Pacemaker kan ook helpen bij hartfalen. Interview met Prof. dr. Kevin Vernooy en Dr. Uyen Chau Nguyen
Bij één op de drie patiënten met hartfalen is er sprake van een geleidingsstoornis waarbij de “elektrische snelwegen” van het hart niet goed werken, legt Kevin Vernooy uit, cardioloog en directeur van het Maastrichtse expertisecentrum. ‘Een pacemaker kan dit herstellen door het hart stroomstootjes te geven, waardoor de pompkracht van het hart verbetert. Dit biedt perspectief voor een grote groep patiënten.’
De cardioloog legt het graag uit aan de hand van een eenvoudige tekening. ‘Kijk’, zegt Kevin Vernooy als hij Zuid-Limburg tekent met daarop de autowegen A2 en A76, ‘je wilt van Sittard naar Heerlen, maar de autoweg A76 is afgesloten. Dus moet je omrijden via Maastricht of binnendoor. Dat betekent files, opstoppingen, tijdverlies. Vergelijk dat met de snelwegen voor de elektriciteit die de hartspier aanstuurt en laat kloppen. Als die routes zijn verstoord, dan knijpen de hartkamers niet meer tegelijk en dan vermindert dat de pompkracht van het hart. Met een pacemaker kun je een nieuwe snelweg aanleggen en het probleem oplossen.’
Ingewikkeld
Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het natuurlijk niet. ‘Nee, helaas’, glimlacht Uyen Chau Nguyen, cardioloog in opleiding en klinisch technoloog bij Maastricht UMC+. ‘Bij patiënten waarbij hartfalen wordt veroorzaakt door een verstoring van de elektrische ‘snelwegen’ van het hart, kan een pacemaker het hart volledig genezen. Vaak is hartfalen echter het gevolg van meerdere oorzaken naast de elektrische stoornis, zoals littekenweefsel na een hartinfarct. Daarbij kan het heel ingewikkeld zijn, waar dat draadje van de pacemaker precies geplaatst moeten worden. Soms heb je nog een extra draad nodig, als blijkt dat de snelweg op meerdere plaatsen geblokkeerd is.’
Snelwegen
Elk mens is anders, elk hart is anders, vervolgt Uyen. ‘Om de beste resultaten te bereiken, is het belangrijk te weten hoe de elektrische snelwegen van de individuele patiënt precies lopen, als het ware een gedetailleerde landkaart. Hiervoor is verfijnde meetapparatuur nodig, een nieuwe ECG-techniek, en werken we samen met ingenieurs van de universiteit aan computermodellen, waarin we het effect van verschillende manieren van stimulatie beter kunnen onderzoeken. Er is nog zoveel te onderzoeken, het menselijk hart is zo’n ingewikkeld en gecompliceerd orgaan. Maar we boeken progressie, we kunnen steeds meer mensen helpen.’
Samenwerking
In Maastricht werken dagelijks 32 cardiologen in samenwerking met onderzoekers aan de universiteit, alsmede hartchirurgen, verpleegkundigen, assistenten, enzovoort binnen het Hart+Vaat Centrum aan (nieuwe) behandelingen en preventieprogramma’s, allemaal gericht op dat ene ingewikkelde en fascinerende orgaan, het hart. Eén van de arts-onderzoekers is de getalenteerde Uyen Chau Nguyen, geboren uit Vietnamese ouders die ooit naar Nederland vluchtten. Ze studeerde Klinische Technologie in Twente, aangevuld met Geneeskunde in Maastricht en is nu bijna klaar met de opleiding tot cardioloog. Haar onderzoek heeft geleid tot prestigieuze prijzen. ‘Klinische cardiologie is mijn passie, maar ik vind het minstens zo mooi om technologische oplossingen te bedenken waarmee we patiënten weer méér kunnen bieden. Mijn onderzoeken zijn bijna altijd geïnspireerd door vraagstukken die ik als arts tegenkwam in de zorg voor mijn patiënten, waarbij nieuwsgierigheid en de wens om hen beter te helpen samenkomen.’
Pacemaker
‘Het is een voorrecht om te werken in een ziekenhuis waar patiëntenzorg en onderzoek zo nauw met elkaar verbonden zijn. De nieuwe pacemakertechniek waar we het eerder over hadden, is bijvoorbeeld ontwikkeld door fysioloog Frits Prinzen in het laboratorium van de universiteit in en daarna voor het eerst bij patiënten door Kevin toegepast in Maastricht. We werken al lange tijd aan de ontwikkeling van pacemakertherapie en juist daarin denk ik dat we nog veel winst kunnen boeken.’
Ondersteuning
Kevin Vernooy, sinds 2020 hoogleraar, knikt. ‘Dat denk ik ook, maar zoals Uyen al zegt; het hart is onvoorstelbaar complex. Een pomp die gemiddeld 80 jaar meegaat en honderdduizend keer per dag klopt is echt ongelooflijk en we hebben echt nog lang niet alles doorgrond. Telkens lichten we weer een tipje van de sluier op, maar om al die onderzoeken te doen is geld nodig. Uiteraard zijn we erg blij met de structurele ondersteuning van het Hart- en vaatonderzoekfonds Limburg. Hiermee dragen we bij aan de financiering van promovendi die onderzoek doen naar het gebruik van pacemakers bij hartfalen. Elke euro die we aan dit onderzoek kunnen besteden, is waardevol om de zorg voor patiënten in Limburg en daarbuiten verder te verbeteren.’