Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.
  • Ablatie

    Patienteninformatie

    Lees meer op het volgende blad

    Wat is een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) en een ablatie?

    Bij een EFO onderzoekt de cardioloog de elektrische geleiding en/of prikkelbaarheid van uw hart. Dit gebeurt via dunne buisjes (katheters) die via de ader(s) in één of beide liezen naar het hart toe gebracht worden onder plaatselijke verdoving. Deze katheters worden met kabeltjes verbonden met de computer waarmee het hart geprikkeld kan worden. Met dit prikkelen van het hart proberen we doorgaans een ritmestoornis op te wekken. Er worden dan bepaalde series van prikkels naar uw hart gestuurd. Het EFO kan één tot enkele uren duren.
    Wanneer er tijdens het EFO een ritmestoornis wordt opgewekt en deze is geanalyseerd, wordt met u besproken hoe dit is te verhelpen/behandelen. In de meeste gevallen wordt de ritmestoornis direct behandeld door een ‘ablatie’. Bij een ablatie beschadigt de arts uw hartweefsel (meestal) door middel van verhitting op de plek van de ritmestoornis. Hierdoor ontstaan er littekens die de voortgeleiding van de elektrische prikkels blokkeren. Er kan echter ook met u worden besloten om de behandeling op een ander moment uit te voeren.

     

     

    Opname

    Over het algemeen wordt u voor een EFO 2 dagen in het ziekenhuis opgenomen. De duur van de opname is afhankelijk van uw medische achtergrond. Dit wordt beoordeeld in een voorbereidend gesprek op de polikliniek. In uw opnamebrief staat wanneer en op welk tijdstip u wordt opgenomen voor de ingreep. Dit kan zijn op de dag vóór de ingreep, of pas op de dag zelf. Het kan gebeuren dat u, bijvoorbeeld vanwege het resultaat van het EFO of vanwege een complicatie, langer dan gepland in het ziekenhuis moet blijven. Uiteraard wordt er alles aan gedaan om u zo snel als mogelijk te helpen. Soms zijn er onvoorziene omstandigheden waardoor het kan gebeuren dat u later aan de beurt bent of dat het EFO uitgesteld wordt. U krijgt dan een nieuwe oproep of u wordt, indien mogelijk, de dag erna geholpen.

    Het onderzoek

    Voor het onderzoek verdooft de cardioloog plaatselijk uw liezen en brengt dunne buisjes in (als toegangspoortjes) in één of meer bloedvaten in de lies. Via de dunne buisjes is het mogelijk om de katheters in uw hart te plaatsen. U voelt tijdens het onderzoek dat de cardioloog de katheters beweegt via de lies en u kunt hartkloppingen voelen als gevolg van het plaatsen en bewegen van de katheters in het hart. De katheters worden met kabels verbonden met de computer. De computer verstuurt series van prikkels om een eventuele ritmestoornis uit te lokken. Regelmatig wordt aan u gevraagd hoe het met u gaat. Houdt u er rekening mee dat u gedurende het onderzoek op een smalle tafel ligt waar röntgenbuizen omheen draaien. Soms komen deze buizen dicht bij u in de buurt, dit kan geen kwaad. De duur van het onderzoek is variabel en hangt van meerdere factoren af, doorgaans is de totale duur niet langer dan 2 uur.

    Wanneer er tijdens het EFO een ritmestoornis wordt opgewekt en deze is geanalyseerd, wordt met u besproken hoe dit is te verhelpen/behandelen. In de meeste gevallen wordt de ritmestoornis direct behandeld door een ablatie.

    Na het onderzoek

    Na het onderzoek verwijdert de cardioloog de katheters en de buisjes uit uw liezen. Meestal zitten de buisjes in de aders en zal de cardioloog een paar minuten op de aders in de liezen drukken om het eerste bloeden te stoppen. Hierna krijgt u een drukverband en ligt u, gedurende 6 uur, zo plat mogelijk op uw rug in bed. Het is belangrijk dat u zich aan deze richtlijnen houdt. Terug op de verpleegafdeling zal regelmatig uw bloeddruk en een eventuele nabloeding in de liezen gecontroleerd worden. Na de noodzakelijke bedrust en controles zal het drukverband verwijderd worden. Hierna mag u rechtop zitten en voorzichtig een stukje lopen over de gang. Na het onderzoek mag u weer gewoon eten en drinken. Medicijnen neemt u in overleg met de verpleegkundige en arts op de afdeling.

    Weer thuis 

    U dient de eerste tijd rustig aan te doen. De eerste 3 dagen mag u niet autorijden en fietsen. Bespreek met uw arts wanneer u uw werk of sporten weer mag hervatten. Wanneer een arts waarschuwen? Bij een nabloeding, pijn, onwel gevoel of andere klachten dient u contact op te nemen met de verpleging van afdeling D4 van het Hart+Vaat Centrum/Maastricht UMC+ telefoon: 043 – 3874440/3876440. 

    Contact

    Als u na het lezen van deze informatie nog vragen hebt, neem dan contact met ons op. Voor vragen over: 

    • de voorbereiding/medicatie of de ingreep:043-387 20 30 (maandag en donderdag tussen 11.00 en 12.00 uur) 
    • planning:Planbureau Hartkatheterisatie 043-387 52 64 (op werkdagen tussen 09.00 uur en 12.00 uur) 

    Andere vormen van ablatie zijn meestal bedoeld voor specifieke ritmestoornissen:

    Bij sommige technieken maakt de arts ook littekens aan de buitenkant van het hart. Daarvoor is een (kijk)operatie nodig (ritmechirurgie).

     

     

    Lees meer

  • Bypass operatie (CABG)

    De meest voorkomende hartoperatie in het MUMC+ is een bypassoperatie of CABG

    Wat is een bypassoperatie/CABG?

    Een bypass- of omleidingsoperatie is een hartoperatie aan uw kransslagaderen waarbij er een omleiding wordt gemaakt. In de medische wetenschap noemt men deze operatie een ‘Coronary Artery Bypass Grafting’ (CABG). Tijdens de operatie plaatst de hartchirurg een stukje ader of slagader voorbij één of meerdere vernauwingen in uw kransslagader. Zo stroomt het bloed via een alternatieve route. Door deze bypass operatie heeft u geen last meer van de kransslagadervernauwing.

    Wanneer wordt een bypass operatie uitgevoerd?

    Kransslagadervernauwing kan ook behandeld worden door medicijnen of een dotterbehandeling. Echter wanneer een vernauwing in meerdere kransslagaders voorkomt en/of op centrale cruciale plekken aanwezig is en/of een dotterbehandeling technisch niet haalbaar is dan wordt gekozen voor een bypass operatie/CABG. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de langetermijnsresultaten in deze gevallen beter zijn.

    Waar wordt de bypass van gemaakt?

    U hebt in uw lichaam een aantal bloedvaten die u kunt missen. De chirurg gebruikt bij voorkeur één of meerdere van de inwendige borstslagaders omdat deze de beste resultaten geven. In vele gevallen zal de chirurg ook gebruik maken van of een slagader uit de arm en/of van de aders uit een of uit beide benen. Hij maakt de (slag)ader los en hecht deze dan achter de vernauwing op de kransslagader. In het geval van een ader zal een kant ook nog vastgemaakt dienen te worden op de aorta (de grote lichaamsslagader). Hoe meer vernauwingen er zijn hoe meer bypasses er nodig zijn.

    Hoe wordt een bypass operatie uitgevoerd?

    Er zijn twee operatiemethodes om (slag)aders bij kransslagadervernauwing om te leiden:

    • CABG: tijdens deze bypass operatie wordt de hart-longmachine gebruikt. De hart-longmachine neemt tijdelijk de functie van het hart en de longen over tijdens de operatie zodat het hart veilig kan worden stilgezet.
    • OPCAB (kloppend hart): de bypass operatie vindt plaats terwijl het hart doorklopt. Het deel van het hart waar de chirurg de omleiding aanlegt, wordt met behulp van een speciaal apparaat (octopus genaamd) stilgelegd. Uw chirurg kan u meer uitleg geven over welke methode toegepast zal gaan worden.

     

     

    Lees meer

  • Cardioversie

    Patiënteninformatie

    Behandeling van hartritmestoornissen

    Lees meer in de volgende informatiebladen

    Bij cardioversie wordt een te snel hartritme omgezet in een normaal ritme. Dit kan via een elektrische schok of via medicatie.

    Cardioversie is een behandeling voor patiënten die last hebben van:

    De patiënt kan cardioversie krijgen via een elektrische schok of via medicijnen.

    Elektrische cardioversie

    Elektrische cardioversie wordt meestal toegepast bij langdurend boezemfibrilleren (langer dan 48 uur). Bij kortdurend boezemfibrilleren wordt alleen elektrische cardioversie toegepast wanneer de patiënt ernstige klachten heeft en er onvoldoende bloed door het lichaam wordt gepompt. Elektrische cardioversie vindt plaats onder narcose. De narcose duurt enkele minuten, de cardioversie zelf slechts enkele seconden.

    De cardioloog plakt 2 dunne, ronde aluminium schijven op de borstkas van de patiënt. Hierop plaatst hij 2 metalen klossen die verbonden zijn met een defibrillator. De defibrillator geeft een elektrische schok af om de elektrische prikkels in het hart tijdelijk uit te schakelen. Het hart staat 1 of 2 seconden stil en krijgt daarna zijn normale hartritme terug. De cardioloog reset als het ware het hart, te vergelijken met het opnieuw opstarten van een vastgelopen computer.

    Een hartfilmpje toont direct of het hartritme weer normaal is. Indien nodig herhaalt de cardioloog de cardioversie. Dit gebeurt maximaal 4 keer. Na een geslaagde cardioversie mag de patiënt meestal dezelfde dag naar huis, maar hij mag niet zelf autorijden. De patiënt moet nog enkele weken antistollingsmiddelen slikken.

    Cardioversie met medicijnen

    Als de patiënt korter dan 48 uur last heeft van boezemfibrilleren, is cardioversie met medicijnen mogelijk. De gebruikte medicijnen zijn anti-aritmica. De patiënt krijgt deze toegediend per infuus. Tijdens het toedienen houdt de arts de hartslag goed in de gaten.

    Lees meer

  • Dotterbehandeling/hartkatheterisatie

    Patiënteninformatie

    Lees meer informatie op de volgende bladen: 

    Wat is een hartkatheterisatie

    Een hartkatheterisatie, ook wel coronair angiogram genoemd,  is een onderzoek om kransslagadervernauwing op te sporen. Bij een hartkatheterisatie brengt een cardioloog de kransslagaders in beeld. Een hartkatheterisatie is bijvoorbeeld nodig bij een hartinfarct of bij pijn op de borst (angina pectoris).

     

     

    Hoe wordt een hartkatheterisatie uitgevoerd?

    Na een plaatselijke verdoving van de prikplaats wordt een katheter naar het hart gebracht. De cardioloog die het onderzoek uitvoert beslist of dit via de lies of via de arm gebeurt. Hij spuit contrastvloeistof in om de kransslagaders goed te kunnen bekijken met behulp van

    röntgenstralen. Op deze manier is te zien of er vernauwingen zijn in de kransslagaders. Bij een hartkatheterisatie blijft u bij kennis. U kunt dus zelf meekijken op de monitor. Wij vragen u uw bril en hoorapparaat mee te nemen, zodat wij met u kunnen communiceren tijdens het onderzoek.

     

     

     

    Stentplaatsing bij dotterbehandeling

    Na het onderzoek vertelt de arts u wat de bevindingen zijn. Aansluitend aan de hartkatherisatie kan direct besloten worden een dotterbehandeling, ook wel PCI genoemd, uit te voeren. De cardioloog die het onderzoek uitvoert, beslist dit in overleg met u. Bij een dotterbehandeling wordt meestal een stent geplaatst. Een stent ziet er ongeveer uit als een veertje van een balpen en dient ter ondersteuning van de vaatwand na het dotteren. In verband hiermee krijgt u medicijnen om stolsels te voorkomen. Als niet direct gedotterd wordt na de hartkatheterisatie, wil dit niet zeggen dat dit niet mogelijk is. Het hartteam van het MUMC+ bespreekt de gegevens van uw katheterisatie en stelt een behandelplan op. Dit behandelplan wordt met u besproken.


    Na de behandeling ontvangt u een kopje koffie en gaat u terug naar de verpleegafdeling. 

     

     

     

    Lees meer

  • ICD (Inwendige Cardioverter Defibrillator)

    Patiënteninformatie

    Lees meer in de volgende bladen:

    Wat is een ICD of implanteerbare cardioverter defibrillator?

    Een ICD is een apparaatje dat elektrische pulsen afgeeft en wordt onder de huid geplaatst om levensbedreigende hartritmestoornissen die in de hartkamers ontstaat te beëindigen. Een ICD bewaakt het hartritme dag en nacht. Met behulp van één of meer stroom geleidende draden (elektroden) die via een bloedvat naar het hart gaan of in een bloedvat rond het hart ligt, kan de ICD het hartritme beïnvloeden. Voor de veilige behandeling van kamerritmestoornissen is één elektrode voldoende. Soms wordt een tweede of derde elektrode geplaatst wanneer de ICD als pacemaker het hart meer moet ondersteunen. Een ICD kan het hart stimuleren als het hartritme te traag is of het hartritme herstellen als het te snel is. Daarbij maakt een ICD met grote betrouwbaarheid onderscheid tussen een hartritmestoornis die behandeld moet worden en een versnelling van het hartritme door normale inspanning. 

    Een inwendige defibrillator kan op twee manieren ingrijpen om de hartslag te herstellen. Hij overstemt de kamertachycardie door kleine signaaltjes af te geven die iets sneller zijn dan de ritmestoornis. In 80 tot 90 procent van de gevallen wordt de ritmestoornis hierdoor beëindigd. Lukt het niet om op deze manier de hartslag te herstellen, dan grijpt de ICD in met een elektrische schok. De ICD heeft als voordeel dat hij onmiddellijk ingrijpt. De bloedsomloop is dan nauwelijks verstoord en het lichaam krijgt geen zuurstofgebrek. De ICD slaat de gegevens op waardoor ze later altijd kunnen beoordeeld worden. De ICD is draadloos uitleesbaar. Als dat nodig is, kan de instelling van de ICD aangepast worden.

    Wie krijgt een inwendige defibrillator?

    De cardioloog kan om verschillende redenen adviseren om een ICD te laten implanteren.

    • Therapeutische indicatie: Behandeling met een ICD als u al hartkamerritmestoornissen (ventrikeltachycardie of Ventrikelfibrilleren) heeft gehad.
    • Profylactische (preventieve) indicatie: Steeds meer mensen hebben nog geen ritmestoornissen gehad maar krijgen de ICD preventief geïmplanteerd. Zij hebben een verminderde pompfunctie van het hart en daardoor een vergroot risico op levensbedreigende hartritmestoornissen. De verminderde pompfunctie is meestal het gevolg van een(oud )hartinfarct dit door afsluiting van één of meer kransslagaders. Het kan ook zijn dat de hartspier zelf ziek is zonder dat er vernauwingen in de kransslagaders zijn of dat er sprake is van een erfelijk bepaalde elektrische hartafwijking die een grote kans geeft op levensbedreigende hartritmestoornissen. Ook deze mensen kunnen in aanmerking komen voor een ICD.

    Welke soorten ICD's zijn er? 

    • Transveneuze (via de ader) ICD;  Een transveneuze ICD is een ICD die meestal geïmplanteerd wordt in het linkerschoudergebied, enkele centimeters lager dan het sleutelbeen. Met gebruikmaking van röntgenbeeldvorming word(t)(en) de electrode(n) via een ader naar het hart geleid en bevestigd in de hartwand. Afhankelijk van uw hartaandoening worden één, twee of 3 drie electrode(n) in het hart geplaatst.
    • Eén kamer ICD: Deze transveneuze ICD heeft één elektrode en deze bevindt zich in de rechter hartkamer. De elektrode kan daar het hartritme zien en zo nodig prikkelen en kan dus zo ook functioneren als pacemaker. Tevens is deze elektrode ook de schokelektrode die de schok afgeeft bij kamerfibrillatie.
    • Twee kamer ICD: Deze transveneuze ICD heeft twee elektroden. Eén elektrode in de rechter boezem en één elektrode, zoals de 1 kamer ICD, in de rechter hartkamer. Deze beide elektroden kunnen het hartritme zien en zo nodig prikkelen en dus ook functioneren als pacemaker.
    • CRT-D: Deze transveneuze ICD heeft drie elektroden. Eén elektrode in de rechter boezem, één in de rechter kamer (is tevens ook de schokelektrode) en één op de linker kamer. Bij een gezond hart trekken de linker- en de rechterhartkamer tegelijkertijd samen. In bepaalde situaties is dit niet meer zo. De elektroden in linker en rechter hartkamer zorgen ervoor dat de twee kamers weer gelijktijdig (synchroon) samentrekken.
    • Subcutane ICD (S- ICD) : De subcutaan (onderhuids) implanteerbare cardioverter defibrillator. Dit is een ICD waarbij de ICD ongeveer 15 centimeter onder de oksel wordt geïmplanteerdEr wordt één elektrode geplaatst. Deze elektrode wordt onder de huid, onder de linker borst door, langs het borstbeen omhoog geschoven. Deze elektrode wordt dus niet in het hart gelegd en wordt ook niet in een bloedvat gelegd. Deze ICD kan nog niet functioneren als pacemaker en kan hierdoor ook nog niet met kleine prikkels het hartritme herstellen. De S- ICD elektrode ligt onder de huid rond het hart en is enkel een schokelektrode. Deze ICD wordt geplaatst onder anesthesie.

     

    Heeft u nog vragen? 

    Neem dan contact op met: 

    • de ICD verpleegkundigen van de polikliniek Hart+Vaat Centrum/Maastricht UMC+ 
      Telefoon: 043-3872727 (op werkdagen van 8.30 tot 17.00 uur) 
      E-mail: pm.icdverpleegkundige.hvc@mumc.nl (vermeld hierbij altijd uw naam en geboortedatum!) 

     

     

     

    Lees meer

  • Katheterablatie

    Katheterablatie ook wel genoemd elektrofysiologisch onderzoek (EFO) en ablatie genoemd.

    Patiënteninformatie

    Lees meer in het volgende blad:

     

     

  • Mitraclip

    Wat is een mitraclip?

    Uw hart bestaat uit twee kamers en twee boezems die worden gescheiden door een hartklep. De rechterboezem wordt door de tricuspidalisklep gescheiden van de rechterkamer. De linkerboezem wordt door de mitralisklep gescheiden van de linkerkamer. Beide kleppen zorgen ervoor dat tijdens het samenknijpen van het hart het bloed in de goede richting stroomt. Als de mitralisklep niet helemaal goed sluit, stroomt er bloed terug in omgekeerde richting naar de linkerboezem. Dit noemen we mitralisklepinsufficiëntie. Een mitraclip is een soort nietje dat onze hartspecialisten gebruiken om lekkage van de mitralisklep te verhelpen. Dit wordt toegepast wanneer een hartoperatie te risicovol is, vanwege een slechte lichamelijke conditie. Bij deze behandeling wordt er een klipje op uw aangedane mitraalklep geplaatst zodat deze weer beter kan gaan functioneren.

    Deze behandeling vind plaats op de hartcatheterisatiekamer, hier zal de cardioloog een ader in uw lies aanprikken en een katheter met het clipje door de ader heen naar uw hart schuiven. Het clipje is een metalen nietje met een zachte bekleding van kunststof. Het clipje wordt door het boezemtussenschot naar de klep gebracht. Met behulp van een echo via de slokdarm wordt gekeken of het clipje op de juiste plek zit. Als het zeker is dat het clipje goed zit, wordt het vastgezet op de hartklep. Het clipje houdt nu de lekkende klepdelen bij elkaar, zodat er geen of slechts een klein beetje lekkage is in plaats van ernstige lekkage. De behandeling duurt ongeveer drie uur en gebeurd onder volledige narcose.

    Na de ingreep gaat u ter observatie naar de Intensive Care afdeling of hartbewaking. Tijdens uw verblijf op deze afdeling krijgt u een intensieve verzorging en bewaking.  Zo gauw als uw conditie het toelaat zal u naar de verpleegafdeling worden overgeplaatst, hier zal ook gestart worden met revalideren.  Voor meer informatie over de opname en de zorg op de afdelingen, verwijzen wij u naar de informatiefolder; hartchirurgie in het azM.  Tijdens uw verblijf zal er ook een nieuwe echo van het hart worden gemaakt om de functie van uw hart en van de mitraalklep te controleren.

    Het is niet altijd zo dat het plaatsen van een clip goed lukt. Het kan zijn dat door de clip de klep erg nauw geworden is, zodat we de clip niet definitief kunnen plaatsen. De clip kan dan alsnog verwijderd worden. Het succespercentage in meerdere onderzoeken ligt ongeveer op 75%, waarmee we een belangrijke lek hebben teruggebracht naar een gering lek. Overigens kan er ook nog na een hartoperatie een lek blijven bestaan. Meestal blijft er dus een kleine lek bestaan, maar hiermee zijn wel de klachten stukken minder geworden.

    U mag tot tenminste 30 dagen na de ingreep geen inspannende activiteiten verrichten. Het is ook heel belangrijk dat u de instructies van uw arts met betrekking tot medicijnen die u moet nemen nauwkeurig opvolgt. Uw arts kan na de behandeling ook een bloedverdunner voorschrijven. De meeste patienten bij wie een mitraalklep clipping wordt toegepast, hebben na de ingreep thuis geen special hulp nodig, behalve eventuele noodzakelijke zorgen welke niet gerelateerd zijn aan de behandeling.

    Complicaties

    De mogelijke complicaties bij mitraalklep clipping zijn;

    • Bloeduitstorting of een bloeding in de lies
    • Boezemfibrilleren, dit komt omdat de ingreep in de boezems van het hart plaatsvindt, hierdoor kunnen deze geprikkeld worden en kan het hartritme onregelmatig worden.
    • Vorming van een bloedstolsel waardoor een beroerte (CVA) of een trombosebeen kan ontstaan.
    • Spoedoperatie, dit kan nodig zijn bij een medisch of technisch probleem, de kans hierop is echter zeer klein

     

     

     

    Extra onderzoeken die nodig kunnen zijn voor een ingreep aan de mitraalklep

    Er kan een slokdarmecho van uw hart gemaakt worden, hierbij zal u een flexibele slang van ongeveer 1 cm moeten inslikken waardoor het echoapparaat veel dichter bij uw hart komt. Op deze manier kan men de mitraalklep goed in beeld brengen en is het mogelijk om 3D opnames van uw mitraalklep te maken. Door deze beelden kan de cardioloog goed zien wat er nu precies met uw mitraalklep aan de hand is. Tijdens de echo zal uw keel  lokaal doormiddel van een spray verdoofd worden. In sommige gevallen kan het ook onder algehele narcose.

    Indien een operatie of clip moet plaatsvinden, willen we graag weten hoe de kransslagvaten rondom uw hart eruit zien. Het kan zijn dat u nog een hartcatheterisatie krijgt of dat men uw kransslagvaten doormiddel van een CT-scan onderzoekt.

    Mocht er sprake zijn van belangrijke vernauwingen dan zal er bij een operatie aan de klep ook een bypass operatie plaatsvinden, omdat de chirurg toch al in het gebied aanwezig is. Bij een clip kan er gekozen worden om eerst een Dotter procedure te doen voordat de clip wordt geplaatst. Dit gebeurt niet op hetzelfde moment.

    Lees meer

  • Pacemaker implantatie

    Patiënteninformatie

    Lees meer in de volgende bladen:

    Wat is een pacemaker?

    Het hart is een holle spier die bestaat uit een linkerhelft en een rechterhelft. Elke helft bestaat weer uit twee delen: bovenaan zit de boezem, onderaan de kamer. Door zich samen te trekken pompt het hart het bloed door het lichaam. In normale toestand gebeurt dat zo’n 60 tot 90 keer per minuut, bij inspanning kan het wel 160 tot 180 keer per minuut zijn. De elektrische prikkel die voor dit pompen nodig is, ontstaat in de sinusknoop, een regelcentrum in de rechterboezem. Pacemaker betekent letterlijk ‘gangmaker’. Een pacemaker is een klein elektronisch apparaatje dat onder de huid wordt geplaatst, bij voorkeur onder het linker sleutelbeen.

    Een pacemaker zorgt ervoor dat het hart in het normale ritme blijft pompen. Wanneer het hartritme te traag is, geeft de pacemaker automatisch een kleine impuls af. Daardoor trekt het hart weer in het juiste ritme samen. Een pacemaker heeft een bewegingssensor waardoor er onderscheid gemaakt wordt tussen een situatie waarin u rustig met iets bezig bent en een situatie waarin u zich juist heel erg inspant. De pacemaker past zijn ritme daarop aan. De pacemaker bevat een chip en een batterij die zes tot acht jaar meegaat. Uit het apparaatje komen elektrodedraden die via de bloedvaten naar het hart lopen. De chip van een pacemaker kan elke moment uitgelezen worden om te zien hoe uw hart zich heeft gedragen. Het uitlezen gebeurt simpelweg door een apparaat tegen uw borst te houden.
     

    De implantatie

    Nadat uw cardioloog u verteld heeft dat u in aanmerking komt voor een pacemaker, wordt een afspraak met u gemaakt voor een gesprek op de polikliniek met een cardioloog die gespecialiseerd is in hartritme en pacemakers. Aansluitend krijgt u een gesprek met de pacemakerverpleegkundige. De cardioloog en de verpleegkundige zullen u uitleg geven over de implantatie, de voorbereiding, de nazorg en het leven met een pacemaker.

     

    Leefregels

    Niets is menselijker dan een terughoudende en zelfs enigszins wantrouwende reactie op iets wat nieuw en onbekend is. Ook onzekerheid is dan niet vreemd. Dat geldt zeker wanneer er een technisch apparaat in uw lichaam wordt geïmplanteerd. Wij geven u graag een aantal nuttige tips over leven met een pacemaker.

     

     

    Lees meer

Sluit de enquête