Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.
  • Hartoperatie

    Patiënteninformatie: 

    Lees meer in de volgende bladen of hieronder op de pagina. 

    Algemene informatie over een hartoperatie in het MUMC+

    Bekijk bovenstaande film "met een gerust hart".  De meest voorkomende operatie in het MUMC+ is een bypassoperatie ook wel genoemd CABG.

    De chirurg die u opereert wordt meestal hartchirurg genoemd, maar is officieel een “cardiothoracaal chirurg”, omdat hij/zij naast het hart ook operaties uitvoert aan andere organen in de borstkas. Binnen de afdeling cardiothoracale chirurgie worden artsen opgeleid tot cardiothoracaal chirurg en dus kan het zijn dat u geopereerd wordt door een chirurg in opleiding. Deze operatie wordt altijd uitgevoerd onder begeleiding van een cardiothoracaal chirurg. Wij verzoeken u alles thuis rustig door te lezen. Als u nog vragen hebt, schrijf deze dan op. Tijdens uw polikliniek bezoek of tijdens uw opname kunt u deze vragen aan de verpleegkundige of de arts stellen.

    Ontwikkelingen binnen de hartchirurgie volgen elkaar snel op. Nieuwe behandelingsmethoden worden geregeld geïntroduceerd. De informatie op deze website geeft u slechts een indruk van de situatie zoals hij nu is. Vanzelfsprekend zullen nieuwe ontwikkelingen in een gesprek met u worden doorgenomen. In dit schrijven hebben wij de ideale situatie rondom de operatie geschetst. Door omstandigheden kunnen echter altijd dingen bij u anders verlopen. Het kan bijvoorbeeld altijd mogelijk zijn dat u langer verblijft op de Intensive Care, Medium care of op de verpleegafdeling.

    De behandeling wordt altijd aangepast aan de situatie van de individuele patiënt. Nieuwe technieken maken het tegenwoordig mogelijk om operaties te kunnen doen die jaren geleden nog onmogelijk waren of teveel risico’s met zich meebrachten. Hoe zorgvuldig uw cardioloog en hartchirurg de risico’s ook hebben afgewogen voordat zij u voor een hartoperatie voorstelden, elke hartoperatie geeft kans op complicaties. Het is dan ook zeer belangrijk dat aan u duidelijke informatie is verstrekt zodat u en uw familie een weloverwogen beslissing kunnen nemen. Nogmaals, stel gerust al uw vragen. Voor meer informatie bekijk de informatiefilm "met een gerust hart".

    Alle medewerkers van de afdeling cardiothoracale chirurgie wensen u een spoedig herstel toe.

    Informatie over uw opname en de dag van de operatie

    Op de dag van de opname en de dag van de operatie vinden onderstaande activiteiten plaats om u te informeren en voor te bereiden op de operatie:

    • U wordt meestal opgenomen op afdeling D4
    • U krijgt een opnamegesprek met een verpleegkundige.
    • U krijgt een gesprek met een arts van de cardiothoracale chirurgie. Deze vult samen met u een medische vragenlijst in en doet een lichamelijk onderzoek.
    • Er wordt bloed bij u afgenomen. Dit is om te kijken of er geen afwijkend bloedwaarden zijn die wijzen op bijvoorbeeld in een infectie.
    • Er wordt een 2de keer bloed geprikt om te bepalen wat uw bloedgroep is. 
    • U gaat (onder begeleiding) naar de röntgenafdeling om een longfoto te laten maken.
    • De fysiotherapeut komt bij u langs. U  krijgt instructies over ademhalingsoefeningen en het zogenaamde "ophoesten". Verder krijgt u een Triflow apparaatje. Dit is een hulpmiddel om de longen goed te laten ontplooien. De fysiotherapeut geeft u ook informatie over het revalidatieproces na de operatie.
    • De anesthesist geeft u uitleg over de narcose tijdens de operatie en de slaapmedicatie die u van de verpleegkundige de nacht voor de operatie zult krijgen.
    • De hartchirurg, of de assistent chirurg die betrokken is bij uw operatie, geeft u uitleg over de aard van de operatie, de duur en het tijdstip van de operatie. Als u nog specifieke vragen over de operatie hebt, is dit de gelegenheid om deze te stellen.
    • Bent u op de pré-operatieve poli bent geweest, dan krijgt u bovenstaande informatie op de polikliniek.   

     

    Lees meer

  • Katheterablatie

    Katheterablatie ook wel genoemd elektrofysiologisch onderzoek (EFO) en ablatie genoemd.

    Patiënteninformatie

    Lees meer in het volgende blad:

     

     

  • Pacemaker implantatie

    Patiënteninformatie

    Lees meer in de volgende bladen:

    Wat is een pacemaker?

    Het hart is een holle spier die bestaat uit een linkerhelft en een rechterhelft. Elke helft bestaat weer uit twee delen: bovenaan zit de boezem, onderaan de kamer. Door zich samen te trekken pompt het hart het bloed door het lichaam. In normale toestand gebeurt dat zo’n 60 tot 90 keer per minuut, bij inspanning kan het wel 160 tot 180 keer per minuut zijn. De elektrische prikkel die voor dit pompen nodig is, ontstaat in de sinusknoop, een regelcentrum in de rechterboezem. Pacemaker betekent letterlijk ‘gangmaker’. Een pacemaker is een klein elektronisch apparaatje dat onder de huid wordt geplaatst, bij voorkeur onder het linker sleutelbeen.

    Een pacemaker zorgt ervoor dat het hart in het normale ritme blijft pompen. Wanneer het hartritme te traag is, geeft de pacemaker automatisch een kleine impuls af. Daardoor trekt het hart weer in het juiste ritme samen. Een pacemaker heeft een bewegingssensor waardoor er onderscheid gemaakt wordt tussen een situatie waarin u rustig met iets bezig bent en een situatie waarin u zich juist heel erg inspant. De pacemaker past zijn ritme daarop aan. De pacemaker bevat een chip en een batterij die zes tot acht jaar meegaat. Uit het apparaatje komen elektrodedraden die via de bloedvaten naar het hart lopen. De chip van een pacemaker kan elke moment uitgelezen worden om te zien hoe uw hart zich heeft gedragen. Het uitlezen gebeurt simpelweg door een apparaat tegen uw borst te houden.
     

    De implantatie

    Nadat uw cardioloog u verteld heeft dat u in aanmerking komt voor een pacemaker, wordt een afspraak met u gemaakt voor een gesprek op de polikliniek met een cardioloog die gespecialiseerd is in hartritme en pacemakers. Aansluitend krijgt u een gesprek met de pacemakerverpleegkundige. De cardioloog en de verpleegkundige zullen u uitleg geven over de implantatie, de voorbereiding, de nazorg en het leven met een pacemaker.

     

    Leefregels

    Niets is menselijker dan een terughoudende en zelfs enigszins wantrouwende reactie op iets wat nieuw en onbekend is. Ook onzekerheid is dan niet vreemd. Dat geldt zeker wanneer er een technisch apparaat in uw lichaam wordt geïmplanteerd. Wij geven u graag een aantal nuttige tips over leven met een pacemaker.

     

     

    Lees meer

  • Hartklepoperatie/hartklepvervanging

    In uw hart zitten vier hartkleppen: de aortaklep, pulmonalisklep, mitralisklep en tricuspidalisklep. Deze hartkleppen zorgen er door te openen of te sluiten voor dat het bloed in uw lichaam in de juiste richting blijft stromen. Door een hartklepaandoening kan er schade aan het hart ontstaan. Uw hart raakt overbelast en u kunt last krijgen van kortademigheid, pijn op de borst, onregelmatige hartslag, vermoeidheid en duizeligheid bij een inspanning. Er kan sprake zijn een lekkende hartklep (insufficientie), vernauwde hartklep (stenose) of een combinatie van beide. Indien deze aandoening leidt tot klachten of gevolgen heeft voor functioneren van uw hart dan kan een hartklepoperatie noodzakelijk zijn. 

    Wat is een hartklepoperatie?
    Bij een hartklepoperatie beoordeelt de hartchirurg eerst of het mogelijk is om uw hartklep(pen) te repareren. Een reparatie gebeurt met behulp van hartklepplastiek en is vooral bij de mitralisklep en tricuspidalisklep vaak mogelijk. Maar ook de aortaklep kan gerepareerd worden.

    Hartklepvervanging
    Als een hartklepplastiek niet mogelijk is, wordt de beschadigde hartklep vervangen door een prothese. Er zijn twee soorten prothesen: mechanische- en biologische kunstkleppen.

    Mechanische kunstkleppen: de mechanische kunstkleppen zijn gemaakt van duurzaam materiaal zoals kunststof of koolstof en metaal. Ze slijten nauwelijks en gaan in principe levenslang mee. Sommige van deze kleppen zijn duidelijk hoorbaar, andere maken weinig geluid. Wie een mechanische klep krijgt, moet daarna altijd een antistollingsmiddel (bloedverdunner) blijven slikken. Het gebruik van bloedverdunners is belangrijk omdat anders bloedcellen aan de kunstklep kunnen vastkleven en een bloedstolsel op de klep kan ontstaan. Als er een bloedstolsel op de nieuwe klep ontstaat kan de klep niet meer goed openen en sluiten. Er wordt dan bij u regelmatig bloedgeprikt bij de Trombosedienst (http://www.trombosestichting.nl) om te controleren of het bloed niet te dik is. De medewerkers van de Trombosedienst zorgen er voor dat u weet hoeveel tabletjes u dagelijks moet slikken tot de volgende controle. In sommige gevallen is het ook mogelijk uw bloed zelf te controleren met behulp van een vingerprik. U kunt hiervoor informatie opvragen bij de Trombosedienst

     

    Biologische kunstkleppen: de biologische kunstkleppen (of bioprothesen) zijn gemaakt van speciaal bewerkt weefsel van dieren (varkens of runderen) of het zijn donorkleppen van mensen. Menselijke kleppen zijn niet beter dan dierlijke. De biologische kleppen hebben als voordeel dat ze geluidloos zijn en dat u er geen antistollingsmiddel bij hoeft te gebruiken. Het belangrijkste nadeel is dat ze kunnen slijten en soms weer vervangen moeten worden. Bij jongere mensen kan een biologische klep in de loop der jaren ook gaan verkalken en daardoor vernauwd raken. Bij mensen boven de 65 jaar gebeurt dit veel minder en is de levensduur van de kleppen aanvaardbaar. Daarom krijgen mensen van 65 jaar en ouder, die in het  MUMC een hartoperatie ondergaan, meestal een biologische klep. Uw chirurg zal met u bespreken wat voor u de beste klep is. Deze keuze is onder andere afhankelijk van uw leefstijl, toestand van uw hart, eventuele bijkomende ziekten en uw persoonlijke voorkeur.

     

    Hoe gaat de behandeling zijn werk?

    Het hart kan voor een hartklepoperatie op een aantal manieren benaderd worden. Meestal zal de chirurg het borstbeen openen (sternotomie) zodat het hart vrij komt te liggen. In sommige gevallen kan het hart ook benaderd worden via een kleinere sternotomie (minimaal invasieve aortaklepvervanging) of via de ribbenkast (minimal invasieve mitralisklepchirurgie). De hartklepoperatie duurt gemiddeld twee-zes uur, afhankelijk van de soort ingreep. Tijdens de operatie neemt de hart-longmachine de pompfunctie van het hart en de zuurstofvoorziening van het bloed over. Hierdoor kan de hartchirurg de operatie aan een onbeweeglijk hart uitvoeren.

    In het geval van een aortaklepoperatie kan een klassieke operatie te risicovol worden geacht en een nieuwe hartklep via de lies of via de punt van het hart worden ingebracht. Dit heet een TAVI procedure. TAVI staat voor Transcatheter Aortic Valve Implantation en houdt in dat:

    • via een katheter (transcatheter)
    • een nieuwe aortaklep (Aortic Valve)
    • wordt geïmplanteerd (Implantation)

     

    Lees meer

Sluit de enquête