Onderzoeken

Om zeker te weten of je een trombosearm hebt, worden verschillende onderzoeken gedaan. Er wordt bloed geprikt (o.a. D-dimeer bepaling). Verder wordt er een echo van het been gemaakt, om te zien of er een stolsel zit.

  • Bij klachten die wijzen op een trombosebeen of - arm voert de arts een lichamelijk onderzoek uit. De arts vergelijkt het ene been/arm met het andere been/arm door te voelen aan het been/arm. Soms neemt de arts ook je temperatuur op.

  • In je bloed wordt de D-dimeerwaarde bepaald door bloed te prikken. Met deze test worden afbraakproducten van de stolling in het bloed gemeten. Als de D-dimeerwaarde hoog is, is er een verhoogde kans dat je trombose hebt. Er zal dan nog meer onderzoek volgen.

  • Patiënten informatie

    Lees meer in het volgende blad:

    Wat is een echo van de aderen?

    Dit onderzoek brengt met echografie de aderen in de lies en de knieholte in beeld. Als er geen stolsel in de ader zit, dan kan de ader plat gedrukt worden. Als er wel een stolsel in de ader zit, dan kan de ader niet meer plat gedrukt worden. De ader blijft dan gevuld. Ook kijken ze of er nog bloed door de ader heen stroomt. 

    Voorbereiding

    Voor de echo hoeft je niets voor te bereiden. Denk alleen aan de volgende punten:

    • Trek gemakkelijk kleding aan. Bij een onderzoek van de benen moet je je benen helemaal vrij maken.
    • Gebruik op de dag van het onderzoek geen bodylotion.

    Lees meer

Sluit de enquête