Aneurysma van de buikslagader (AAA): buikoperatie

Bij een verwijding van de buikslagader (aneurysma van de aorta abdominalis, AAA) kan een open buikoperatie nodig zijn. Tijdens deze operatie wordt het verwijde deel van de buikslagader vervangen door een kunststof bloedvat (vaatprothese).

Voorbereiding op de operatie

Voor de operatie worden verschillende onderzoeken gedaan en wordt u goed voorbereid.

  • Gesprek en onderzoek bij de anesthesioloog: uw algemene gezondheid wordt gecontroleerd. Er wordt gekeken naar uw hart, longen en nieren. Ook wordt bloedonderzoek gedaan.
  • CT-scan van de aorta (CT-angiografie): hiermee worden de bloedvaten nauwkeurig bekeken. Dit helpt de arts om de operatie goed voor te bereiden.
  • Medicijnen: sommige bloedverdunners moeten tijdelijk worden aangepast of gestopt.
  • Nuchter blijven: u mag vanaf 6 uur voor de operatie niet meer eten. Tot 2 uur voor de operatie mag u nog heldere vloeistoffen drinken.
  • Opname in het ziekenhuis: meestal wordt u de avond voor de operatie of op de ochtend van de operatie opgenomen.

Hoe verloopt de operatie?

Een open operatie voor een aneurysma van de buikslagader (AAA) duurt gemiddeld 3 tot 4 uur. U krijgt narcose, waardoor u tijdens de operatie slaapt en niets van de ingreep merkt.

De chirurg voert de volgende stappen uit:

  • De chirurg maakt een snee in de buik. Meestal loopt deze van de bovenbuik naar de onderbuik. Soms wordt een snee aan de zijkant van de buik gemaakt.
  • De aorta wordt tijdelijk afgeklemd boven en onder het aneurysma. Hierdoor stroomt er tijdens de operatie tijdelijk geen bloed door dit deel van de slagader.
  • De chirurg opent het aneurysma en verwijdert het aanwezige bloedstolsel.
  • Daarna wordt een kunststof vaatprothese (een nieuw bloedvat) op de plaats van het aneurysma vastgemaakt. Hierdoor kan het bloed weer goed doorstromen.
AAA

 

 

  • Als er ook een verwijding in de bekkenslagaders aanwezig is, wordt een speciale vaatprothese (bifurcatie/broekprothese) geplaatst. Deze heeft de vorm van een broek en wordt aangesloten op de aorta en de beide bekkenslagaders of liesslagaders.
  • Daarna wordt de buik weer gesloten.
  • Tijdens de operatie krijgt u een infuus en een urinekatheter. Soms krijgt u ook een maagsonde. Uw hartslag en bloeddruk worden continu gecontroleerd.

Na de operatie

Na de operatie gaat u eerst naar de uitslaapkamer (recovery) of naar de Intensive Care (IC). Daar wordt u goed gecontroleerd. Meestal gaat u de volgende ochtend terug naar de verpleegafdeling.

De gemiddelde opname in het ziekenhuis duurt 5 tot 7 dagen.

Pijnbestrijding

Een goede behandeling van pijn is belangrijk voor uw herstel. U kunt verschillende vormen van pijnstilling krijgen:

  • Epidurale pijnstilling (ruggenprik): via een dun slangetje in uw rug krijgt u 2 tot 3 dagen continue pijnstilling.
  • Pijnpomp (PCA-pomp): hiermee kunt u zelf extra pijnstilling geven door op een knop te drukken. De pomp is beveiligd, zodat u niet te veel medicijnen kunt krijgen.
  • Pijnstillers als tablet: zodra u weer kunt eten en drinken, krijgt u meestal pijnstillers zoals paracetamol. Soms zijn extra pijnstillers nodig.
Pijnbestrijding

 

PCA-pomp

Een goede pijnstilling helpt u om beter te ademen, goed te kunnen hoesten, sneller uit bed te komen en beter te herstellen.

Heeft u pijn? Vertel dit dan altijd aan de verpleegkundige. Samen zorgen we ervoor dat u de juiste pijnstilling krijgt.

Mogelijke complicaties

Bij elke operatie kunnen complicaties ontstaan. Uw vaatchirurg en anesthesioloog beoordelen vooraf uw gezondheid en nemen maatregelen om de risico’s zo klein mogelijk te maken.

Kort na de operatie 

  • Nabloeding: er kan een bloeding ontstaan bij de plek waar de vaatprothese aan de slagader is vastgemaakt.
  • Hartproblemen: zoals pijn op de borst (angina pectoris), hartritmestoornissen of een hartinfarct (risico 1-3%) 
  • Nierproblemen: het tijdelijk afsluiten van de aorta tijdens de operatie kan de nieren belasten. Meestal herstelt de nierfunctie weer.
  • Verminderde doorbloeding van de darm (darmischemie): dit komt weinig voor, maar kan ernstig zijn.
  • Wondinfectie: de operatiewond kan ontstoken raken.
  • Longontsteking: na een grote buikoperatie kan een longontsteking ontstaan.
  • Bloedstolsel (trombose) of losgeraakt stolsel (embolie): dit kan een bloedvat in de buik of het been afsluiten.
Op langere termijn
  • Littekenbreuk: een zwakke plek in het litteken van de buik kan ontstaan. Hierdoor kan een bobbel of uitstulping zichtbaar worden.
  • Nieuw aneurysma bij de aansluiting van de prothese: op de plek waar de vaatprothese aan de eigen slagader is vastgemaakt, kan soms opnieuw een verwijding ontstaan.
  • Infectie van de vaatprothese: dit komt weinig voor, maar kan ernstig zijn.
  • Verbinding tussen de vaatprothese en de darm: dit is zeer zeldzaam, maar kan een ernstige complicatie zijn.
  • Bij mannen: verandering van de zaadlozing (retrograde ejaculatie): het sperma komt dan tijdens een zaadlozing in de blaas terecht in plaats van naar buiten. Dit is niet schadelijk voor de gezondheid.

Wondzorg

  • De eerste dagen zit er een steriel verband op de wond.
  • Als de wond na ongeveer 5 dagen droog is, mag het verband er meestal af.
  • U mag douchen zodra de wond gesloten is. Overleg hierover met de verpleegkundige.
  • De hechtingen lossen meestal vanzelf op en hoeven dan niet verwijderd te worden. Als er hechtingen of nietjes zijn gebruikt die niet vanzelf oplossen, worden deze na 10 tot 14 dagen verwijderd bij de polikliniek of huisarts.
  • Een litteken heeft tijd nodig om te herstellen en kan nog 6 tot 12 maanden veranderen. Bescherm het litteken tegen de zon en gebruik bijvoorbeeld zonnebrandcrème.

Neem direct contact op bij:

  • Roodheid, zwelling of warmte rondom de wond.
  • Pus of vocht uit de wond.
  • Koorts hoger dan 38,5 °C.
  • Toenemende pijn aan de wond of het been.
  • Een blauwe of koude voet of onderbeen.

Ontslag en herstel thuis

Het herstel na een open operatie van een aneurysma van de buikslagader (AAA) duurt meestal 6 tot 12 weken. Bouw uw activiteiten rustig op.

  • Week 1 en 2: maak korte wandelingen in huis. Het is normaal dat u snel moe bent.
  • Week 3 en 4: ga stap voor stap langere stukken buiten wandelen.
  • Na 6 weken: u mag meestal weer voorwerpen tot maximaal 5 kilo tillen.
  • Na 6 tot 8 weken: het tilverbod kan meestal worden opgeheven. Fietsen en autorijden kunt u hervatten in overleg met uw arts.
  • Na ongeveer 3 maanden: de meeste mensen zijn weer volledig hersteld.

Seksueel contact is veilig zodra u zich daar lichamelijk en emotioneel klaar voor voelt. Bespreek het met uw arts als u hierover twijfelt.

Leefstijl en medicijnen na de operatie

Blijf goed voor uw gezondheid zorgen na de operatie.

  • Stop helemaal met roken. Roken vergroot de kans op problemen met de vaatprothese.
  • Neem uw medicijnen zoals afgesproken. Dit zijn bijvoorbeeld een bloedverdunner, cholesterolverlager (statine) en bloeddrukverlagende medicijnen.
  • Eet gezond en beweeg elke dag.
  • Neem bij klachten op tijd contact op. Meld bijvoorbeeld koorts, pijn of andere nieuwe klachten.

Controles op lange termijn

Een vaatprothese gaat meestal meer dan 25 jaar mee. Toch blijven controles belangrijk om de prothese en uw bloedvaten te controleren.

  • Na 6 weken: eerste controle op de polikliniek.
  • Daarna ieder jaar: controle met een echo of duplexonderzoek van de vaatprothese en de aorta.
  • Bij klachten: neem altijd direct contact op met uw behandelend arts of de polikliniek.