• Patiënteninformatie

    Wilt u meer weten? Lees dan de folder: 

    Wat is een hartkatheterisatie

    Een hartkatheterisatie is een onderzoek naar de bloedvaten van uw hart. Deze bloedvaten heten ook wel kransslagaders. Via deze slagaders stroomt zuurstofrijk bloed naar de hartspier.

    De arts kijkt tijdens het onderzoek of er een vernauwing zit in de kransslagaders. Door een vernauwing stroomt het bloed minder goed.

    Een hartkatheterisatie is bijvoorbeeld nodig bij een hartinfarct of bij pijn op de borst (ook wel angina pectoris genoemd).

    Wat is een dotterbehandeling?

    Een dotterbehandeling is een manier om een vernauwing in de kransslagaders te verhelpen. 

    Soms ziet de arts tijdens de hartkatheterisatie dat een dotterbehandeling nodig is. De arts bespreekt dit met u. Als het kan, voert de arts de behandeling direct uit.

    Meer informatie

    Wilt u alle informatie rustig nalezen? Dat kan in de folder:

     

     

     

    Lees meer

  • Patiënteninformatie

    Lees meer in de volgende bladen:

    Wat is een ICD?

    Een ICD is een apparaatje dat onder de huid wordt geplaatst.
    Het doel van een ICD is om een levensbedreigende hartritmestoornis te beëindigen via een elektrode of lead. Een elektrode of lead is een draad waar stroom doorheen gaat. 
    Een ICD beschermt u tegen een plotseling overlijden aan een levensbedreigende hartritmestoornis. Deze hartritmestoornis komt uit de hartkamers.

    Waarom krijgt u een ICD?

    Als u een grotere kans heeft op een levensbedreigende hartritmestoornis of eerder een levensbedreigende hartritmestoornis heeft gehad, krijgt u  een ICD.

    Een levensbedreigende hartritmestoornis is een  kamerritmestoornis. Dit betekent dat de hartkamers zeer snel en ongecoördineerd samentrekken. Hierdoor wordt er nauwelijks nog bloed rondgepompt. Dit noemen we ook ventrikel tachycardie en ventrikel fibrilleren. 
    Als deze hartritmestoornis niet behandeld wordt, kan het tot de dood leiden.

    Een ICD bewaakt constant uw hartritme en kan het hartritme corrigerenWaardoor de levensbedreigende ritmestoornis wordt beëindigd. 
    Wanneer dit niet lukt geeft de ICD een elektrische schok waardoor het hart weer een normaal ritme krijgt. 
    Een ICD kan meestal ook als pacemaker werken. Dit betekent dat de ICD ingrijpt als het hartritme te traag is. 
    Er zijn verschillende soorten ICD’s. Uw cardioloog bepaalt samen met u welke ICD  het meest geschikt voor u is.

    Welke soorten ICD's zijn er? 

    • Transveneuze (via de ader) ICD;  Een transveneuze ICD is een ICD die meestal geïmplanteerd wordt in het linkerschoudergebied, enkele centimeters lager dan het sleutelbeen. Met gebruikmaking van röntgenbeeldvorming word(t)(en) de electrode(n) via een ader naar het hart geleid en bevestigd in de hartwand. Afhankelijk van uw hartaandoening worden één, twee of 3 drie electrode(n) in het hart geplaatst.
    • Eén kamer ICD: Deze transveneuze ICD heeft één elektrode en deze bevindt zich in de rechter hartkamer. De elektrode kan daar het hartritme zien en zo nodig prikkelen en kan dus zo ook functioneren als pacemaker. Tevens is deze elektrode ook de schokelektrode die de schok afgeeft bij kamerfibrillatie.
    • Twee kamer ICD: Deze transveneuze ICD heeft twee elektroden. Eén elektrode in de rechter boezem en één elektrode, zoals de 1 kamer ICD, in de rechter hartkamer. Deze beide elektroden kunnen het hartritme zien en zo nodig prikkelen en dus ook functioneren als pacemaker.
    • CRT-D: Deze transveneuze ICD heeft drie elektroden. Eén elektrode in de rechter boezem, één in de rechter kamer (is tevens ook de schokelektrode) en één op de linker kamer. Bij een gezond hart trekken de linker- en de rechterhartkamer tegelijkertijd samen. In bepaalde situaties is dit niet meer zo. De elektroden in linker en rechter hartkamer zorgen ervoor dat de twee kamers weer gelijktijdig (synchroon) samentrekken.
    • Subcutane ICD (S- ICD) : De subcutaan (onderhuids) implanteerbare cardioverter defibrillator. Dit is een ICD waarbij de ICD ongeveer 15 centimeter onder de oksel wordt geïmplanteerdEr wordt één elektrode geplaatst. Deze elektrode wordt onder de huid, onder de linker borst door, langs het borstbeen omhoog geschoven. Deze elektrode wordt dus niet in het hart gelegd en wordt ook niet in een bloedvat gelegd. Deze ICD kan nog niet functioneren als pacemaker en kan hierdoor ook nog niet met kleine prikkels het hartritme herstellen. De S- ICD elektrode ligt onder de huid rond het hart en is enkel een schokelektrode. Deze ICD wordt geplaatst onder anesthesie.

    Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met: 

    • Polikliniek Hart+Vaat Centrum 
       ICD verpleegkundigen 
      Telefoon: 043-3872727 
      E-mail: pm.icdverpleegkundige.hvc@mumc.nl
      (vermeld bij een e-mail altijd uw naam en geboortedatum)

     

     

     

    Lees meer

  • Meer informatie over een ablatie vindt u bij EFO en ablatie bij hartritmestoornissen. 


     

     

  • Medicijnen zijn belangrijk voor uw behandeling en herstel. Ze helpen om klachten van ziektes te verminderen of te voorkomen. 

    Iedereen krijgt medicijnen die passen bij zijn of haar eigen situatie. 

    Wilt u meer weten? Kijk dan op de website van de MUMC+ apotheek . U kunt ook de online Medicatiewijzer  gebruiken. 

    Heeft u een vraag over uw medicijnen? Stel deze dan aan de online apotheker .

     

    Website Apotheek MUMC+

     

    Hieronder staan  een aantal medicijnen die uw arts of gespecialiseerd verpleegkundige kan voorschrijven voor de behandeling van hart- en vaatproblemen:

    • Middelen tegen ritmestoornissen zorgen ervoor dat het hartritme weer normaal wordt.
    • Vaatverwijders zorgen ervoor dat het bloed beter door de vaten naar het hart stroomt. Deze worden bijvoorbeeld gebruikt bij angina pectoris en hartfalen. Er zijn drie soorten vaatverwijders: nitraten, ACE-remmers en calciumantagonisten.
    • Bloedverdunners zorgen ervoor dat het bloed minder snel stolt. Er zijn twee typen bloedverdunners: antistollingsmiddelen (deels via de trombosedienst) en plaatjesremmers. Artsen schrijven plaatjesremmers voor bij angina pectoris of een hartinfarct en antistollingsmiddelen bij onder andere boezemfibrilleren en een mechanische kunsthartklep.
    • Cholesterolverlagers worden voorgeschreven aan hart- en vaatpatiënten met vernauwingen in de aders. Daarnaast worden deze ook voorgeschreven aan patiënten met een verhoogd risico op het krijgen van hart- en vaatziekten, bijvoorbeeld door roken, hoge bloeddruk, overgewicht, diabetes en verhoogd cholesterol.
    • Plastabletten hebben effect op de bloeddruk; door het verlies van overtollig vocht met de urine gaat de bloeddruk omlaag. Plastabletten worden onder andere voorgeschreven bij hoge bloeddruk of hartfalen.

    Bovenstaande middelen zijn slechts een kleine greep uit een heel assortiment aan medicatie ten behoeve van hart- en vaatziekten. 
    Uw arts bepaalt samen met u welke medicatie voor u noodzakelijk is.

    Lees meer

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.