienden en/of kennissen op de hoogte brengen van uw situatie.

In verband met de privacy mogen zorgverleners geen (medisch inhoudelijke) informatie telefonisch aan derden doorgeven. Ook niet aan uw contactpersoon. Pas als u hiervoor toestemming geeft, zal de zorgverlener de contactpersoon terugbellen.  

Medicijnen

Als u medicijnen gebruikt is het belangrijk dat u dit aangeeft bij uw arts. Het gaat hierbij niet alleen om medicatie die u op voorschrift van een arts bij uw apotheek haalt. Denk ook aan de medicijnen die u zonder recept bij de drogist of apotheek haalt. U kunt uw apotheek vragen om een medicatie overzicht of medicijnpaspoort. Als u geen medicijnpaspoort of overzicht heeft, neem dan uw medicatie in de originele verpakking mee naar het ziekenhuis.

Om zeker te weten dat de medicatie die u gebruikt correct is wordt door de apothekersassistente ook een recent overzicht bij uw thuisapotheek opgevraagd. Voor uw eigen veiligheid verzoeken wij u hiermee akkoord te gaan. Als u hier bezwaar tegen heeft kunt u dit aangeven bij uw huisapotheek.

De ziekenhuisapotheek heeft niet alle merken geneesmiddelen op voorraad. Het is daarom mogelijk dat vorm, kleur en naam van een geneesmiddel niet overeenkomt met wat u thuis gebruikt. De werking is echter hetzelfde als het geneesmiddel dat u thuis gebruikt. Heeft u vragen over uw medicatie kunt terecht bij uw zaalarts of verpleegkundige

Voor het toedienen van medicatie  gebruikt het MUMC+ een elektronisch voorschrijf systeem (EVS). Omwille van een veilige toediening van medicatie wordt hierbij gebruikt gemaakt van scanners ten behoeve van de patiënt identificatie. Om deze reden wordt u verzocht om tijdens medicijndeelrondes zoveel mogelijk op de kamer aanwezig te zijn. 

Tijdens uw opname

Dagelijkse visite door de arts
De arts zal dagelijks bij u langs komen om de voortgang van uw behandeling en eventuele onderzoeken te bespreken. Dit gesprek vind meestal plaats op uw eigen kamer. Als u vragen heeft voor de arts, adviseren wij u deze voor u zelf op te schrijven. U kunt deze dan stellen als de arts bij u langs komt. Het kan zijn dat uw behandelend arts een andere specialist in consult vraagt. De visite wordt gehouden van maandag tot en met vrijdag. In het weekend komt de arts niet altijd bij iedere patiënt langs.

Gesprek met de arts
Voor medische vragen kunt u terecht bij de zaalarts. U en uw naasten hier behoefte aan hebben kunt een gesprek met de zaalarts laten plannen. U kunt de verpleegkundige die voor u verantwoordelijk is vragen dit voor u te regelen. Deze kan u ook adviseren welk tijdstip dit het beste uitkomt in verband met lopende onderzoeken en behandeling.

Parkeerbeleid
Zie deze link voor meer informatie omtrent het parkeerbeleid: 

Begeleiding en vervoer
Op de dag van uw opname mag u één begeleider meenemen. Deze persoon mag aanwezig zijn tijdens het opname gesprek met de arts en verpleegkundige op de afdeling als u daar zelf toestemming voor geeft. Hierna wordt gevraagd afscheid te nemen.

Familie en naasten kunnen op verschillende plaatsen in het ziekenhuis verblijven in afwachting van reguliere bezoektijden. Indien u dezelfde dag weer met ontslag kunt na uw ingreep, kunnen uw naasten verblijven in de divisie ruimtes op dezelfde etage als de afdeling waar u bent opgenomen of in het bezoekers restaurant.  

Het is belangrijk dat u bij ontslag het vervoer naar huis vooraf regelt. Wij raden het af om na een opname zelfstandig aan het verkeer deel te nemen of gebuik te maken van het openbaar vervoer.