• Wat is een longembolie?

    Bij een longembolie zit een bloedvat in of naar je longen verstopt. Doordat het bloedvat verstopt zit, kan er weinig of geen bloed naar het achterliggende longweefsel. Ook komt er minder zuurstof in je bloed en kan het longweefsel dood gaan. Dit noemen we een longinfarct.

    Een longembolie kan een levensbedreigende ziekte zijn.

    Het filmpje van het Longfonds legt uit wat er door een longembolie in je longen gebeurt. 


    © Longfonds

    Wat zijn de klachten van een longembolie?

    Klachten ontstaan meestal vrij plotseling. Soms gaat het geleidelijk; het duurt dan een paar dagen tot weken voordat duidelijk is dat er iets niet in orde is. De klachten van een longembolie kunnen veel lijken op de klachten die passen bij een hartinfarct of een longontsteking. 

    De volgende klachten kunnen optreden bij een longembolie:

    • Plotselinge kortademigheid
    • Snel en oppervlakkig ademhalen
    • Benauwdheid
    • Pijn bij ademhalen, zuchten en hoesten

    Andere klachten die kunnen optreden:

    • Zweten
    • Flauwvallen
    • Hartkloppingen
    • Pijn op de borst
    • Bloed ophoesten
    • Dik en pijnlijk been

    Wat zijn de oorzaken van een longembolie?

    Vaak ontstaat een longembolie door een bloedstolsel (trombus). Het bloedstolsel ontstaat meestal in de bloedvaten van de benen (DVT). Wanneer het stolsel in het been losschiet, noemen we dat een embolie. Het stolsel kan zich verplaatsen met de bloedstroom mee en loopt vast in de kleine bloedvaatjes van de longen.

    DVT

    Trombose ontstaat vaak zonder duidelijke oorzaak. Toch zijn er veel factoren die een rol kunnen spelen, bijvoorbeeld:

    • Lang stilzitten of liggen, bijvoorbeeld bij een lange vliegreis of ziekte
    • Een operatie
    • Kanker
    • Het gebruik van de anticonceptiepil
    • Erfelijkheid 

    Wat zijn de gevolgen van een longembolie?

    Een longembolie kan dodelijk zijn. Daarom moet je zo snel mogelijk behandeld worden als er trombose ontdekt wordt.

    Door het stolsel in de longen kan er een hoge bloeddruk in de bloedvaten van de longen ontstaan. Dit wordt pulmonale hypertensie genoemd. Deze ziekte treedt op bij 1-3% van alle patiënten na een longembolie. De klachten zijn:

    • Toenemende ernstige kortademigheid
    • Flauwvallen
    • Dikke enkels aan het einde van de dag

    Lees meer

  • Wat is Trombose?

    Trombose is een aandoening waarbij er bloedstolsels ontstaan in de bloedvaten. Een bloedstolsel kan een bloedvat geheel of gedeeltelijk afsluiten. Het kan levensbedreigend zijn als er een bloedstolsel terecht komt in de longen.

    Een ander woord voor bloedstolsel is ‘trombus'. Vandaar dat deze aandoening ‘trombose’ heet. Trombose ontstaat meestal in een ader. Een ader is een bloedvat dat bloed naar het hart toe voert. Een ander woord voor ader is vene, vandaar dat deze vorm van trombose veneuze trombose heet. Als mensen het over trombose hebben, bedoelen ze meestal veneuze trombose. Een bloedstolsel kan ontstaan in een ader die vlak onder de huid ligt, maar ook in een ader die dieper gelegen is. In dit laatste geval is er sprake van diep veneuze trombose (DVT). Als het bloedstolsel loskomt van de ader spreken we over een embolie

    Sluit een bloedstolsel een slagader af, dan is er sprake van arteriële trombose. Gevolgen zijn o.a. een hartinfarct of herseninfarct. Het kan ook aanleiding geven tot de chronische aandoening PAV (perifeer arterieel vaatlijden).

    DVT

    Oorzaken

    Trombose ontstaat als het systeem van stolling en antistolling uit balans is. In ons bloed zitten stoffen die zorgen voor stolling: als we een wondje hebben maakt het lichaam snel een stolsel aan zodat het bloeden stopt. Op dat moment stopt ook de stolling en wordt een overtollig stolsel weer afgebroken. Zo blijft het systeem van stolling en antistolling in evenwicht. Bij trombose gaat het mis in dit systeem: het bloed stolt terwijl er geen wond is of het blijft stollen ook als de wond al dicht is. Er zijn drie factoren die daarbij een rol spelen: de toestand van de vaatwand, de toestand van de bloedstroom en de samenstelling van het bloed. Deze drie factoren worden de Trias van Virchow genoemd. 

    Als een van deze drie factoren verandert, neemt het risico op bloedstolsels toe:

    1. De wand van een bloedvat is aangetast, bijvoorbeeld door een operatie of bij aderverkalking, dan kan makkelijk een stolsel ontstaan aan de vaatwand.
    2. Het bloed langzamer stroomt door lang stilzitten of liggen bijvoorbeeld na een operatie of bij ziekte, is de kans groter dat er een stolsel ontstaat.
    3. De samenstelling van bloed verandert, door bijvoorbeeld zwangerschap of ziekte, dan kan eerder een stolsel ontstaan.

    ©Trombosestichting

    Lees meer

Sluit de enquête