Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Hartspierziekte (cardiomyopathie)

Behandeling

Er bestaat geen specifieke behandeling voor cardiomyopathie. De behandeling die wordt gegeven, richt zich op verlichting van de verschijnselen en op het hartfalen, als daarvan sprake is. Naast een zoutarm dieet kunnen diuretica worden voorgeschreven. Middelen voor de behandeling van boezemfibrilleren en anticoagulantia, die stolselvorming in de bloedvaten tegengaan, kunnen worden gegeven om complicaties te voorkomen. In bepaalde gevallen moet een operatie plaatsvinden. Bij ernstige hartritmestoornissen kan implantatie van een automatische defibrillator (ICD) worden overwogen. In ernstige gevallen kan harttransplantatie nodig zijn.

  • ICD (Inwendige Cardioverter Defibrillator)

    Patiënteninformatie

    Lees meer in de volgende bladen:

    Wat is een ICD of implanteerbare cardioverter defibrillator?

    Een ICD is een apparaatje dat elektrische pulsen afgeeft en wordt onder de huid geplaatst om levensbedreigende hartritmestoornissen die in de hartkamers ontstaat te beëindigen. Een ICD bewaakt het hartritme dag en nacht. Met behulp van één of meer stroom geleidende draden (elektroden) die via een bloedvat naar het hart gaan of in een bloedvat rond het hart ligt, kan de ICD het hartritme beïnvloeden. Voor de veilige behandeling van kamerritmestoornissen is één elektrode voldoende. Soms wordt een tweede of derde elektrode geplaatst wanneer de ICD als pacemaker het hart meer moet ondersteunen. Een ICD kan het hart stimuleren als het hartritme te traag is of het hartritme herstellen als het te snel is. Daarbij maakt een ICD met grote betrouwbaarheid onderscheid tussen een hartritmestoornis die behandeld moet worden en een versnelling van het hartritme door normale inspanning. 

    Een inwendige defibrillator kan op twee manieren ingrijpen om de hartslag te herstellen. Hij overstemt de kamertachycardie door kleine signaaltjes af te geven die iets sneller zijn dan de ritmestoornis. In 80 tot 90 procent van de gevallen wordt de ritmestoornis hierdoor beëindigd. Lukt het niet om op deze manier de hartslag te herstellen, dan grijpt de ICD in met een elektrische schok. De ICD heeft als voordeel dat hij onmiddellijk ingrijpt. De bloedsomloop is dan nauwelijks verstoord en het lichaam krijgt geen zuurstofgebrek. De ICD slaat de gegevens op waardoor ze later altijd kunnen beoordeeld worden. De ICD is draadloos uitleesbaar. Als dat nodig is, kan de instelling van de ICD aangepast worden.

    Wie krijgt een inwendige defibrillator?

    De cardioloog kan om verschillende redenen adviseren om een ICD te laten implanteren.

    • Therapeutische indicatie: Behandeling met een ICD als u al hartkamerritmestoornissen (ventrikeltachycardie of Ventrikelfibrilleren) heeft gehad.
    • Profylactische (preventieve) indicatie: Steeds meer mensen hebben nog geen ritmestoornissen gehad maar krijgen de ICD preventief geïmplanteerd. Zij hebben een verminderde pompfunctie van het hart en daardoor een vergroot risico op levensbedreigende hartritmestoornissen. De verminderde pompfunctie is meestal het gevolg van een(oud )hartinfarct dit door afsluiting van één of meer kransslagaders. Het kan ook zijn dat de hartspier zelf ziek is zonder dat er vernauwingen in de kransslagaders zijn of dat er sprake is van een erfelijk bepaalde elektrische hartafwijking die een grote kans geeft op levensbedreigende hartritmestoornissen. Ook deze mensen kunnen in aanmerking komen voor een ICD.

    Welke soorten ICD's zijn er? 

    • Transveneuze (via de ader) ICD;  Een transveneuze ICD is een ICD die meestal geïmplanteerd wordt in het linkerschoudergebied, enkele centimeters lager dan het sleutelbeen. Met gebruikmaking van röntgenbeeldvorming word(t)(en) de electrode(n) via een ader naar het hart geleid en bevestigd in de hartwand. Afhankelijk van uw hartaandoening worden één, twee of 3 drie electrode(n) in het hart geplaatst.
    • Eén kamer ICD: Deze transveneuze ICD heeft één elektrode en deze bevindt zich in de rechter hartkamer. De elektrode kan daar het hartritme zien en zo nodig prikkelen en kan dus zo ook functioneren als pacemaker. Tevens is deze elektrode ook de schokelektrode die de schok afgeeft bij kamerfibrillatie.
    • Twee kamer ICD: Deze transveneuze ICD heeft twee elektroden. Eén elektrode in de rechter boezem en één elektrode, zoals de 1 kamer ICD, in de rechter hartkamer. Deze beide elektroden kunnen het hartritme zien en zo nodig prikkelen en dus ook functioneren als pacemaker.
    • CRT-D: Deze transveneuze ICD heeft drie elektroden. Eén elektrode in de rechter boezem, één in de rechter kamer (is tevens ook de schokelektrode) en één op de linker kamer. Bij een gezond hart trekken de linker- en de rechterhartkamer tegelijkertijd samen. In bepaalde situaties is dit niet meer zo. De elektroden in linker en rechter hartkamer zorgen ervoor dat de twee kamers weer gelijktijdig (synchroon) samentrekken.
    • Subcutane ICD (S- ICD) : De subcutaan (onderhuids) implanteerbare cardioverter defibrillator. Dit is een ICD waarbij de ICD ongeveer 15 centimeter onder de oksel wordt geïmplanteerdEr wordt één elektrode geplaatst. Deze elektrode wordt onder de huid, onder de linker borst door, langs het borstbeen omhoog geschoven. Deze elektrode wordt dus niet in het hart gelegd en wordt ook niet in een bloedvat gelegd. Deze ICD kan nog niet functioneren als pacemaker en kan hierdoor ook nog niet met kleine prikkels het hartritme herstellen. De S- ICD elektrode ligt onder de huid rond het hart en is enkel een schokelektrode. Deze ICD wordt geplaatst onder anesthesie.

     

    Heeft u nog vragen? 

    Neem dan contact op met: 

    • de ICD verpleegkundigen van de polikliniek Hart+Vaat Centrum/Maastricht UMC+ 
      Telefoon: 043-3872727 (op werkdagen van 8.30 tot 17.00 uur) 
      E-mail: pm.icdverpleegkundige.hvc@mumc.nl (vermeld hierbij altijd uw naam en geboortedatum!) 

     

     

     

    Lees meer

  • Ablatie

    Patienteninformatie

    Lees meer op het volgende blad

    Wat is een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) en een ablatie?

    Bij een EFO onderzoekt de cardioloog de elektrische geleiding en/of prikkelbaarheid van uw hart. Dit gebeurt via dunne buisjes (katheters) die via de ader(s) in één of beide liezen naar het hart toe gebracht worden onder plaatselijke verdoving. Deze katheters worden met kabeltjes verbonden met de computer waarmee het hart geprikkeld kan worden. Met dit prikkelen van het hart proberen we doorgaans een ritmestoornis op te wekken. Er worden dan bepaalde series van prikkels naar uw hart gestuurd. Het EFO kan één tot enkele uren duren.
    Wanneer er tijdens het EFO een ritmestoornis wordt opgewekt en deze is geanalyseerd, wordt met u besproken hoe dit is te verhelpen/behandelen. In de meeste gevallen wordt de ritmestoornis direct behandeld door een ‘ablatie’. Bij een ablatie beschadigt de arts uw hartweefsel (meestal) door middel van verhitting op de plek van de ritmestoornis. Hierdoor ontstaan er littekens die de voortgeleiding van de elektrische prikkels blokkeren. Er kan echter ook met u worden besloten om de behandeling op een ander moment uit te voeren.

     

     

    Opname

    Over het algemeen wordt u voor een EFO 2 dagen in het ziekenhuis opgenomen. De duur van de opname is afhankelijk van uw medische achtergrond. Dit wordt beoordeeld in een voorbereidend gesprek op de polikliniek. In uw opnamebrief staat wanneer en op welk tijdstip u wordt opgenomen voor de ingreep. Dit kan zijn op de dag vóór de ingreep, of pas op de dag zelf. Het kan gebeuren dat u, bijvoorbeeld vanwege het resultaat van het EFO of vanwege een complicatie, langer dan gepland in het ziekenhuis moet blijven. Uiteraard wordt er alles aan gedaan om u zo snel als mogelijk te helpen. Soms zijn er onvoorziene omstandigheden waardoor het kan gebeuren dat u later aan de beurt bent of dat het EFO uitgesteld wordt. U krijgt dan een nieuwe oproep of u wordt, indien mogelijk, de dag erna geholpen.

    Het onderzoek

    Voor het onderzoek verdooft de cardioloog plaatselijk uw liezen en brengt dunne buisjes in (als toegangspoortjes) in één of meer bloedvaten in de lies. Via de dunne buisjes is het mogelijk om de katheters in uw hart te plaatsen. U voelt tijdens het onderzoek dat de cardioloog de katheters beweegt via de lies en u kunt hartkloppingen voelen als gevolg van het plaatsen en bewegen van de katheters in het hart. De katheters worden met kabels verbonden met de computer. De computer verstuurt series van prikkels om een eventuele ritmestoornis uit te lokken. Regelmatig wordt aan u gevraagd hoe het met u gaat. Houdt u er rekening mee dat u gedurende het onderzoek op een smalle tafel ligt waar röntgenbuizen omheen draaien. Soms komen deze buizen dicht bij u in de buurt, dit kan geen kwaad. De duur van het onderzoek is variabel en hangt van meerdere factoren af, doorgaans is de totale duur niet langer dan 2 uur.

    Wanneer er tijdens het EFO een ritmestoornis wordt opgewekt en deze is geanalyseerd, wordt met u besproken hoe dit is te verhelpen/behandelen. In de meeste gevallen wordt de ritmestoornis direct behandeld door een ablatie.

    Na het onderzoek

    Na het onderzoek verwijdert de cardioloog de katheters en de buisjes uit uw liezen. Meestal zitten de buisjes in de aders en zal de cardioloog een paar minuten op de aders in de liezen drukken om het eerste bloeden te stoppen. Hierna krijgt u een drukverband en ligt u, gedurende 6 uur, zo plat mogelijk op uw rug in bed. Het is belangrijk dat u zich aan deze richtlijnen houdt. Terug op de verpleegafdeling zal regelmatig uw bloeddruk en een eventuele nabloeding in de liezen gecontroleerd worden. Na de noodzakelijke bedrust en controles zal het drukverband verwijderd worden. Hierna mag u rechtop zitten en voorzichtig een stukje lopen over de gang. Na het onderzoek mag u weer gewoon eten en drinken. Medicijnen neemt u in overleg met de verpleegkundige en arts op de afdeling.

    Weer thuis 

    U dient de eerste tijd rustig aan te doen. De eerste 3 dagen mag u niet autorijden en fietsen. Bespreek met uw arts wanneer u uw werk of sporten weer mag hervatten. Wanneer een arts waarschuwen? Bij een nabloeding, pijn, onwel gevoel of andere klachten dient u contact op te nemen met de verpleging van afdeling D4 van het Hart+Vaat Centrum/Maastricht UMC+ telefoon: 043 – 3874440/3876440. 

    Contact

    Als u na het lezen van deze informatie nog vragen hebt, neem dan contact met ons op. Voor vragen over: 

    • de voorbereiding/medicatie of de ingreep:043-387 20 30 (maandag en donderdag tussen 11.00 en 12.00 uur) 
    • planning:Planbureau Hartkatheterisatie 043-387 52 64 (op werkdagen tussen 09.00 uur en 12.00 uur) 

    Andere vormen van ablatie zijn meestal bedoeld voor specifieke ritmestoornissen:

    Bij sommige technieken maakt de arts ook littekens aan de buitenkant van het hart. Daarvoor is een (kijk)operatie nodig (ritmechirurgie).

     

     

    Lees meer

  • Pacemaker implantatie

    Patiënteninformatie

    Lees meer in de volgende bladen:

    Wat is een pacemaker?

    Het hart is een holle spier die bestaat uit een linkerhelft en een rechterhelft. Elke helft bestaat weer uit twee delen: bovenaan zit de boezem, onderaan de kamer. Door zich samen te trekken pompt het hart het bloed door het lichaam. In normale toestand gebeurt dat zo’n 60 tot 90 keer per minuut, bij inspanning kan het wel 160 tot 180 keer per minuut zijn. De elektrische prikkel die voor dit pompen nodig is, ontstaat in de sinusknoop, een regelcentrum in de rechterboezem. Pacemaker betekent letterlijk ‘gangmaker’. Een pacemaker is een klein elektronisch apparaatje dat onder de huid wordt geplaatst, bij voorkeur onder het linker sleutelbeen.

    Een pacemaker zorgt ervoor dat het hart in het normale ritme blijft pompen. Wanneer het hartritme te traag is, geeft de pacemaker automatisch een kleine impuls af. Daardoor trekt het hart weer in het juiste ritme samen. Een pacemaker heeft een bewegingssensor waardoor er onderscheid gemaakt wordt tussen een situatie waarin u rustig met iets bezig bent en een situatie waarin u zich juist heel erg inspant. De pacemaker past zijn ritme daarop aan. De pacemaker bevat een chip en een batterij die zes tot acht jaar meegaat. Uit het apparaatje komen elektrodedraden die via de bloedvaten naar het hart lopen. De chip van een pacemaker kan elke moment uitgelezen worden om te zien hoe uw hart zich heeft gedragen. Het uitlezen gebeurt simpelweg door een apparaat tegen uw borst te houden.
     

    De implantatie

    Nadat uw cardioloog u verteld heeft dat u in aanmerking komt voor een pacemaker, wordt een afspraak met u gemaakt voor een gesprek op de polikliniek met een cardioloog die gespecialiseerd is in hartritme en pacemakers. Aansluitend krijgt u een gesprek met de pacemakerverpleegkundige. De cardioloog en de verpleegkundige zullen u uitleg geven over de implantatie, de voorbereiding, de nazorg en het leven met een pacemaker.

     

    Leefregels

    Niets is menselijker dan een terughoudende en zelfs enigszins wantrouwende reactie op iets wat nieuw en onbekend is. Ook onzekerheid is dan niet vreemd. Dat geldt zeker wanneer er een technisch apparaat in uw lichaam wordt geïmplanteerd. Wij geven u graag een aantal nuttige tips over leven met een pacemaker.

     

     

    Lees meer

Sluit de enquête