Behandelingen | Hartoperatie

Opname en OK

Informatie omtrent uw verblijf bij uw hartoperatie

Wat neemt u mee 

U hebt voor de eerste dagen in hetziekenhuis niet veel spullen nodig. Spullen die u mee moet nemen voorde eerste twee dagen na de operatiezijn:

  • pyjama;
  • setje ondergoed;
  • pantoffels/slippers;
  • toiletartikelen;
  • Triflow (ademhalingsapparaat);
  • Medicijnen die u thuis gebruikt;
  • voor vrouwen een goed passende steungevende BH.

Wanneer het bezoek naar huis gaat kunt u uw pyjama aantrekken en uw gewone kleding en schoenen aan de familie mee naar huis geven. Laat waardevolle spullen zoals geld en sieraden thuis. Deze hebt u de eerste dagen niet nodig. Familie of vrienden kunnen u overige spullen brengen wanneer u op afdeling D4 terug bent. Wanneer dat niet mogelijk is kunnen we uw spullen in een kluisje op de afdeling opbergen. Gelieve dit te beperken in verband met beperkte ruimte en mogelijk verlies.

Voorbereidingen voor de operatie

Op de dag van opname in het MUMC komt de verpleegkundige na het avondbezoek bij u op de kamer. Om de kans op infecties te verkleinen moet u zich douchen met een speciale zeep. De verpleegkundige zal u hiervoor de instructies geven. U krijgt de slaapmedicatie die de anesthesist eventueel heeft voorgeschreven. De slaapmedicatie zorgt ervoor dat u de nacht voor de operatie goed kunt slapen.

De dag van de operatie

Als u in de ochtend geopereerd wordt, zal de verpleegkundige u wekken zodat u nog naar het toilet kunt gaan en u eventueel nog wat kunt op frissen. Verder zullen ze u helpen met het uittrekken van uw pyjama en het aantrekken van het operatiejasje. U moet gebitsprothesen uitdoen, dit geldt ook voor gehoorapparaten en sieraden. Uw spullen zullen door de verpleegkundige in een plastic tas opgeborgen worden. Op deze plastic tas wordt uw naam geschreven en deze gaat mee naar de Intensive Care afdeling (F3). De verpleegkundige zal u (gedeeltelijk) uw eigen medicijnen geven. De verpleegkundige brengt u om 7.45 uur naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling (uitgezonderd woensdag, dan om 8.15 uur).

In de voorbereidingsruimte aangekomen, wordt u van het bed op de operatietafel geholpen. Een operatieassistente rijdt u vervolgens naar de operatieruimte. In deze ruimte staat de anesthesist op u te wachten. Deze plaatst elektroden op uw armen en borst om uw hartritme te registreren. Ook brengt de anesthesist twee infusen in uw arm. Een om de slaapmedicatie toe te dienen en een om continu de bloeddruk te meten. Het in slaap maken via het infuus gebeurt op een rustige manier. Daarna merkt u niets meer van de operatie.

De Intensive Care (IC) F3

Na de operatie wordt u, terwijl u nog slaapt, overgeplaatst naar de Intensive Care afdeling F3. De chirurg of de assistent-chirurg neemt telefonisch contact op met uw contactpersoon en geeft informatie over het verloop van de operatie. Als de familie of de contactpersoon dat willen, mogen ze vanaf één uur na het telefonisch contact een bezoek brengen aan u op de Intensive Care afdeling F3.

Op de Intensive Care afdeling F3 krijgt u een intensieve verzorging en bewaking. Hier wordt u langzaam wakker. Tijdens de operatie is een buisje (tube) in uw luchtpijp gebracht, waardoor u wordt beademd. Hierdoor kunt u niet praten. Het verpleegkundig personeel op de Intensive Care is erop getraind om vragen te stellen waarop u kunt antwoorden door alleen ja te knikken of nee te schudden. Als dit buisje er na enige tijd uit is gehaald, kunt u weer praten en mag u langzaam beginnen met drinken. De meeste patiënten verblijven één nacht op de Intensive Care F3 en worden in de loop van de daarop volgende dag naar de medium care op afdeling C3 overgeplaatst of direct naar afdeling D4.  De hartchirurg beslist naar welke afdeling  u gaat. De Intensive Care F3 is een drukke afdeling. Zowel overdag als ’s nachts gebeurt er veel. Altijd draaien er wel machines en er klinken geregeld alarmen. Het is er nooit helemaal rustig of donker.

Fysiotherapie

De fysiotherapeut komt op de dag van de operatie bij u langs op de Intensive Care F3 op het moment dat het beademingsbuisje is verwijderd. De fysiotherapeut gaat er samen met u voor zorgen dat de ademhaling weer zo goed mogelijk gaat verlopen. U gaat de longen weer trainen door goede en vooral diepe in- en uitademingen. De werking van de longen is onder meer een belangrijke maatstaf om te bepalen of u overgeplaatst kunt worden naar de Medium Care of de verpleegafdeling. Daar wordt het oefenprogramma snel uitgebreid.

Verpleegafdeling C3 (medium care)

Tijdens uw verblijf op de Medium Care, ongeveer 24 uur, wordt u nog steeds intensief bewaakt. U wordt opnieuw aangesloten op een monitor voor bewaking van uw hartritme, bloeddruk, zuurstofgehalte en ademhaling. U hebt een infuus waardoor u vocht toegediend krijgt. Ook is het mogelijk dat u nog drains (slangetjes om hetwondvocht af te voeren) hebt. U krijgt zuurstof toegediend via een neusslangetje en u hebt de blaaskatheter nog in. Wanneer u geen last hebt van misselijkheid mag u langzaam beginnen met eten en drinken. De volgende ochtend, de tweede dag na uw operatie, wordt door de verpleegkundige verschillende handelingen bij u verricht:

  • u wordt volledig gewassen
  • de borstwond en de eventuele beenwond wordt verzorgd
  • Ted-kous wordt aangemeten en aangetrokken
  • infuus, blaaskatheter en eventueel drains worden mogelijks verwijderd

Nadat u ’s ochtends geheel verzorgd bent en als uw toestand het toelaat wordt u door de verpleegkundige uit bed geholpen in een stoel. U wordt gewogen om te kijken hoeveel u in gewicht bent aangekomen ten gevolge van extra vochttoediening die tijdens de operatie heeft plaatsgevonden. Wanneer uw gewicht is toegenomen, krijgt u zo nodig via het infuus nog extra medicijnen om het plassen te stimuleren om zo het overtollige vocht kwijt te raken. De blaaskatheter blijft dan tot de middag zitten totdat de medicijnen zijn uitgewerkt. U mag starten met voeding. U zult merken dat u nog geen of weinig eetlust hebt en/of dat het eten u niet smaakt. Dit kan door de narcose zijn. De zaalarts zal u samen met de hartchirurg in de ochtend bezoeken en zij beslissen of u in de loop van de ochtend overgeplaatst kunt worden naar verpleegafdeling D4. Uw familie kan na 10.00 uur bellen om te informeren hoe het met u gaat en of u naar afdeling D4 overgeplaatst zult worden.

Verpleegafdeling D4

Verpleegafdeling D4 heeft zowel 1 persoons-, 2 persoons- als 4 persoonskamer. Mannen en vrouwen worden in de regel apart verpleegd, maar soms kan er een situatie ontstaan waarin apart verplegen niet mogelijk is. Op de afdeling wordt patiëntgericht verpleegd. Dit wil zeggen dat een verpleegkundige, eventueel met een leerling of stagiaire, de zorg voor enkele patiënten op zich neemt. Deze verpleegkundige zal u de zorg bieden die u nodig hebt en u ondersteunen waar nodig. Op de afdeling wordt gestart met de revalidatie. U zult merken dat op de afdeling minder intensieve zorg is dan u de afgelopen dagen gewend was. De verpleegkundigen zullen u ook aanmoedigen tot meer zelfstandigheid. Natuurlijk wordt u, waar nodig, geholpen. Het is aan uzelf om langzamerhand weer de normale dagelijkse dingen op te pakken. In de praktijk zal dat niet altijd even gemakkelijk zijn. U zult wellicht nog last hebben van vermoeidheid, spierpijn, wondpijn en mogelijk kortademigheid. Er zullen ook altijd dagen zijn dat u zich wat minder voelt dan voorgaande dagen. Reageer op signalen van uw lichaam. Als bepaalde handelingen niet gaan, stop er dan mee en vraag zonodig hulp. Probeer later of het wel lukt.

Ritmebewaking
Wanneer u wordt overgeplaatst van de Medium Care naar verpleegafdeling D4 wordt u afgekoppeld van de monitor en zult u een los ritme bewakingskastje (telemetrie) krijgen. Dit ritme bewakingskastje is door middel van enkele elektrodes op uw bovenlichaam bevestigd. Zo kan uw hartritme op afstand alsnog bewaakt worden.

Artsenvisite
Dagelijks wordt er door de zaalarts, de hartchirurg en de verpleegkundige visite gelopen. Tijdens de visite wordt besproken hoe het genezingsproces verloopt na de operatie. Verder krijgt u de gelegenheid om uw vragen te stellen. Schrijf uw vragen voor de arts gedurende de dag op.

Onderzoeken
Op de derde en vijfde dag na de operatie worden nog enkele onderzoeken gedaan. We noemen dit een protocol. Er wordt bloed geprikt, een longfoto en een hartfilmpje gemaakt. Afhankelijk van de uitslagen wordt er een voorlopige ontslagplanning gemaakt.

Pijn
Door de operatie kunt u pijn hebben aan uw borst- en/of beenwond. Sommige patiënten hebben voordat ze geopereerd werden ook last van pijn op de borst gehad. Dit is echter een andere soort pijn dan die u na de operatie ervaart. Als u na de operatie weer dezelfde pijn ervaart als voor de operatie dan dient u dit meteen aan de verpleegkundige te melden. Gebruik de pijnstillers als ze u aangeboden worden. Wacht niet tot u pijn krijgt, maar zorg ervoor dat u de pijn voor bent. Wanneer u minder pijn ervaart kunt u zich beter bewegen en dieper doorademen waardoor u eventueel aanwezig slijm beter kunt ophoesten. Is de pijnstillende medicatie niet voldoende, geef dit aan en vraag aan de verpleegkundige of aan de arts om u andere medicijnen voor te schrijven. Het is belangrijk dat u vooral aan het begin van de dag en kort voor het slapen gaan de pijnstillers inneemt. Dit zijn de momenten waarop de pijn vaak op zijn ergst is. Vooral voor de nacht werkt een pijnstiller beter dan een slaaptablet om de nacht rustig door te komen.

Het registreren van pijn
Op verpleegafdeling D4 wordt pijn geregistreerd. Dit is belangrijk om beter inzicht te krijgen in de mate waarin patiënten pijn ervaren. Dat kan helpen om de pijnbestrijding zo goed mogelijk af te stemmen op de pijn van patiënten. Dat betekent dat de verpleegkundigen u op de afdeling twee keer per dag vragen om een cijfer toe te kennen aan de mate waarin u pijn beleeft. Twee maal per dag komt een verpleegkundige vragen of u uw (eventuele) pijn met een cijfer tussen de 0 en de 10 op een pijnschaal aan wilt geven. 0 betekent geen pijn en 10 is de ergste pijn die u zich voor kunt stellen. U kunt nooit een verkeerd cijfer geven. Het gaat immers om de pijn die u ervaart en pijn is een persoonlijke ervaring. Als u geen pijn hebt, geeft u dat aan met een 0. Hebt u weinig pijn dan kunt u een cijfer tussen de 1 en de 4 geven. Als u veel pijn hebt, geeft u een cijfer tussen de 7 en de 10. Bij het geven van een pijncijfer kan het helpen om terug te denken aan pijn waar u eerder last van hebt gehad. En deze “oude pijn” vergelijken met uw huidige pijn. Wanneer u op meerdere plaatsen pijn hebt, dan kunt u het beste uitgaan van de pijn die u als ergste ervaart.

Het hoestkussen
Op de Intensive Care F3 zal de verpleegkundige u een hoestkussen geven. Dit hoestkussen wordt gemaakt van een opgerolde handdoek. Het hoestkussen dient u consequent te gebruiken wanneer u moet hoesten. Door het hoestkussen tegen uw borstkast gedrukt te houden tijdens het hoesten zorgt u ervoor dat de borstkast zich niet te ver kan uitzetten waardoor de pijn bij het hoesten verminderd wordt. Door het goed gebruiken van het hoestkussen zorgt u er ook voor dat de staaldraden waarmee het borstbeen aan elkaar is vastgezet intact blijven. Dit is belangrijk om uw borstkast stabiliteit te geven waardoor uw borstbeen stevig terug aan elkaar kan groeien.

Doorzuchten en ophoesten
Het is belangrijk om na de operatie goed en diep door te zuchten. Dit is nodig om de longen optimaal te laten ontplooien omdat tijdens de operatie de longen de neiging hebben iets samen te vallen. U kunt dit zelf goed oefenen door ieder uur een aantal keren op de Triflow te blazen en te zuigen. Door de Triflow te gebruiken, ontplooien de longen zich en kan ook eventueel een hoestprikkel ontstaan. Dit bevordert het ophoesten van vastzittend slijm. De fysiotherapeut zal dagelijks bij u langs komen om dit te oefenen en u instructies te geven. Eventueel kan de arts u longmedicijnen voorschrijven die ervoor zorgen dat het slijm los komt te zitten waardoor u het makkelijker ophoest.Om het ophoesten te vergemakkelijken raden wij u aan om op gezette tijden gebruik te maken van pijnstillende medicijnen en het hoestkussen goed te gebruiken.