Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Module hartrevalidatie

Veelgestelde vragen en antwoorden

  • Wanneer komt u op controle na een hartoperatie?
    • Binnen 2-4 weken een afspraak bij de assistent cardiologie van afdeling D4 voor een medische controle.
    • Binnen 2 weken een afspraak voor een informatiebijeenkomst als start van het hartrevalidatietraject.
    • Binnen 2-4 weken een afspraak bij de hartrevalidatieverpleegkundige voor de intake hartrevalidatie.
    • Na 3 maanden een afspraak evaluatie hartrevalidatie en eventueel een medische controle bij de hartrevalidatieverpleegkundige. Indien nodig kunt u de cardioloog spreken.

    Een hartoperatie kan zijn: bypassoperatie, hartklepoperatie, ritme operatie of ingreep (ablatie, ICD). 

  • Wanneer komt u op controle na een vernauwde kransslagader, hartinfarct en/of PCI dotterbehandeling?
    • Binnen 2 weken een afspraak voor een informatiebijeenkomst (polikliniek Hart+Vaat Centrum) als start van het hartrevalidatietraject.
    • Binnen 2-4 weken een afspraak bij de hartrevalidatieverpleegkundige voor de intake hartrevalidatie en de medische controle. BIj deze afspraak is geen cardioloog aanwezig, maar uw dossier wordt naderhand met de superviserende cardioloog besproken. De verpleegkundige informeert u telefonisch als er iets verandert in het medisch beleid.
    • Na 3 maanden een afspraak met de hartrevalidatieverpleegkundige voor evaluatie hartrevalidatie en medische controle. Het is dan ook mogelijk de cardioloog te spreken.
    • Indien nodig kunnen extra afspraken gepland worden, waarbij ook de cardioloog betrokken kan worden.
  • Mag u alcohol drinken?

    U mag 1 tot 2 glazen alcohol per dag drinken, maar bij voorkeur niet elke dag. Alcohol wordt, net als veel medicijnen, door de lever afgebroken. Dit kan maar in beperkte mate. Daarnaast verhoogt alcohol de bloeddruk en bevat het veel calorieën.

  • Wanneer en waarom krijgt u antibiotica?

    Voor patiënten die aan een hartklep zijn geopereerd, kan het mogelijk zijn dat ze zowel voor als na medische ingrepen, en bij verwondingen, antibiotica moeten krijgen. Onder medische ingrepen vallen ook bepaalde tandheelkundige behandelingen. Geef aan uw tandarts en/of behandelend arts door dat u een hartklepoperatie heeft ondergaan en laat dit noteren in uw dossier. Afhankelijk van de ingreep of behandeling wordt afgesproken of en welke antibiotica wordt voorgeschreven. Indien nodig kan uw behandelend cardioloog advies geven over uw antibioticagebruik.

  • Wanneer en waarom krijgt u bloedverdunners?

    Na een hartinfarct of stentplaatsing wordt door de interventiecardioloog een bloedverdunner voorgeschreven (Clopidogrel, Prasugrel of Ticagrelor), de zogenaamde plaatjesremmers. Meestal gaat het om tijdelijk gebruik tot maximaal 1 jaar. Een veel voorkomende bijwerking van deze medicijnen is blauwe plekken. Patiënten met atherosclerose (kransslagadervernauwing) krijgen ook carbasalaatcalcium (Ascal) of acetylsalicylzuur voorgeschreven. Deze plaatjesremmers zorgen er voor dat het bloed minder snel samenklontert en dat de bloedplaatjes zich niet snel hechten aan de vaatwand. Het risico op een hartinfarct of herseninfarct wordt hierdoor verkleind. Bij bepaalde ritmestoornissen (met name boezemfibrilleren) en na het plaatsen van een mechanische hartklep krijgen patiënten ook antistollingsmiddelen, de zogenaamde vitamine K antagonisten (acenocoumarol (Sintrom) of fenprocoumon (Marcoumar)). Mensen die deze middelen gebruiken staan onder controle van de trombosedienst. Tegenwoordig zijn er nieuwe varianten, de zogenaamde Nieuwe Orale Anti Coagulantia (NOAC) zoals Dabigatran, Rivaroxaban, Edoxaban en Apixaban. Deze middelen worden alleen voorgeschreven bij boezemfibrilleren, en hoeven niet gecontroleerd te worden door de trombosedienst. Als u een tandheelkundige of medische ingreep moet ondergaan is het van belang te melden dat u deze middelen gebruikt. Bij noodzakelijke ingrepen kunt u het beste contact laten opnemen met uw cardioloog over het innemen van de bloedverdunners.

  • Waar krijgt u een actueel medicijn overzicht (AMO)?

    Bij de apotheek kunt u een overzicht vragen van de medicijnen die u slikt. Vraag om de stofnamen op het overzicht te vermelden, zodat u zelf kunt controleren of u de juiste medicijnen, sterkte en frequentie per dag heeft gekregen. Het beste is om dit overzicht altijd bij u te dragen, zodat elke arts kan zien welke medicijnen u gebruikt. Zorg altijd voor een recent overzicht. Indien nodig kan uw apotheek uw medicijnen op een medicatierol of als blister leveren.

  • Wanneer mag u weer autorijden?
    • Na een hartinfarct (met of zonder dotterbehandeling) mag u volgens de richtlijnen van het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen) officieel 4 weken niet autorijden.
    • Na een PCI/dotterbehandeling mag u na 24 uur weer autorijden. Indien u via de lies geholpen bent, is het verstandig om 1 week niet auto te rijden, i.v.m. mogelijke druk op de insteekopening.
    • Na een bypass- of hartklepoperatie mag u pas na 6 weken weer autorijden, mits er geen complicaties zijn opgetreden die uw rijvaardigheid beïnvloeden.
    • Na een hartoperatie via de zijkant van de borstkas, of via de lies mag u 4-6 weken niet autorijden, mits er geen complicaties zijn opgetreden die uw rijvaardigheid beïnvloeden.
    • Indien u nog regelmatig last hebt van hartklachten, kan uw cardioloog bepalen of u mag autorijden.
  • Waarom is bewegen zo belangrijk?

    De algemene richtlijn voor bewegen is dat iedereen minimaal een half uur per dag, op minstens vijf dagen van de week, matig intensief beweegt. Dit hoeft niet perse sporten te betekenen. Bewegen is ook wandelen, zwemmen of fietsen. Het is belangrijk de beweging rustig op te bouwen en goed naar uw lichaam te luisteren. U mag bij het bewegen gerust voelen dat u het warm krijgt, uw hart sneller klopt en u dieper moet ademhalen. U gaat te ver als u geen gesprek meer kunt voeren, druk op de borst krijgt, kortademig wordt of een lange tijd nodig heeft om weer op adem te komen. Na maximaal een half uurtje rust moet u zich weer fit voelen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de hartrevalidatieverpleegkundige.

  • Wat is cholesterol en waarom is de waarde zo belangrijk?

    Cholesterol is een eiwit dat het lichaam nodig heeft om te functioneren. Maar cholesterol kan ook bijdragen aan bloedvatvernauwing. De cardioloog streeft ernaar om de cholesterolwaardes in uw bloed te verlagen. Het bloed wordt daarom regelmatig gecontroleerd. De twee belangrijkste eiwitcholesteroldeeltjes zijn LDL (het slechte cholesterol) en HDL (het goede cholesterol). Een verhoogd LDL-cholesterolgehalte in het bloed betekent een verhoogd risico op het krijgen van hart- en vaatziekten. Aan patiënten met hart- en vaatziekten worden vaak cholesterolverlagers voorgeschreven. U kunt daarnaast ook zelf proberen uw cholesterol te verlagen door minder vet (vooral minder verzadigd vet) te eten en voldoende te bewegen. Een diëtiste kan u eventueel verder helpen bij vragen. Streefwaarden: Totale cholesterol < 4,0 mmol/L; HDL > 1,0 mmol/L ; LDL < 1,8 mmol/L ; Triglyceride < 2,0 mmol/L

  • Wat te doen als u last heeft van stress, angst, paniek en of somberheid na hartklachten?

    Depressie, angst, stress bij hartklachten komt vaker voor dan u denkt. Het is niet altijd makkelijk om verder te leven met het idee dat “je iets aan je hart hebt gehad”, de motor van het lichaam. Het kan tijd kosten het vertrouwen in uw lichaam weer terug te krijgen. U kunt zich de eerste tijd somber of bang voelen en misschien moeilijk slapen. Praten over uw gevoelens is dan belangrijk. Het hoort bij de verwerking. Praat met uw huisarts, cardioloog of hartrevalidatieverpleegkundige over wat u voelt. Mochten de klachten niet verbeteren, dan kunt u eventueel ook doorverwezen worden voor begeleiding en hulp. Voor meer informatie ga naar "Omgaan met stress, angst, paniek en of somberheid". 

  • Wat te doen bij klachten en of problemen?

    Voor acute problemen van pijn op de borst of andere dringende hartproblemen kunt u telefonisch contact opnemen met de Eerste Hart Hulp: tel.nr. 043-3877892. Dit kan dag en nacht. Niet acute problemen kunt u het beste met uw huisarts bespreken. De huisarts kan dan bepalen of de cardioloog ingeschakeld dient te worden.

     

     

  • Waar en hoe ontmoet u lotgenoten?

    Wij organiseren in samenwerking met de Health Foundation Limburg/Hart en vaatonderzoeksfonds 4 keer per jaar een Hart en Vaat Café. Dit is een informatief samenzijn van hart- en vaatpatiënten en hun partner/familie, meestal met een speciaal geselecteerd thema. De entree is gratis en het is zeker de moeite waard om eens te gaan kijken en luisteren.  Locatie: Eetcafé De Vreede Markt 62 in Maastricht 

  • Wat is de rol van de hartrevalidatieverpleegkundige?

    De hartrevalidatieverpleegkundige is de zorgcoördinator van de hartrevalidatie en doet de intake van de hartrevalidatie. Deze afspraak is vaak  tevens de eerste poliklinische medische controle. Naderhand wordt de patiënt besproken met de cardioloog. Naast de medische controle wordt ook aandacht besteed aan risicofactoren, leefstijl en voorlichting. De hartrevalidatieverpleegkundige doet ook de evaluatie van de hartrevalidatie. Meestal is dit in combinatie met een medische poliklinische controle en kan een cardioloog aanwezig zijn. Bij vragen is de hartrevalidatieverpleegkundige uw eerste aanspreekpunt in het ziekenhuis. 

  • Hoe lang duurt het herstel na een hartoperatie of hartinfarct?

    Na een hartoperatie of een hartinfarct zal uw conditie minder zijn dan van tevoren. U bent dan sneller vermoeid na inspanning. Verder kan er in het begin concentratieverlies voorkomen wat aanleiding kan geven tot irritaties. Vaak gaat het herstel gedurende de eerste dagen tot weken vrij snel, maar het hele herstel kan in totaal enkele maanden duren. De hersteltijd na een hartoperatie of een hartinfarct is voor iedereen anders. Om uw herstel te bespoedigen kunt u deelnemen aan hartrevalidatie.

  • Heeft u vragen over uw medicijnen?

    Als u vragen heeft over hoe of wanneer u uw medicijnen moet innemen of over eventuele bijwerkingen, kunt u deze stellen aan de apotheker, de hartrevalidatieverpleegkundige, uw huisarts of cardioloog. Verander of stop niet zelf uw medicijnen, maar overleg eerst met uw huisarts of cardioloog. Het is raadzaam om altijd een overzicht van uw medicijnen bij u te hebben. Neem het medicijnoverzicht ook altijd mee naar het ziekenhuis.  

     

  • Waar kunt u een herhaalrecept krijgen?

    De huisarts is degene die herhaalrecepten voorschrijft. Vraag nieuwe recepten tijdig aan, voordat uw medicijnen helemaal op zijn.

  • Mag u naar de sauna?

    Bent u gewend om regelmatig naar de sauna te gaan, is het meestal geen probleem om dat te blijven doen. Belangrijk is wel dat u uw lichaam weer de kans geeft om eraan te wennen. Dit houdt in dat u het beste kunt beginnen in een sauna van 60 of 70 graden. De afkoeling kan beter meer geleidelijk worden bewerkstelligd. Eerst naar buiten, of onder de lauwe douche, die eventueel kouder gedraaid kan worden. Snelle, extreme afkoeling wordt afgeraden. Bij twijfel kunt u het navragen bij uw behandelaar.

  • Kunt u seks hebben na de operatie?

    Veel mensen hebben de eerste tijd na de ziekenhuisopname niet zoveel belangstelling voor seks. Misschien vraagt u zich af of vrijen wel verantwoord is. Vrijen is ongeveer even belastend als twee trappen lopen. Als u dat zonder echte klachten kunt doen, is er geen bezwaar tegen. Vernauwingen in de bloedvaten van de geslachtsdelen of sommige medicijnen kunnen het vrijen moeilijker of onmogelijk maken. U kunt dit met uw behandelaar of huisarts bespreken, zodat naar een oplossing gezocht kan worden.

     

  • Wanneer kunt u weer sporten?

    Of en wanneer u weer kunt gaan sporten hangt van uw persoonlijke situatie af. Wat is er precies gebeurd, wat is de behandeling geweest en welke sport(en) wilt u gaan beoefenen. In de meeste gevallen kunnen patiënten tot bepaalde hoogte hun oude bezigheden weer oppakken. De cardioloog ziet u liever op recreatief niveau sporten, dan op competitie niveau. Bergwandelen en diepzee duiken zijn ook sporten, die u het best kunt bespreken met uw behandelaar. Het is belangrijk om langzaam op te bouwen, piekbelasting te voorkomen en goed naar uw lichaam te luisteren. Bent u niet zeker wat u in uw geval kunt doen, overleg dan met de hartrevalidatieverpleegkundige, uw huisarts of cardioloog.

  • Waarom krijgt u steunkousen?

    Voor het maken van omleidingen wordt vaak gebruik gemaakt van een ader uit het been. Het duurt even voordat de functie van deze ader wordt overgenomen door de resterende aders. Dit kan leiden tot vochtophopingen in het geopereerde been. Om dit te voorkomen en/of te behandelen is het belangrijk dat u de steunkous aantrekt voordat u uit bed stapt. 's Avonds bij het naar bed gaan mag de kous weer uit. Het is de bedoeling dat u deze kous zes weken draagt. De kousen krijgt u van het ziekenhuis, en kunt u thuis gewoon wassen.

  • Wanneer mag u weer gaan werken?

    Of en wanneer u weer kunt gaan werken hangt af van uw persoonlijke situatie. Wat is er precies gebeurd, wat is de behandeling geweest en wat is uw werksituatie. Over het algemeen wordt geadviseerd uw eerste polikliniekcontrole bij de cardioloog of verpleegkundige af te wachten. Voor operatiepatiënten geldt dat u na 3 tot 6 maanden uw werk weer kunt hervatten.

    Met uw bedrijfsarts kunt u  bespreken hoe het gaat en een plan maken om weer aan het werk te gaan, of naar andere oplossingen te zoeken. Ook als en waarom werken nog niet lukt kunt u  met uw bedrijfsarts bespreken. De bedrijfsarts mag medische gegevens opvragen, maar krijgt deze alleen indien u daar schriftelijk toestemming voor heeft gegeven.

  • Wat moet u doen als u een wond heeft na een open hartoperatie?

    Indien u een open hartoperatie heeft gehad is het borstbeen tijdens de operatie in de lengte doormidden gezaagd. Aan het einde van de operatie worden beide helften weer stevig aan elkaar bevestigd met roestvrijstalen draden. In principe worden deze staaldraden niet verwijderd. De volledige genezing duurt ongeveer drie maanden.

    Om het borstbeen te ontzien is het verstandig om de eerste 6 weken na de operatie:

    • Ga de eerste weken niet in bad
    • Gebruik de eerste dagen geen zeep bij de wonden
    • Droog de wond deppend af
    • Geen zware dingen te tillen
    • Niet de hond uit te laten
    • Niet te fietsen (hometrainer mag wel)
    • Niet te zwemmen
    • Niet auto te rijden
    • Geen zware huishoudelijke werkzaamheden te verrichten
    • Niet op uw zij slapen

      Na zes weken is de genezing van het borstbeen zo ver gevorderd dat de meeste dagelijkse handelingen weer verricht kunnen worden. Na de operatie kan het gevoel van de borstkas anders zijn dan voor de operatie. Er kan sprake zijn van een doof gevoel of juist een scherpe pijn. Dit komt doordat kleine huidzenuwtakjes zijn doorgesneden. Dit zal enkele maanden nodig hebben om te herstellen.

      De operatiewonden zijn over het algemeen dicht als u naar huis gaat. Bij tekenen van wondinfectie (roodheid, warmte, pus uit de wond en/of koorts) dient u ten allen tijden contact op te nemen met de polikliniek Hart+Vaat Centrum (043-387 2727) . 
Sluit de enquête