Antistollingsmiddelen

Antistollingsmiddelen worden in de volksmond ook wel bloedverdunners genoemd. Eigenlijk klopt die naam niet. Antistollingsmiddelen verdunnen het bloed niet. Antistollingsmiddelen zorgen ervoor dat er geen ongewenste bloedstolsels ontstaan. Ook zorgen ze ervoor dat bestaande bloedstolsels niet groter worden. Het nadeel van antistollingsmiddelen is dat ze de kans op een bloeding vergroten.

Hoeveel mensen gebruiken antistollingsmiddelen?

In Nederland gebruiken ruim 1 miljoen mensen antistollingsmiddelen. Sommige mensen gebruiken de medicatie voor korte tijd, andere mensen moeten ze hun hele leven slikken.

Waarom moet ik een antistollingsmiddel slikken?

Mensen gebruiken antistollingsmiddelen omdat ze:

  1. Trombose hebben of hebben gehad. Na bv. een trombosebeen of herseninfarct krijgt u een antistollingsmiddel. Het antistollingsmiddel zorgt ervoor dat de bloedstolsels niet groter worden. Ook zorgt het middel ervoor dat het lichaam de bloedstolsels kan afbreken.
  2. Een hoger risico op trombose hebben. Mensen hebben een grotere kans op het krijgen van trombose na bv. een operatie, als ze een kunsthartklep hebben of als ze atriumfibrilleren hebben.

Kijk voor meer informatie op de pagina’s over: 

Welke soorten antistollingsmiddelen zijn er?

Er zijn veel verschillende soorten antistollingsmiddelen. De 4 meest voorkomende zijn:

  • Vitamine K-remmers (VKA)

Acenocoumarol en fenprocoumon zijn vitamine K-remmers. Meer informatie en veel gestelde vragen over vitamine K-remmers kunt u vinden op de volgende website: https://www.allesoverantistolling.nl/patient/over-antistollingsmiddelen/vitamine-k-remmer

  • Directe orale anticoagulantia (DOAC)

Apixaban, dabigatran, edoxaban en rivaroxaban zijn directe orale anticoagulantia (DOACs). Meer informatie en veel gestelde vragen over DOACs kunt u vinden op de volgende website: https://www.allesoverantistolling.nl/patient/over-antistollingsmiddelen/doac

  • Bloedplaatjesremmers

Acetylsalicylzuur, carbasalaatcalcium, clopidogrel, dipyridamol en ticagrelor zijn bloedplaatjesremmers. Meer informatie en veel gestelde vragen over bloedplaatjesremmers kunt u vinden op de volgende website: https://www.allesoverantistolling.nl/patient/over-antistollingsmiddelen/bloedplaatjesremmers

  • Heparine

Nadroparine en tinzaparine zijn voorbeelden van heparines. Meer informatie en veel gestelde vragen over heparines kunt u vinden op de volgende website: https://www.allesoverantistolling.nl/patient/over-antistollingsmiddelen/heparine

Veel gestelde vragen

Het is heel begrijpelijk dat mensen vragen hebben over hun antistollingsmiddel. 

  • Waarom moet ik een antistollingsmiddel slikken? 
  • Wat mag ik wel of niet doen?
  • Welke pijnstillers mag ik slikken naast mijn antistollingsmiddel?
  • Moet ik een speciaal dieet volgen? 
  • Wanneer moet ik (tijdelijk) stoppen met het antistollingsmiddel? 
  • Ik ga op vakantie en er is een tijdsverschil. Op welk tijdstip moet ik mijn antistollingsmiddel innemen?

Antwoorden op deze vragen kunt u vinden via de volgende link: https://www.allesoverantistolling.nl/patient/. Staat uw vraag er niet bij, stel hem dan gerust!