Behandeling

Hartfalen wordt vaak behandeld met medicijnen die trouw dienen te worden ingenomen, ook als de klachten van hartfalen verdwenen zijn. De medicijnen die gebruikt worden zijn ACE-remmers (lees ees-remmers), bètablokkers en diuretica (plasmedicijnen). Deze middelen zorg ervoor dat het hart minder moeite heeft met pompen, de bloeddruk verlaagt wordt en het overtollige vocht wordt afgevoerd. Ook kunnen medicijnen worden toegevoegd om de onderliggende oorzaak te behandelen.

 

  • Patiënteninformatie

    Lees meer in de volgende bladen:

    Wat is een ICD?

    Een ICD is een apparaatje dat onder de huid wordt geplaatst.
    Het doel van een ICD is om een levensbedreigende hartritmestoornis te beëindigen via een elektrode of lead. Een elektrode of lead is een draad waar stroom doorheen gaat. 
    Een ICD beschermt u tegen een plotseling overlijden aan een levensbedreigende hartritmestoornis. Deze hartritmestoornis komt uit de hartkamers.

    Waarom krijgt u een ICD?

    Als u een grotere kans heeft op een levensbedreigende hartritmestoornis of eerder een levensbedreigende hartritmestoornis heeft gehad, krijgt u  een ICD.

    Een levensbedreigende hartritmestoornis is een  kamerritmestoornis. Dit betekent dat de hartkamers zeer snel en ongecoördineerd samentrekken. Hierdoor wordt er nauwelijks nog bloed rondgepompt. Dit noemen we ook ventrikel tachycardie en ventrikel fibrilleren. 
    Als deze hartritmestoornis niet behandeld wordt, kan het tot de dood leiden.

    Een ICD bewaakt constant uw hartritme en kan het hartritme corrigerenWaardoor de levensbedreigende ritmestoornis wordt beëindigd. 
    Wanneer dit niet lukt geeft de ICD een elektrische schok waardoor het hart weer een normaal ritme krijgt. 
    Een ICD kan meestal ook als pacemaker werken. Dit betekent dat de ICD ingrijpt als het hartritme te traag is. 
    Er zijn verschillende soorten ICD’s. Uw cardioloog bepaalt samen met u welke ICD  het meest geschikt voor u is.

    Welke soorten ICD's zijn er? 

    • Transveneuze (via de ader) ICD;  Een transveneuze ICD is een ICD die meestal geïmplanteerd wordt in het linkerschoudergebied, enkele centimeters lager dan het sleutelbeen. Met gebruikmaking van röntgenbeeldvorming word(t)(en) de electrode(n) via een ader naar het hart geleid en bevestigd in de hartwand. Afhankelijk van uw hartaandoening worden één, twee of 3 drie electrode(n) in het hart geplaatst.
    • Eén kamer ICD: Deze transveneuze ICD heeft één elektrode en deze bevindt zich in de rechter hartkamer. De elektrode kan daar het hartritme zien en zo nodig prikkelen en kan dus zo ook functioneren als pacemaker. Tevens is deze elektrode ook de schokelektrode die de schok afgeeft bij kamerfibrillatie.
    • Twee kamer ICD: Deze transveneuze ICD heeft twee elektroden. Eén elektrode in de rechter boezem en één elektrode, zoals de 1 kamer ICD, in de rechter hartkamer. Deze beide elektroden kunnen het hartritme zien en zo nodig prikkelen en dus ook functioneren als pacemaker.
    • CRT-D: Deze transveneuze ICD heeft drie elektroden. Eén elektrode in de rechter boezem, één in de rechter kamer (is tevens ook de schokelektrode) en één op de linker kamer. Bij een gezond hart trekken de linker- en de rechterhartkamer tegelijkertijd samen. In bepaalde situaties is dit niet meer zo. De elektroden in linker en rechter hartkamer zorgen ervoor dat de twee kamers weer gelijktijdig (synchroon) samentrekken.
    • Subcutane ICD (S- ICD) : De subcutaan (onderhuids) implanteerbare cardioverter defibrillator. Dit is een ICD waarbij de ICD ongeveer 15 centimeter onder de oksel wordt geïmplanteerdEr wordt één elektrode geplaatst. Deze elektrode wordt onder de huid, onder de linker borst door, langs het borstbeen omhoog geschoven. Deze elektrode wordt dus niet in het hart gelegd en wordt ook niet in een bloedvat gelegd. Deze ICD kan nog niet functioneren als pacemaker en kan hierdoor ook nog niet met kleine prikkels het hartritme herstellen. De S- ICD elektrode ligt onder de huid rond het hart en is enkel een schokelektrode. Deze ICD wordt geplaatst onder anesthesie.

    Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met: 

    • Polikliniek Hart+Vaat Centrum 
       ICD verpleegkundigen 
      Telefoon: 043-3872727 
      E-mail: pm.icdverpleegkundige.hvc@mumc.nl
      (vermeld bij een e-mail altijd uw naam en geboortedatum)

     

     

     

    Lees meer

  • Patiënteninformatie

    Lees meer in het volgende bladen:

    Wat is een pacemaker?

    Een pacemaker is een elektronisch apparaat dat in het lichaam wordt gebracht. De pacemaker bevat een chip en een batterij die gemiddeld 6 tot 8 jaar meegaat. Uit het apparaatje komen in de meeste gevallen elektrodedraden die via de bloedvaten naar het hart lopen. Een pacemaker  zorgt ervoor dat het hart op een goede, en voldoende snelle manier  pompt. 

     


     

    Waarom krijgt u een pacemaker?


    Als uw hart te traag of verkeerd pompt, zorgt de pacemaker ervoor dat uw hart op een goede en voldoende snelle manier pompt. Dit doet de pacemaker door een impuls of stimulatie te geven als het nodig is.
    Er zijn verschillende soorten pacemakers die voor verschillende doelen gebruikt worden. Het soort dat u krijgt hangt af van waar het probleem zit in het hart. Dit bepaalt ook het aantal elektrodedraden dat nodig is.

    Verdere informatie over de voorbereiding, opname, operatie en controles leest u het patiëntinformatieblad: 

     

    Lees meer

  • Medicatie is een belangrijk onderdeel van uw uiteindelijk herstel. Medicatie is altijd op maat. Dit betekent dat iedereen zijn/haar eigen medicijnen krijgt voorgeschreven.  

    Cardioloog Drs. R. Theunissen vertelt welke medicatie er is en waarom je bepaalde medicatie krijgt na een hartaandoening, ingreep en of opname. 

    Hieronder staan nog een aantal medicijnen die een arts of gespecialiseerd verpleegkundige kan  voorschrijven voor de behandeling van hartproblemen:

    • Middelen tegen ritmestoornissen zorgen ervoor dat het hartritme weer normaal wordt. 
    • Vaatverwijders zorgen ervoor dat het bloed beter door de vaten naar het hart stroomt. Deze worden bijvoorbeeld gebruikt bij angina pectoris en hartfalen. Er zijn drie soorten vaatverwijders: nitraten, ACE-remmers en calciumantagonisten.
    • Bloedverdunners zorgen ervoor dat het bloed minder snel stolt. Er zijn twee typen bloedverdunners: antistollingsmiddelen (deels via de trombosedienst) en plaatjesremmers. Artsen schrijven plaatjesremmers voor bij angina pectoris of een hartinfarct en antistollingsmiddelen bij onder andere boezemfibrilleren en een mechanische kunsthartklep.
    • Cholesterolverlagers worden voorgeschreven aan hart- en vaatpatiënten met vernauwingen in de aders. Daarnaast worden deze ook voorgeschreven aan patiënten met een verhoogd risico op het krijgen van hart- en vaatziekten, bijvoorbeeld door roken, hoge bloeddruk, overgewicht, diabetes en verhoogd cholesterol.
    • Plastabletten hebben effect op de bloeddruk; door het verlies van overtollig vocht met de urine gaat de bloeddruk omlaag. Plastabletten worden onder andere voorgeschreven bij hoge bloeddruk of hartfalen.

    Bovenstaande middelen zijn slechts een kleine greep uit een heel assortiment aan medicatie ten behoeve van hart- en vaatziekten. Uw arts zal tijdens het polikliniekbezoek samen met u bekijken welke medicatie voor u noodzakelijk is.

    Lees meer

Sluit de enquête