Onderzoeken

Om zeker te weten of je een longembolie hebt, worden verschillende onderzoeken gedaan. Er wordt bloed geprikt (o.a. D-dimeer bepaling). Verder wordt er een CT-scan van de longen gemaakt om zeker te weten of er een stolsel in de longen zit.

  • In je bloed wordt de D-dimeerwaarde bepaald door bloed te prikken. Met deze test worden afbraakproducten van de stolling in het bloed gemeten. Als de D-dimeerwaarde hoog is, is er een verhoogde kans dat je trombose hebt. Er zal dan nog meer onderzoek volgen.

  • Via een infuusnaaldje in een bloedvat in je arm krijg je contrastvloeistof toegediend. Deze contrastvloeistof is goed zichtbaar op de CT-scan. Als er een stolsel in een bloedvat van de longen zit, stroomt er minder bloed met contrastvloeistof door het bloedvat. Hierdoor is het stolsel dan meestal goed zichtbaar op de CT-scan.

  • Een elektrocardiogram of ECG (in Nederland in de volksmond vaak hartfilmpje genoemd) is een registratie van de elektrische activiteit van de hartspier.  Het maken van een ECG duurt slechts een paar minuten en doet geen pijn. Voor het onderzoek moet u uw bovenlichaam bloot maken.

    Voorbereiding: Gebruik op de dag van uw afspraak geen bodylotion of crème.

    Uit een ECG is veel informatie te verkrijgen over de werking van de hartspier.  Daarnaast kan een ECG aanwijzingen geven voor het hebben van een longembolie.

     

     

    Lees meer

  • Met een ventilatie perfusiescan wordt de doorbloeding van de longen in beeld gebracht. Hiervoor krijg je een spuitje met een licht radioactieve stof. Een ventilatie-perfusiescan wordt alleen gemaakt als een CT-angiografie niet mogelijk is of onvoldoende duidelijkheid geeft.

Sluit de enquête