Hartinfarct
Bij een hartinfarct raakt plotseling een bloedvat van het hart verstopt. Daardoor krijgt een deel van de hartspier te weinig zuurstof. Dat deel raakt beschadigd. Het is belangrijk om de signalen van een hartinfarct te herkennen en snel te handelen.
Wat is een hartinfarct?
Een hartinfarct ontstaat als een kransslagader verstopt raakt. Dit is een bloedvat dat het hart van zuurstof voorziet. Door de verstopping komt er geen zuurstof meer bij een deel van de hartspier. Dat deel kan dan afsterven en niet meer goed werken.
Waarom is snelle hulp belangrijk?
Hoe sneller het bloedvat weer open is, hoe minder schade er ontstaat. Zonder behandeling ontstaat er een litteken op het beschadigde deel van het hart. Dat deel doet dan niet meer mee in het pompen van bloed.
Om te zien waar de vernauwing zit, doen artsen meestal een hartkatheterisatie. Soms is daarna ook een dotterbehandeling nodig om het bloedvat weer open te maken.
Wat zijn de klachten?
Een hartinfarct kan de volgende klachten geven:
- een drukkende pijn op de borst (alsof er een band om je borst zit);
- pijn die uitstraalt naar de linkerarm of schouder;
- zweten, misselijkheid of overgeven;
- een bleke of grauwe huid;
- benauwdheid of moeite met ademhalen.
Wat gebeurt er bij de behandeling?
Bij een hartinfarct is het belangrijk om snel te behandelen. Artsen proberen het afgesloten bloedvat zo snel mogelijk weer open te maken.
Wilt u meer weten over de voorbereiding, opname en leefregels van een hartkatheterisatie of dotterbehandeling? Lees dan de folder: