Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Angina pectoris (pijn op de borst)

Onderzoeken

De volgende onderzoeken zijn mogelijk onderdeel van de diagnose van angina pectoris. Indien deze onderzoeken afwijkend zijn, dan kan uw cardioloog overwegen een hartkatheterisatie aan te vragen.

  • Bloedonderzoek

    Bij een bloedonderzoek wordt er bij u bloed afgenomen (bloedprikken). Dit bloed wordt onderzocht in het laboratorium van het ziekenhuis. In dit laboratorium meten we bijvoorbeeld het vetgehalte in uw bloed (cholesterol). Bloedonderzoek is onderdeel van een hele reeks aan onderzoeken bij bijvoorbeeld uw eerste afspraak of vooraf aan uw controle afspraak op de poli Hart+Vaat Centrum. 

     

     

    Ook kunnen de specialisten aan de hand van de hoeveelheid creatinekinase (CK) in uw bloed vaststellen of u een hartaanval heeft gehad.

     

     

     

    Lees meer

  • CT-scan

    Patiënteninformatie

    Lees meer in het volgende blad:

    CT-Scan

    Het voornaamste doel van het onderzoek is om met behulp van de CT-scanner te bekijken of er vernauwingen zijn in de kransslagaderen, de slagaders rondom het hart, die de hartspier van bloed voorzien. De CT-scan van het hart is een relatief nieuwe techniek. Tegenwoordig is het mogelijk hiermee het hart en de kransslagaders scherp af te beelden. Door de toegenomen snelheid van de CT-scanners en met behulp van intelligente computer berekeningen is het namelijk mogelijk geworden met de CT-scan röntgenfoto’s te maken op het moment dat het hart heel kort even niet beweegt, in de pauze tussen twee hartslagen in. Hiervoor is het wel van belang dat het hart rustig klopt en de adem 10-15 seconden wordt vastgehouden. Om het hart rustiger te laten kloppen moet enkele uren voor het onderzoek een extra tablet ingenomen worden.

     

    Tijdens het onderzoek ligt u op een onderzoekstafel die langzaam in de CT-scanner schuift.  De CT-scanner is ongeveer 50 centimeter diep. In de CT-scanner bevindt zich een röntgenbuis, waarmee foto’s worden gemaakt. Vanuit de buis worden röntgenstralen door uw lichaam gestuurd. Die stralen worden opgevangen en omgezet in elektrische signalen. Die signalen worden weer verwerkt door een computer. De röntgenbuis draait tijdens het maken van de foto’s rond. Dat maakt enig lawaai, maar u ziet en merkt hier verder niets van.

    Bij de CT-scan van het hart is het noodzakelijk dat een jodiumhoudende contrastvloeistof wordt toegediend, die in de ader wordt gespoten en de kransslagaderen zichtbaar maakt op de scan. Bij het gebruik van dit jodiumhoudend contrastmiddel kunnen bijwerkingen optreden. Door verbetering van het contrastmiddel komen deze tegenwoordig nog maar zelden voor. Als er toch bijwerkingen optreden, zijn deze over het algemeen goed te behandelen.

     

    Lees meer

  • ECG ( hartfilm)

    Patiënteninformatie

    Lees meer in de volgende folder:

    Een elektrocardiogram of ECG (in Nederland in de volksmond vaak hartfilmpje genoemd) is een registratie van de elektrische activiteit van de hartspier. Een spiercel trekt samen onder invloed van natrium, kalium- en calciumionen die door de celmembraan heen en weer worden getransporteerd. Het ladingstransport en de elektrische activiteit gaan vooraf aan de mechanische activiteit.

     

     


    Het aan de buitenkant van het lichaam afgeleide ECG is een registratie van de resulterende som van al die afzonderlijke potentialen van alle hartspiercellen samen in de tijd. De gemeten elektrische spanning is in de orde van grootte van 1 millivolt, er is dus gevoelige apparatuur nodig. Ook moet de patiënt goed stilliggen om de meting niet door de activiteit van andere spieren te storen. Uit een ECG is veel informatie te verkrijgen over de werking van de hartspier, met name bij hartritmestoornissen, (dreigend) hartinfarct en ook bij structurele veranderingen van het hart.

     

     

    Een ECG wordt ook vaker uitgevoerd onder het mom van een holteronderzoek. Dit is een langdurig onderzoek waarbij de patiënt 24uur, 48uur of meerdaags onder controle wordt gehouden met behulp van een ECG.

     

    Lees meer

  • Echo van het hart (echocardiografie)

    Patiënteninformatie

    Lees meer in het volgende blad:

    Wat is een echo van het hart (echocardiografie)

    Bij een echocardiografie (echo van het hart) worden geluidsgolven van een zeer hoge frequentie (“ultrageluid”) uitgezonden en opgevangen. Onderdelen van het lichaam (zoals het hart) die je van buiten niet kunt zien, kaatsen de geluidsgolven terug. Dit “ultrageluid” wordt omgezet in beelden die te zien zijn op een televisiescherm. Zo worden de hartspier, de hartholten en de hartkleppen zichtbaar gemaakt. U hoort of voelt dit geluid niet; het is onschadelijk. Om een zo goed mogelijk contact te krijgen tussen de echoapparatuur en de huid wordt gel aangebracht op de geluidskop van het apparaat.

    Met deze geluidskop, geplaatst op verschillende delen van de borstkas, probeert de onderzoeker een goed beeld te krijgen van uw hart. Hierbij maken wij ook gebruik van een doppleronderzoek. Dit is een geluidstechniek om de bloedstroom door de verschillende hartkleppen te meten. Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten. De assistent-cardioloog of de laborant doet het onderzoek. Daarna beoordeelt de cardioloog, die verantwoordelijk is voor de echocardiografie,  de gegevens. Het maken van een echocardiogram is pijnloos en onschadelijk, maar het is wel nodig dat de patiënt stil ligt.

     

    Lees meer

  • Inspanningsonderzoek

    Patiënteninformatie

    Lees meer in het volgende blad:

    Wat is een inspanningsonderzoek van het hart?

    Het doel van een inspanningsproef is om na te gaan of uw hart tijdens inspanning voldoende bloed (zuurstof) krijgt. Ook wordt er gekeken of u tijdens deze inspanning klachten krijgt, zoals pijn op de borst, kortademigheid of veranderingen in het hartritme. De laborant brengt elektroden aan op uw borst. Hiermee wordt uw hartritme geregistreerd tijdens de inspanning. Ook wordt uw bloeddruk gemeten. De laborant vertelt u hoe het onderzoek in zijn werk gaat en zal u enkele vragen stellen. Daarna begint het inspanningsonderzoek. De arts is op de afdeling aanwezig en het onderzoek vindt onder zijn supervisie plaats.

     

    Voorbereiding

    • Zorg voor makkelijk zittende kleding en schoenen.
    • Neem eventueel uw sportkleding mee (na afloop kunt u zich douchen) 
    • Gebruik op de dag van het onderzoek geen bodylotion . 
    • Eventuele medicatie voor het hart kunt u gewoon innemen, tenzij de arts het anders voorgeschreven heeft.

    Het onderzoek

    De laborant brengt u naar de onderzoekskamer en vraagt u uw bovenkleding uit te doen. Zij/hij bevestigt de elektroden (plakkers) op uw borst, waarna u een eventueel een jasje aankrijgt.

     

    Via de elektroden registreert de apparatuur uw hartritme tijdens de inspanning. Afhankelijk van uw medische gegevens, wordt er besloten of u de inspanning doet via de loopband of op een hometrainer (fiets). Dit kan afwijken van de informatie die u eerder van uw cardioloog hebt gekregen. In het belang van het onderzoek is het belangrijk dat u een goede inspanning kunt leveren. Tijdens het onderzoek wordt ook uw bloeddruk gemeten. Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten. Na afloop kunt u zich douchen; zeep en handdoeken liggen voor u klaar in de doucheruimte.

    Na het onderzoek

    U mag na het onderzoek in principe meteen naar huis. mits er nog meer onderzoeken plaatsvinden. De uitslag van het onderzoek krijgt u van uw behandelend arts. De medewerkers die u tijdens het onderzoek ziet, mogen u geen informatie geven over de resultaten

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Lees meer

  • Myocardscintigrafie (thallium) onderzoek

    Het myocardscintigrafie onderzoek, ook wel thallium onderzoek genoemd, vindt plaats op de afdeling Nucleaire geneeskunde (nivo 0). Het onderzoek wordt gedaan met behulp van een kleine hoeveelheid radioactieve stof die meestal in een bloedvat in de arm wordt gespoten. De radioactieve stof is meestal Technetium-gelabelde sestamibi, daarom wordt het hartonderzoek in de volksmond ook wel MIBI scintigrafie of MIBI scan genoemd. De stof wordt vooral door het hart opgenomen. Zodra deze bij het hart is, zendt de stof gedurende een korte tijd een laag niveau straling uit naar de omgeving. De straling die wordt uitgezonden, wordt opgevangen door een gammacamera. Als één van de kransslagaders helemaal of gedeeltelijk geblokkeerd is, komt er in dat gedeelte van het hart geen of minder bloed (ischemie). Dit betekent ook dat er minder of geen radioactieve stof in dat deel van het hart te zien zal zijn. Op basis van dit beeld kunnen artsen bekijken welke delen van het hart goed of minder goed doorbloed worden.

    Voorbereiding

    Mogelijk moet u niet stoppen met het gebruik van bepaalde medicijnen voor het hart. Uw behandelend arts zal u dit, indien nodig, vertellen. De ochtend van het onderzoek neemt u een licht ontbijt. U mag geen koffie, thee, cola, chocolade of andere cafeïnehoudende voedingsmiddelen nuttigen. U kunt wel water of jus d’orange drinken. Wilt u ’s morgens geen bodylotion gebruiken (dan plakken de ECG-plakkers namelijk niet goed)?

    Onderzoek

    Het onderzoek naar de doorbloeding van het hart vindt gewoonlijk plaats in twee gedeelten: een inspanningsgedeelte en een rustgedeelte.

    Inspanningsgedeelte

    Bij het inspanningsdeel wordt geprobeerd om de radioactieve stof te injecteren op het moment dat het lichaam en het hart de meeste zuurstof nodig hebben. In deze situatie zullen alleen die delen van het hart doorbloed worden die het best door het bloed te bereiken zijn. De delen van het hart waarvan de kransslagaders gedeeltelijk verstopt zitten zullen op dit moment veel minder of helemaal geen bloed meer krijgen, en dus ook niet bereikt worden door de radioactieve stof. Op de beelden die na deze injectie worden gemaakt is dan ook goed te zien welke delen van het hart tijdens inspanning niet goed worden doorbloed. Daarom is het voor het resultaten van dit hartonderzoek belangrijk dat u zich zo goed mogelijk inspant. Als u zich niet kunt inspannen, kunnen we ook een stof inspuiten die uw bloedvaten verwijden. Hiermee wordt hetzelfde effect verkregen als tijdens inspanning.

    Rustgedeelte

    Bij het rustgedeelte wordt de radioactieve stof ingespoten op een moment waarop u zich niet bijzonder inspant, bijvoorbeeld zittend, en geen pijn op de borst heeft. Omdat er op dat moment geen zuurstoftekort in het hart of het lichaam is zal het bloed, en dus ook de radioactieve stof, zich verspreiden door elk deel van de bloedbaan. Alleen delen die volledig afgesloten zijn zullen nu geen doorbloeding hebben.

    Diagnose en behandeling

    Uiteindelijk worden de twee opnames van het hart naast elkaar gelegd en vergeleken. De delen van het hart die tijdens inspanning geen goede bloedvoorziening hebben maar op de rustscan wel normaal bleken, worden als ischemisch beschouwd. Dit houdt in dat de doorbloeding wel problematisch is, maar dat dit nog omkeerbaar is. De doorbloeding kan opnieuw op gang worden gebracht door bijvoorbeeld het geven van medicijnen, het openen van de slagaders door een PCI (dotterbehandeling) of door middel van een operatie waarbij slagaders worden omgelegd zodat ze ook het ischemische deel van het hart bereiken (CABG of bypass-operatie). Als een bepaald deel van het hart zowel op de rust- als op de inspanningsopname niet doorbloed is, wordt gesproken van een infarct. Deze hartspiercellen krijgen helemaal geen bloed meer en zijn daardoor afgestorven. De doorbloeding opnieuw op gang brengen heeft in dit geval geen zin. De behandeling zal nu gericht zijn op het versterken van het resterende deel van het hart en het voorkomen van nog een infarct.

    De opnamen gemaakt gedurende het myocardscintigrafie onderzoek worden door een arts van de afdeling Nucleaire geneeskunde beoordeeld. Deze arts maakt een verslag van het onderzoek en stuurt dit naar uw behandelend arts. Uw cardioloog bespreekt met u tijdens deze afspraak de uitslag van het onderzoek en de eventuele vervolgbehandeling.

    Belangrijk

    Wij verzoeken u vriendelijk op tijd aanwezig te zijn voor het onderzoek. De stoffen worden speciaal voor u klaargemaakt en zijn maar kort houdbaar. Omdat het onderzoek kostbaar is stellen wij het op prijs dat u, indien u verhinderd bent, ons hier tijdig van op de hoogte stelt. Op deze manier kunnen wij een andere patiënt op de opengevallen plaats inplannen of het voor u bestelde materiaal op tijd afzeggen.

     

    Lees meer

  • Angiografie (röntgenfoto's bloedvaten)

    Patiënteninformatie

    Lees meer in de volgende bladen:

    Wat is een angiografie?

    Een angiografie is een röntgenonderzoek waarbij de bloedvaten zichtbaar gemaakt worden. Het onderzoek wordt gedaan om uit te zoeken waar in uw bloedvaten een mogelijke afwijking zit en om de ernst hiervan te bepalen. Het kan hierbij gaan om bijvoorbeeld vernauwingen (stenosen) of verwijdingen (aneurysmata) van de slagaders. Op gewone röntgenfoto’s zijn bloedvaten niet te zien. Ze worden zichtbaar gemaakt door middel van een contrastmiddel. Dit middel wordt ingespoten tijdens het maken van röntgenfoto’s. Het contrastmiddel verspreidt zich via de bloedstroom in de bloedvaten. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een radioloog die gespecialiseerd is in het verrichten van radiologische onderzoeken en behandelingen.

    Er kan ook een Thorax foto worden gemaakt. Dit is een röntgenfoto van de borstkas ( thorax). 
    Angiografie: het maken van röntgenfoto's van bloedvaten. 
    Arteriografie: het maken van röntgenfoto's van slagaders (= arteriën).
    Flebografie: het maken van röntgenfoto's van aders (= venen)

     

     

     

    Lees meer

  • Hartkatheterisatie

    Patiënteninformatie

    Lees meer in de volgende bladen:

    Wat is een hartkatherisatie/coronair angiogram?

    Een hartkatheterisatie, ook wel coronair angiogram (CAG) genoemd, is een onderzoek om kransslagadervernauwing op te sporen. Bij een hartkatheterisatie brengt een cardioloog de kransslagaders in beeld. Een hartkatheterisatie/coronair angiogram is bijvoorbeeld nodig bij een hartinfarct of bij pijn op de borst (angina pectoris).

     

    Na een plaatselijke verdoving van de prikplaats wordt een katheter naar het hart gebracht. De cardioloog die het onderzoek uitvoert beslist of dit via de lies of via de arm gebeurt. Hij spuit contrastvloeistof in om de kransslagaders goed te kunnen bekijken met behulp van röntgenstralen. Op deze manier is te zien of er vernauwingen zijn in de kransslagaders. Bij een hartkatheterisatie blijft u bij kennis. U kunt dus zelf meekijken op de monitor. Wij vragen u uw bril en hoorapparaat mee te nemen, zodat wij met u kunnen communiceren tijdens het onderzoek.

    Na een hartkatherisatie/dotterbehandeling (PCI) kunt u uitgenodigd worden voor het antitrombotica spreekuur. Deze poli is bedoeld voor patiënten die 2 of meer bloedverdunners gebruiken en hierbij mogelijk een hoger risico hebben op een bloeding of een trombose. De cardioloog bepaalt aan de hand van een aantal criteria of u doorverwezen wordt. 

     

     

     

     

     

     

     

    Lees meer

Sluit de enquête