DCM
DCM betekent gedilateerde cardiomyopathie. Dit betekent letterlijk vertaald een een vergrote of verwijde hartspier, waarbij meestal de hartspierwand dunner is en de werking van het hart verminderd. Hierdoor kunnen klachten van hartfalen of hartritmestoornissen ontstaan. Het kan echter ook een toevalsbevinding zijn bij screening vanwege een hartafwijking bij een familielid. Een verwijde hartspier / verminderde werking van het hart kan veel verschillende oorzaken hebben, de meest bekende zijn: langdurig hoge bloeddruk, hartinfarct, ontstekingen van de hartspier of een genetische (erfelijke) aanleg.
Oorzaken
Om de oorzaak van een verwijde hartspier te achterhalen verrichten we verschillende onderzoeken (zie hieronder), waarvan de keuze en volgorde in overleg met u besproken wordt. De uitslagen van deze onderzoeken worden in een gespecialiseerd team van cardiologen, radiologen en klinische genetici besproken. Door deze onderzoeken en expertise te combineren kunnen we een goede inschatting maken van de ernst van de hartziekte en de behandeling hierop en op uw wensen aanpassen. Als gespecialiseerd centrum voor gedilateerde cardiomyopathie hebben wij daarnaast goede banden met de ziekenhuizen in de regio en andere academische ziekenhuizen in het land. Om onze kennis over de verwijde hartspier nog verder te vergroten doen we wetenschappelijk onderzoek, waarvoor u op de polikliniek benaderd zou kunnen worden en waarbij u zelf beslist of u hier wel of niet aan wil meedoen. Hierbij gaat het vaak om het afnemen van enkele buisjes extra bloed en de toestemming om anoniem de onderzoeksresultaten te gebruiken om het beloop van de hartspierziekte in grote groepen patiënten te voorspellen.
Mogelijke onderzoeken:
- Hartfilmpje (ECG) en 24-uurs Holter: hierbij beoordelen we de elektrische geleiding van het hart en kunnen we ook hartritmestoornissen detecteren.
- Uitgebreid bloedonderzoek: bloedonderzoek kan ons inzicht geven in de mogelijke oorzaak voor de verwijde hartspier, zoals schildklierproblemen en spierziekten, maar ook betrokkenheid van andere organen zoals nier- of leverproblemen.
- Echocardiografie: hiermee kunnen we de grootte, de knijpkracht van het hart en de functie van de hartkleppen beoordelen. Als het hart vergroot kunnen de hartkleppen gaan lekken, waardoor het hart minder goed gaat functioneren.
- MRI van hart: de MRI biedt dezelfde mogelijkheden als de echo, met daarbij de mogelijkheid om specifiek naar het hartweefsel te kijken. Hierdoor zijn we in staat ontsteking of littekenweefsel op te sporen, wat een hint kan geven naar de mogelijke oorzaak.
- Hartbiopten: na een plaatselijke verdoving kunnen we in specifieke gevallen via de halsader met een veilige en korte procedure kleine stukjes hartweefsel afnemen. Dit is tot nog toe de enige manier om specifiek in het hart zelf te beoordelen of er aanwijzingen zijn voor ontsteking, aanwezigheid van virussen, stapelingsziekten of metabole ziekten. (link naar patiëntenfolder)
Genetisch onderzoek
Wanneer na bovenstaande onderzoeken nog geen zekere diagnose is, kunnen we DNA onderzoek verrichten. Hierbij kijken we middels bloedonderzoek naar kleine foutjes in het DNA (erfelijk materiaal) die tot een vergroot hart kunnen leiden. Als er aanwijzingen zijn voor een afwijking in het erfelijk materiaal, kan dit van belang zijn voor uw verwante familieleden (kinderen, broers/zussen, ouders). Deze afwijkingen geven namelijk meestal een kans van 50% dat ze worden doorgegeven van ouder op kind. (zie ook de folder Hartbiopsie: onderzoek naar hartfalen).