Studies TEC (Trombose Expertise Centrum)

Trombose Expertise Centrum (TEC)

In het MUMC+ is een Trombose Expertise Centrum (TEC) opgericht, waarbij diverse zorgtrajecten ingericht zijn: diep veneuze trombose en arteriële trombo-embolie. Het TEC wordt gecoördineerd door Prof. Dr. H. Ten Cate en vormt een onderdeel van het Hart en Vaat Centrum. Binnen het TEC zijn kennis en coördinatie van zorgaspecten rond trombosezorg gebundeld, zowel voor patiënten als voor behandelaars. Zorgverleners kunnen bij het TEC terecht voor advies en coaching bij complexe vraagstukken. Zo vraagt bijvoorbeeld de komst van nieuwe orale antistollingsmiddelen om andere vormen van begeleiding van de patiënt.

 

Uitgangspunt is de keten rondom trombosezorg beter te organiseren en zo patiëntenzorg veiliger te maken. Het kan zijn dat u gevraagd wordt voor deelname aan een studie:

CAVA studie

Onderzoek naar het voorkomen van PTS bij trombose in de lies (de CAVA studie). Onderzoekers denken dat het Post Trombotisch Syndroom mede ontstaat door de langdurige aanwezigheid van een stolsel in het bloedvat. Ter plaatse van het stolsel kan er door een ontstekingsreactie beschadiging van het bloedvat ontstaan. Bij de gebruikelijke antistollingsbehandeling is het oplossen van het stolsel afhankelijk van de stolsel oplossende werking van de eigen enzymen die aanwezig zijn in het bloed. Voor sommige mensen betekent dit dat het stolsel snel oplost, voor anderen zal het langer duren. De gemiddelde duur voor het oplossen van een stolsel ligt rond de 6-12 maanden. Recent is er een nieuwe behandeling ontwikkeld voor trombosebeen, de zogenaamde kathetergestuurde stolseloplossende behandeling. Het academisch ziekenhuis Maastricht zal door middel van een gerandomiseerd onderzoek evalueren of deze behandeling daadwerkelijk voordelen biedt. Indien u aan de voorwaarden voor het onderzoek voldoet en indien u deel wilt nemen aan dit onderzoek, dan is er 50% kans dat u loot voor deze behandeling. Bij deze behandeling wordt u 1-2 dagen opgenomen in het academisch ziekenhuis Maastricht op de afdeling chirurgie/korte opname afdeling. Tijdens deze opname wordt door een radioloog onder lokale verdoving via de knieholte een buisje (katheter) in de beenader met het stolsel geplaatst. Het stolseloplossende middel (urokinase) wordt vervolgens via een infuus dat gekoppeld wordt aan het buisje in de beenader direct in het stolsel gegeven. Het oplossen van het stolsel duurt maximaal 36 uur. Zolang de katheter in de beenader zit bent u niet mobiel en dient u in bed te blijven liggen. Na 1-2 dagen zal de katheter (op dezelfde wijze als hij geplaatst werd) worden verwijderd en mag u naar huis

 

Prometheus studie

Onderzoek naar het herhalingsrisico op longembolie en het voorkomen van PH bij trombose in de long (de Prometheus studie)

Doel van dit onderzoek is om bij patiënten met een longembolie te bekijken hoeveel van de obstructie door het bloedstolsel nog over is na 6 maanden behandeling met bloedverdunners. Dit wordt gedaan met behulp van een nieuwe CT scan. Hiernaast wordt ook gekeken of er na de 6 maanden behandeling aanwijzingen zijn voor pulmonale hypertensie, dit wordt gedaan met behulp van een vragenlijst. Een ander doel van de studie is om informatie krijgen over hoe vaak zich opnieuw een longembolie voordoet in de anderhalf jaar na het stoppen van de bloedverdunners en hoe vaak er pulmonale hypertensie voorkomt. Tot slot wordt gekeken of er risicofactoren gevonden kunnen worden voor het blijven bestaan van obstructie door het bloedstolsel of het opnieuw krijgen van een longembolie. Verder wordt bloedonderzoek gedaan om de mate van bloedstolling vast te stellen op verschillende momenten. Tevens wordt u gevraagd enkele malen een vragenlijst in te vullen. Dit kan telefonisch worden gedaan. Als alle gegevens beschikbaar zijn wordt gekeken naar een verband tussen de mate van obstructie door het bloedstolsel en verhoogde stollingswaarden in het bloed aan de ene kant en op het opnieuw krijgen van een longembolie of het blijven houden van een verhoogde druk in de longvaten aan de andere kant. Patiënten worden bij dit onderzoek gedurende anderhalf jaar gevolgd om te zien of zich in deze periode opnieuw een longembolie voordoet

 

Elastische compressie kousen

Onderzoek naar de optimale duur van elastische compressie therapie (de ideaal DVT studie). Het is niet duidelijk of de elastische kous daadwerkelijk gedurende een periode van 2 jaar moet worden gedragen of dat ook een kortere periode kan volstaan. Het is hierbij wel belangrijk dat er tenminste gedurende een periode van 6 maanden na het ontstaan van het trombosebeen een elastische kous wordt gedragen. Onderzoekers denken naar aanleiding van de resultaten uit een voorgaand onderzoek, dat het mogelijk is om op basis van klachten van het been en afwijkingen die zichtbaar zijn aan het been, een selectie te maken van patiënten die wel en patiënten die niet baat zullen hebben bij het dragen van een elastische kous voor langere tijd. Bij dit voorgaande onderzoek werd door de helft van de patiënten de elastische kous voor een periode van minimaal 6 maanden en maximaal 1 jaar gedragen. Er werden tijdens dit onderzoek niet vaker patiënten met het Post Trombotisch Syndroom gezien dan bij de normale behandeling. Als u in aanmerking komt voor dit onderzoek en als u toestemming verleent tot deelname, dan kunt u op basis van loting in de normale behandelduur groep (2 jaar elastische kous) of in de geïndividualiseerde behandelduur groep (tenminste 6 maanden, kous uit op geleide van de klachten) komen.

 

Trombinegeneratie
Onderzoek naar een verhoogde stollingsneiging, de endogene trombine potentiaal (de ETP studie).
Er is een nieuwe meer verfijnde techniek in ontwikkeling, de endogene trombine potentiaal (ETP), waarmee meerdere facetten van het stollingssysteem tegelijkertijd bij een patiënt kunnen worden gemeten. Het grote voordeel van deze test zou kunnen zijn dat deze test gebruikt kan worden om zowel het stollingsrisico als het bloedingrisico van patiënten te bepalen. Hiermee zou op een vroeg punt in de behandeling meer inzicht kunnen worden verkregen in welke patiënten een verhoogd risico hebben op hernieuwde trombose of bloeding. De behandeling zou hier dan op kunnen worden afgestemd. Om te onderzoeken of deze test inderdaad aan deze verwachtingen kan voldoen, is er bloed nodig van ongeveer 500 patiënten die een trombose doormaken. Door op een aantal tijdstippen bij het vervolgen van de trombose bloed af te nemen, kan worden bekeken of de risico’s voor een individuele patiënt stabiel zijn in de tijd. Verder kan de uitkomst van de test vergeleken worden met de gegevens van het ziektebeloop. Op deze manier kan worden gecontroleerd of met deze nieuwe test de juiste voorspelling kan worden gemaakt. Als u aan dit onderzoek wilt deelnemen, betekent dit dat er driemaal bloed bij u wordt afgenomen. U hoeft hiervoor niet speciaal geprikt te worden, het bloed zal worden mee geprikt met de normale bloedafnames.