Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Behandeling

In vele gevallen kunnen hartritmestoornissen worden behandeld middels medicijnen. In sommige gevallen kan het noodzakelijk zijn om een hartritmestoornis anders te behandelen, dit kan middels ritmechirurgie. Vormen van ritmechirurgie zijn:

  • Ablatie
  • Pulmonaal venen isolatie (PVI)via katheterablatie (cardioloog) en via een kijkoperatie (cardiothoracaal chirurg)
  • Hybride ablatie (combinatie van een kijkoperatie en een katheterablatie)(cardioloog en cardiothoracaal chirurg te samen)
  • Ablatie van de bundel van His (cardioloog)
  • Maze operatie (cardiothoracaal chirurg)

Kans op succes

Het kost tijd, meerdere maanden, voordat de wondjes in het hart echte littekens zijn en geen prikkels meer doorgeven. In de eerste maanden kunnen er dus soms nog ritmestoornissen voorkomen. Vaak mag de patiënt ook niet meteen stoppen met medicijnen voor de hartritmestoornis. Ook zijn nog een tijd medicijnen nodig om stolselvorming op de littekens te voorkomen. De kans op succes verschilt per aandoening en per patiënt. Bij sommige ritmestoornissen is dit meer dan 90%. Bij boezemfibrilleren is de kans op succes lager. De cardioloog of de cardiothoracaal chirurg kan hiervan de beste inschatting maken. Soms moet aanvullende behandeling (zoals een catheterablatie) verricht worden om de klachten definitief te laten verdwijnen. Veel mensen voelen na een ablatiebehandeling nog hartoverslagen. Deze overslagen zijn meestal onschuldig. Als er regelmatig hartkloppingen blijven optreden, is een onderzoek nodig om te bepalen of de ritmestoornis is teruggekeerd. Meestal is dat niet zo.