Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.
  • Hartfalenrevalidatie

    Hartfalenrevalidatie is een programma waarin wordt geleerd om te gaan met de ziekte en wordt getraind om de lichamelijke conditie te verbeteren. Met de hartfalen revalidatie kan het volgende worden bereikt:

    Hartfalenrevalidatie

    Hartfalenrevalidatie is een programma waarin wordt geleerd om te gaan met de ziekte en wordt getraind om de lichamelijke conditie te verbeteren. Met de hartfalen revalidatie kan het volgende worden bereikt:

    • Verhogen van de kwaliteit van leven;
    • Verminderen/voorkomen van ziekenhuisopnames;
    • Verbeteren van de conditie;
    • Versterken van het zelfvertrouwen;
    • Leren omgaan met angst en paniekreacties;
    • Leren kennen en accepteren van grenzen en inzicht krijgen in uw mogelijkheden;
    • Verwerven van kennis rondom hartfalen;
    • Leren hoe te handelen bij problemen.

    Wat vragen wij van de deelnemer?

    De hartfalenrevalidatie is een periode waarin veel tijd en energie wordt besteedt aan de gezondheid. Een intensieve periode waarvoor een goede motivatie absoluut noodzakelijk is. Het is de bedoeling dat men zich voorbereid op de voorlichtingsbijeenkomsten en deelneemt aan het volledige programma. Omdat continuïteit nodig is voor een succesvol resultaat, kunnen geen vakanties worden gepland tijdens de revalidatieperiode. Ook afmelden is daarom slechts zeer beperkt mogelijk. Indien men nog werkt,  dient met de werkgever overlegt te worden over deelname het revalidatieprogramma. De deelnemer zorgt zelf voor het vervoer. Aan het eind van de revalidatie ontvangt men een financiële tegemoetkoming voor de reis- en parkeerkosten.De hartfalenrevalidatie wordt door de zorgverzekeraar volledig vergoed.

    Aanmelding hartfalenrevalidatie
    Wanneer de cardioloog aangeeft dat men kandidaat is voor de hartfalenrevalidatie, zal men worden aangemeld bij de coördinator. Deze of de hartfalenverpleegkundige geven inhoudelijke uitleg over de hartfalenrevalidatie Bij voorkeur is een naaste of mantelzorger bij dit gesprek aanwezig. Uiteindelijk wordt samen besloten of men  voor het revalidatieprogramma wordt aangemeld bij CIRO.

    Samenwerkingspartner CIRO
    Voor de hartfalenrevalidatie werken wij samen met CIRO. Dit Centrum voor Integrale Revalidatie Orgaanfalen te Horn is een expertisecentrum op het gebied van onder andere hartfalen, maar ook longfalen en slaapapnoe ’s. Na aanmelding voor de hartfalenrevalidatie ontvangt men van CIRO hiervan een bevestiging. Daarnaast krijgt men een informatiebrochure, formulier persoonsgegevens, toestemmingsverklaring en antwoordenvelop toegestuurd. Het formulier persoonsgegevens en de toestemmingsverklaring dient, in de bijgesloten antwoordenvelop, ingevuld teruggestuurd te worden.Vervolgens maakt CIRO telefonisch een afspraak voor een ‘assessment’. Dit betekent een onderzoeksperiode van drie dagen en een of twee nachten in Horn. Bovendien zal voorafgaand een verpleegkundige contact opnemen om te informeren naar de huidige gezondheid en eventuele vragen beantwoorden.Tijdens het assessment krijgt men verschillende testen, gesprekken en onderzoeken. Op deze dagen worden onderzoeken uitgevoerd van 8.00 tot 17.00 uur.. Op de laatste dag volgt uit de onderzoeksresultaten het advies voor een poliklinische revalidatie in het MUMC, in het Laurentius ziekenhuis  of een klinische revalidatie (met opname) in CIRO.

    Slaaponderzoek
    Aan het einde van de laatste dag, dus nadat alle testen gedaan en besproken zijn, zal er ook nog een slaaponderzoek plaatsvinden om te kijken of er sprake is van slaapapnues (stoppen met ademen in de slaap). Dit komt veel voor bij patiënten met hartfalen en is een belangrijk probleem. De volgende ochtend krijgt u een gesprek met de slaaparts die u meteen uitlegt of er afwijkingen gevonden zijn en wat het te volgen beleid zal zijn.

    Poliklinische hartfalenrevalidatie
    Indien men in aanmerking komt voor de poliklinische hartfalenrevalidatie, ontvangt u van CIRO een brief wanneer u kunt starten met de revalidatie in het het MUMC, Laurentius ziekenhuis te Roermond of CIRO zelf. Het programma duurt 40 sessies. Dit is ongeveer 16 weken.  Iedere sessie is van 8.30 tot 11.30 uur en bestaat uit een trainingsgedeelte. Een keer per week is er een voorlichtingsbijeenkomst. Gedurende 8  weken is de revalidatie op maandag-, woensdag- en vrijdagochtend. In de tweede helft wordt er nog slechts 2x per week getraind op dinsdag- en donderdagochtend. Het gehele programma wordt uitgevoerd in een groep van maximaal acht personen. Tussentijds en na afloop vinden evaluatiegesprekken plaats met de hartfalenverpleegkundige.Na  beëindiging van het gehele revalidatieprogramma, vindt een tweedaags assessment plaats in CIRO. Door middel van testen, gesprekken en onderzoeken worden de resultaten in kaart gebracht. 

    Klinische hartfalenrevalidatie
    Bij uitzondering is het nodig dat men voor hartfalenrevalidatie wordt opgenomen in het klinische revalidatiecentrum te Horn. De opname duurt 8 weken en in de weekenden mag men naar huis. 

    Trainingsprogramma
    Het grootste deel van de revalidatie bestaat uit een lichamelijk trainingsprogramma, waarin de deelnemer wordt begeleid door een fysiotherapeut. In het programma worden krachttraining en duurtraining afgewisseld. Op het einde tijd voor een sport- en spelactiviteit en daarnaast ontspanningsoefeningen. Er wordt geadviseerd om gemakkelijk zittende kleding en schoeisel te dragen, en een handdoek en, droge reservekleding, en eventueel wat te eten mee te nemen.
    Koffie en thee staan klaar in de revalidatieruimte.

    Voorlichting

    Een belangrijk onderdeel van de revalidatie zijn de voorlichtingsbijeenkomsten. Hierbinnen worden verschillende onderwerpen besproken, vaardigheden aangeleerd en ervaringen uitgewisseld. Deze bijeenkomsten worden door onderstaande disciplines verzorgd.

    • Hartfalenverpleegkundige; geeft uitleg over diverse onderwerpen waarmee iemand in aanraking komt door de gevolgen van de hartaandoening. Zoals het ziektebeeld, medicatie, leefregels, angst bij kortademigheid, stoppen met roken, tekenen van verslechtering en hoe het beste om te gaan met de hartaandoening.
    • Fysiotherapeut; geeft advies over gezond bewegen en het onderhouden van de lichamelijke fitheid na de revalidatie.
    • Diëtist; informeert over het belang van gezonde voeding (voor hartpatiënten) en hoe zo’n voeding eruit kan zien. Besproken wordt wat een goed lichaamsgewicht is en waarom dat belangrijk is voor zowel mensen met ondergewicht als overgewicht. Daarnaast is er aandacht voor zoutbeperking en wanneer nodig vochtbeperking.
    • Ergotherapeut; richt zich op de verhouding tussen belasting en belastbaarheid. Ook worden de gevolgen van de hartaandoening op uw zelfstandigheid tijdens diverse dagelijkse activiteiten besproken. Daarnaast worden handvaten gegeven over hoe om te gaan met beperkingen.
    • Psycholoog; richt zich op het geestelijk welbevinden en gaat in op somberheid en angsten als gevolg van de aandoening.

    Meeloopdag
    Het programma richt zich niet alleen op de patiënt, maar biedt ook ondersteuning aan de partner, familieleden of andere naasten. Omdat ook zij moeten leren omgaan met de gevolgen van uw hartaandoening, wordt er tijdens de revalidatie verwacht dat de partner of naaste een sessie meeloopt. Deze dag kunnen zij deelnemen aan het trainingsprogramma en is er de mogelijkheid om met de hartfalenverpleegkundige en fysiotherapeut in gesprek te gaan. Zij kunnen informatie geven over onder andere het ziektebeeld en de gevolgen hiervan, gezond bewegen en grenshantering. Partner of naasten hebben de mogelijkheid om vragen te stellen of problemen te bespreken die zij ervaren. Hierdoor krijgen naasten meer inzicht waardoor zij u nog beter kunnen ondersteunen en motiveren tijdens én na de revalidatie!

    Vervolg na de revalidatie
    Als men eenmaal klaar is met het revalidatie programma is het de bedoeling om verder te gaan met trainen. Dit kan bij de eigen fysiotherapeut, in de sportschool of op een andere eigen manier. Geadviseerd wordt om minimaal 2x per week een reguliere activiteit te doen en verder dagelijks zo actief als mogelijk te zijn. De fysiotherapeut van de revalidatie kn u hierin adviseren.

    Lees meer

  • Hartklepoperatie/hartklepvervanging

    In uw hart zitten vier hartkleppen: de aortaklep, pulmonalisklep, mitralisklep en tricuspidalisklep. Deze hartkleppen zorgen er door te openen of te sluiten voor dat het bloed in uw lichaam in de juiste richting blijft stromen. Door een hartklepaandoening kan er schade aan het hart ontstaan. Uw hart raakt overbelast en u kunt last krijgen van kortademigheid, pijn op de borst, onregelmatige hartslag, vermoeidheid en duizeligheid bij een inspanning. Er kan sprake zijn een lekkende hartklep (insufficientie), vernauwde hartklep (stenose) of een combinatie van beide. Indien deze aandoening leidt tot klachten of gevolgen heeft voor functioneren van uw hart dan kan een hartklepoperatie noodzakelijk zijn. 

    Wat is een hartklepoperatie?
    Bij een hartklepoperatie beoordeelt de hartchirurg eerst of het mogelijk is om uw hartklep(pen) te repareren. Een reparatie gebeurt met behulp van hartklepplastiek en is vooral bij de mitralisklep en tricuspidalisklep vaak mogelijk. Maar ook de aortaklep kan gerepareerd worden.

    Hartklepvervanging
    Als een hartklepplastiek niet mogelijk is, wordt de beschadigde hartklep vervangen door een prothese. Er zijn twee soorten prothesen: mechanische- en biologische kunstkleppen.

    Mechanische kunstkleppen: de mechanische kunstkleppen zijn gemaakt van duurzaam materiaal zoals kunststof of koolstof en metaal. Ze slijten nauwelijks en gaan in principe levenslang mee. Sommige van deze kleppen zijn duidelijk hoorbaar, andere maken weinig geluid. Wie een mechanische klep krijgt, moet daarna altijd een antistollingsmiddel (bloedverdunner) blijven slikken. Het gebruik van bloedverdunners is belangrijk omdat anders bloedcellen aan de kunstklep kunnen vastkleven en een bloedstolsel op de klep kan ontstaan. Als er een bloedstolsel op de nieuwe klep ontstaat kan de klep niet meer goed openen en sluiten. Er wordt dan bij u regelmatig bloedgeprikt bij de Trombosedienst (http://www.trombosestichting.nl) om te controleren of het bloed niet te dik is. De medewerkers van de Trombosedienst zorgen er voor dat u weet hoeveel tabletjes u dagelijks moet slikken tot de volgende controle. In sommige gevallen is het ook mogelijk uw bloed zelf te controleren met behulp van een vingerprik. U kunt hiervoor informatie opvragen bij de Trombosedienst

     

    Biologische kunstkleppen: de biologische kunstkleppen (of bioprothesen) zijn gemaakt van speciaal bewerkt weefsel van dieren (varkens of runderen) of het zijn donorkleppen van mensen. Menselijke kleppen zijn niet beter dan dierlijke. De biologische kleppen hebben als voordeel dat ze geluidloos zijn en dat u er geen antistollingsmiddel bij hoeft te gebruiken. Het belangrijkste nadeel is dat ze kunnen slijten en soms weer vervangen moeten worden. Bij jongere mensen kan een biologische klep in de loop der jaren ook gaan verkalken en daardoor vernauwd raken. Bij mensen boven de 65 jaar gebeurt dit veel minder en is de levensduur van de kleppen aanvaardbaar. Daarom krijgen mensen van 65 jaar en ouder, die in het  MUMC een hartoperatie ondergaan, meestal een biologische klep. Uw chirurg zal met u bespreken wat voor u de beste klep is. Deze keuze is onder andere afhankelijk van uw leefstijl, toestand van uw hart, eventuele bijkomende ziekten en uw persoonlijke voorkeur.

     

    Hoe gaat de behandeling zijn werk?

    Het hart kan voor een hartklepoperatie op een aantal manieren benaderd worden. Meestal zal de chirurg het borstbeen openen (sternotomie) zodat het hart vrij komt te liggen. In sommige gevallen kan het hart ook benaderd worden via een kleinere sternotomie (minimaal invasieve aortaklepvervanging) of via de ribbenkast (minimal invasieve mitralisklepchirurgie). De hartklepoperatie duurt gemiddeld twee-zes uur, afhankelijk van de soort ingreep. Tijdens de operatie neemt de hart-longmachine de pompfunctie van het hart en de zuurstofvoorziening van het bloed over. Hierdoor kan de hartchirurg de operatie aan een onbeweeglijk hart uitvoeren.

    In het geval van een aortaklepoperatie kan een klassieke operatie te risicovol worden geacht en een nieuwe hartklep via de lies of via de punt van het hart worden ingebracht. Dit heet een TAVI procedure. TAVI staat voor Transcatheter Aortic Valve Implantation en houdt in dat:

    • via een katheter (transcatheter)
    • een nieuwe aortaklep (Aortic Valve)
    • wordt geïmplanteerd (Implantation)

     

    Lees meer

  • Hartoperatie

    Patiënteninformatie: 

    Lees meer in de volgende bladen of hieronder op de pagina. 

    Algemene informatie over een hartoperatie in het MUMC+

    Bekijk bovenstaande film "met een gerust hart".  De meest voorkomende operatie in het MUMC+ is een bypassoperatie ook wel genoemd CABG.

    De chirurg die u opereert wordt meestal hartchirurg genoemd, maar is officieel een “cardiothoracaal chirurg”, omdat hij/zij naast het hart ook operaties uitvoert aan andere organen in de borstkas. Binnen de afdeling cardiothoracale chirurgie worden artsen opgeleid tot cardiothoracaal chirurg en dus kan het zijn dat u geopereerd wordt door een chirurg in opleiding. Deze operatie wordt altijd uitgevoerd onder begeleiding van een cardiothoracaal chirurg. Wij verzoeken u alles thuis rustig door te lezen. Als u nog vragen hebt, schrijf deze dan op. Tijdens uw polikliniek bezoek of tijdens uw opname kunt u deze vragen aan de verpleegkundige of de arts stellen.

    Ontwikkelingen binnen de hartchirurgie volgen elkaar snel op. Nieuwe behandelingsmethoden worden geregeld geïntroduceerd. De informatie op deze website geeft u slechts een indruk van de situatie zoals hij nu is. Vanzelfsprekend zullen nieuwe ontwikkelingen in een gesprek met u worden doorgenomen. In dit schrijven hebben wij de ideale situatie rondom de operatie geschetst. Door omstandigheden kunnen echter altijd dingen bij u anders verlopen. Het kan bijvoorbeeld altijd mogelijk zijn dat u langer verblijft op de Intensive Care, Medium care of op de verpleegafdeling.

    De behandeling wordt altijd aangepast aan de situatie van de individuele patiënt. Nieuwe technieken maken het tegenwoordig mogelijk om operaties te kunnen doen die jaren geleden nog onmogelijk waren of teveel risico’s met zich meebrachten. Hoe zorgvuldig uw cardioloog en hartchirurg de risico’s ook hebben afgewogen voordat zij u voor een hartoperatie voorstelden, elke hartoperatie geeft kans op complicaties. Het is dan ook zeer belangrijk dat aan u duidelijke informatie is verstrekt zodat u en uw familie een weloverwogen beslissing kunnen nemen. Nogmaals, stel gerust al uw vragen. Voor meer informatie bekijk de informatiefilm "met een gerust hart".

    Alle medewerkers van de afdeling cardiothoracale chirurgie wensen u een spoedig herstel toe.

    Informatie over uw opname en de dag van de operatie

    Op de dag van de opname en de dag van de operatie vinden onderstaande activiteiten plaats om u te informeren en voor te bereiden op de operatie:

    • U wordt meestal opgenomen op afdeling D4
    • U krijgt een opnamegesprek met een verpleegkundige.
    • U krijgt een gesprek met een arts van de cardiothoracale chirurgie. Deze vult samen met u een medische vragenlijst in en doet een lichamelijk onderzoek.
    • Er wordt bloed bij u afgenomen. Dit is om te kijken of er geen afwijkend bloedwaarden zijn die wijzen op bijvoorbeeld in een infectie.
    • Er wordt een 2de keer bloed geprikt om te bepalen wat uw bloedgroep is. 
    • U gaat (onder begeleiding) naar de röntgenafdeling om een longfoto te laten maken.
    • De fysiotherapeut komt bij u langs. U  krijgt instructies over ademhalingsoefeningen en het zogenaamde "ophoesten". Verder krijgt u een Triflow apparaatje. Dit is een hulpmiddel om de longen goed te laten ontplooien. De fysiotherapeut geeft u ook informatie over het revalidatieproces na de operatie.
    • De anesthesist geeft u uitleg over de narcose tijdens de operatie en de slaapmedicatie die u van de verpleegkundige de nacht voor de operatie zult krijgen.
    • De hartchirurg, of de assistent chirurg die betrokken is bij uw operatie, geeft u uitleg over de aard van de operatie, de duur en het tijdstip van de operatie. Als u nog specifieke vragen over de operatie hebt, is dit de gelegenheid om deze te stellen.
    • Bent u op de pré-operatieve poli bent geweest, dan krijgt u bovenstaande informatie op de polikliniek.   

     

    Lees meer

Sluit de enquête