• Meer informatie over een ablatie vindt u bij EFO en ablatie bij hartritmestoornissen. 


     

     

  • Behandeling van een aneurysma in de buik

    Een TAAA-operatie (Thoraco (borstkas) Abdominaal (buik) Aorta (grote lichaamsslagader) Aneurysma (verwijding van het bloedvat) kan noodzakelijk zijn als de grote lichaamsslagader, de aorta, verwijd is (een aneurysma dus). De verwijding ontstaat doordat er een zwakke plek in het bloedvat zit, waardoor de wand op die plaats uitrekt. Als een TAAA-operatie nodig is, bevindt de verwijding zich zowel in het deel van de aorta dat door de borstkas loopt als in het deel dat in de buikholte ligt. Op het moment dat een aneurysma scheurt telt iedere minuut. Na het maken van een CT-scan kiest men meestal voor de laparotomische procedure (openmaken van de buikholte) voor het inhechten van een broekprothese. Een duidelijk protocol en goede samenwerking van spoedeisende hulp, afdeling radiologie, anesthesist, vaatchirurg en OK-personeel is hierbij essentieel voor het overleven van de patiënt.

    In de helft van de gevallen halen patiënten na een ruptuur het ziekenhuis niet en overlijden voortijdig. Maar van de patiënten die in het ziekenhuis een spoedoperatie ondergaan, overlijdt de helft alsnog. Kortom, slechts één op de vier patiënten overleeft een ruptuur in de buik.

    Heeft de echo of CT-scan aangetoond dat het AAA bij u een diameter heeft van 5,5 centimeter of groter, dan komt u in principe in aanmerking voor een operatie. Ook een snelle groei van aneurysma’s bij patiënten die onder poliklinische controle staan, kan aanleiding geven tot operatief ingrijpen. Een voorwaarde is wel dat uw conditie zo'n operatie toelaat. Ook uw leeftijd speelt een rol bij de beslissing om wel of niet te opereren. Een slechte conditie en een hoge leeftijd verhogen namelijk het operatierisico. De complicaties bij deze operatie kunnen zeer ernstig zijn. Er is veel bloedverlies en het hart en de nieren krijgen het tijdens de operatie zwaar te verduren. Vijf tot zeven procent van de patiënten overlijdt tijdens de operatie of vlak erna aan de gevolgen ervan. Daarom moet afgewogen worden of de kans op een ruptuur opweegt tegen het operatierisico. 

    Via een buikoperatie

    De operatie voor de behandeling van het AAA bestaat uit het plaatsen van een vaatprothese. De operatie vindt plaats onder narcose. De buik wordt volledig geopend, zodat de aorta aan beide zijden van het aneurysma kan worden afgeklemd en de darmen aan één kant van de buik kunnen worden gelegd. Het aneurysma wordt opengeknipt en het bloedstolsel wordt eruit gehaald. Vervolgens wordt een vaatprothese in het aneurysma gelegd. Deze prothese wordt boven en onder het aneurysma aan de aorta gehecht. De nog aanwezige vaatwand wordt om het prothese heen gelegd. Omdat de aorta onder de afgang van de belangrijke zijtakken wordt afgeklemd, is tijdens het afklemmen geen tijdelijke omleiding nodig, zoals bij hartoperaties. De benen kunnen namelijk veel langer zonder bloed dan de buikorganen.
    Vaak zijn er naast het AAA ook ernstige vernauwingen of verwijdingen in de bekkenslagaders. Dit zijn de slagaders die naar de benen lopen. In een dergelijk geval wordt de vaatprothese aangesloten op de bekken- of liesslagaders. Deze vaatprothese wordt een 'broekprothese' genoemd, omdat deze twee 'broekspijpen' heeft. Na afloop van de ingreep gaat u naar de recovery (uitslaapkamer), waar u een nacht verblijft. 

    Via endoprothese

    Sinds kort bestaat er een nieuwe operatietechniek. Door sneetjes in beide liezen wordt een opgevouwen prothese geschoven door de liesslagaders tot boven het aneurysma. Een dergelijke prothese heet een 'endoprothese'. Een endoprothese bestaat uit een combinatie van een vaatprothese met stents (soort metalen veren). Deze stents zullen zorgen voor de verankering van de vaatprothese tegen de bloedvatwand. Met behulp van röntgenapparatuur wordt de plaats bepaald waar de endoprothese moet komen. De endoprothese wordt in de slagader (aorta) boven en onder het AAA vastgezet. Het voordeel van deze operatie is dat de buik niet geopend hoeft te worden. Hierdoor is een lichtere narcose mogelijk en zijn de opnameduur en herstelperiodekorter. Ook het afsluiten van de aorta duurt korter. Dit zijn allemaal factoren die maken dat deze nieuwe operatietechniek minder risico's en sterfte tot gevolg heeft. Er bestaat  2-3% kans dat het inbrengen niet lukt en dat moet worden overgeschakeld op de buikoperatie. Helaas komen lang niet alle patiënten voor een dergelijke behandeling in aanmerking. De endoprothese kan alleen worden gebruikt als het aneurysma aan bepaalde voorwaarden voldoet. Zo moet er bijvoorbeeld voldoende ruimte zijn tussen de afgang van de nierslagaders en het begin van het aneurysma om de prothese te verankeren.

    Behandeling van een thoraco-abdominaal aneurysma. Voor een operatie bij een thoraco-abdominaal aneurysma moet u 14 tot 21 dagen in het ziekenhuis worden opgenomen. Na de operatie verblijft u een aantal dagen op de Intensive Care Unit en vervolgens op de Medium Care Unit om daarna verder te herstellen van uw operatie op de verpleegafdeling. Als u vanuit een ander ziekenhuis verwezen bent, bestaat vaak de mogelijkheid om daar het laatste deel van uw ziekenhuisverblijf door te brengen.

    Om u voor te bereiden op wat komen gaat, schetsen wij met onderstaande informatie een algemeen beeld van de gebeurtenissen rondom uw vaatoperatie. Diverse factoren kunnen de gang van zaken echter beïnvloeden, waardoor van de beschreven procedures moet worden afgeweken. De medewerkers van ons ziekenhuis zullen u dan ook steeds mondeling inlichten over wat er gaat gebeuren.

     

     

    Lees meer

  • De meest voorkomende hartoperatie in het MUMC+ is een bypassoperatie of CABG

    Wat is een bypassoperatie/CABG?

    Een bypass- of omleidingsoperatie is een hartoperatie aan uw kransslagaderen waarbij er een omleiding wordt gemaakt. In de medische wetenschap noemt men deze operatie een ‘Coronary Artery Bypass Grafting’ (CABG). Tijdens de operatie plaatst de hartchirurg een stukje ader of slagader voorbij één of meerdere vernauwingen in uw kransslagader. Zo stroomt het bloed via een alternatieve route. Door deze bypass operatie heeft u geen last meer van de kransslagadervernauwing.

    Wanneer wordt een bypass operatie uitgevoerd?

    Kransslagadervernauwing kan ook behandeld worden door medicijnen of een dotterbehandeling. Echter wanneer een vernauwing in meerdere kransslagaders voorkomt en/of op centrale cruciale plekken aanwezig is en/of een dotterbehandeling technisch niet haalbaar is dan wordt gekozen voor een bypass operatie/CABG. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de langetermijnsresultaten in deze gevallen beter zijn.

    Waar wordt de bypass van gemaakt?

    U hebt in uw lichaam een aantal bloedvaten die u kunt missen. De chirurg gebruikt bij voorkeur één of meerdere van de inwendige borstslagaders omdat deze de beste resultaten geven. In vele gevallen zal de chirurg ook gebruik maken van of een slagader uit de arm en/of van de aders uit een of uit beide benen. Hij maakt de (slag)ader los en hecht deze dan achter de vernauwing op de kransslagader. In het geval van een ader zal een kant ook nog vastgemaakt dienen te worden op de aorta (de grote lichaamsslagader). Hoe meer vernauwingen er zijn hoe meer bypasses er nodig zijn.

    Hoe wordt een bypass operatie uitgevoerd?

    Er zijn twee operatiemethodes om (slag)aders bij kransslagadervernauwing om te leiden:

    • CABG: tijdens deze bypass operatie wordt de hart-longmachine gebruikt. De hart-longmachine neemt tijdelijk de functie van het hart en de longen over tijdens de operatie zodat het hart veilig kan worden stilgezet.
    • OPCAB (kloppend hart): de bypass operatie vindt plaats terwijl het hart doorklopt. Het deel van het hart waar de chirurg de omleiding aanlegt, wordt met behulp van een speciaal apparaat (octopus genaamd) stilgelegd. Uw chirurg kan u meer uitleg geven over welke methode toegepast zal gaan worden.

     

     

    Lees meer

  • Patiënteninformatie

    Lees meer in het informatieblad

    Wat is een elektrische cardioversie (ECV)?

    Bij een ECV probeert de arts een te snel of onregelmatig hartritme te veranderen in een normaal hartritme. Dit doet hij door u maximaal 3 elektrische schokken te geven. U krijgt hiervoor sedatie. Door dit slaapmiddel merkt u niets van de schokken. 

    Waarom een elektrische cardioversie?

    U krijgt een ECV als u lange tijd last heeft van een onregelmatige hartslag. Dit heet ook wel atriumfibrilleren of boezemfibrilleren. Vaak heeft u dan ook last van hartkloppingen, voelt u zich duizelig en kunt u moeilijk ademen.

    In de patiëntenfolder Elektrische cardioversie leest u meer over de voorbereiding, de behandeling, risico's en complicaties 

     

    Lees meer

  • Patiënteninformatie

    Wilt u meer weten? Lees dan de folder: 

    Wat is een hartkatheterisatie

    Een hartkatheterisatie is een onderzoek naar de bloedvaten van uw hart. Deze bloedvaten heten ook wel kransslagaders. Via deze slagaders stroomt zuurstofrijk bloed naar de hartspier.

    De arts kijkt tijdens het onderzoek of er een vernauwing zit in de kransslagaders. Door een vernauwing stroomt het bloed minder goed.

    Een hartkatheterisatie is bijvoorbeeld nodig bij een hartinfarct of bij pijn op de borst (ook wel angina pectoris genoemd).

    Wat is een dotterbehandeling?

    Een dotterbehandeling is een manier om een vernauwing in de kransslagaders te verhelpen. 

    Soms ziet de arts tijdens de hartkatheterisatie dat een dotterbehandeling nodig is. De arts bespreekt dit met u. Als het kan, voert de arts de behandeling direct uit.

    Meer informatie

    Wilt u alle informatie rustig nalezen? Dat kan in de folder:

     

     

     

    Lees meer

  • In uw hart zitten vier hartkleppen: de aortaklep, pulmonalisklep, mitralisklep en tricuspidalisklep. Deze hartkleppen zorgen er door te openen of te sluiten voor dat het bloed in uw lichaam in de juiste richting blijft stromen. Door een hartklepaandoening kan er schade aan het hart ontstaan. Uw hart raakt overbelast en u kunt last krijgen van kortademigheid, pijn op de borst, onregelmatige hartslag, vermoeidheid en duizeligheid bij een inspanning. Er kan sprake zijn een lekkende hartklep (insufficientie), vernauwde hartklep (stenose) of een combinatie van beide. Indien deze aandoening leidt tot klachten of gevolgen heeft voor functioneren van uw hart dan kan een hartklepoperatie noodzakelijk zijn. 

    Wat is een hartklepoperatie?
    Bij een hartklepoperatie beoordeelt de hartchirurg eerst of het mogelijk is om uw hartklep(pen) te repareren. Een reparatie gebeurt met behulp van hartklepplastiek en is vooral bij de mitralisklep en tricuspidalisklep vaak mogelijk. Maar ook de aortaklep kan gerepareerd worden.

    Hartklepvervanging
    Als een hartklepplastiek niet mogelijk is, wordt de beschadigde hartklep vervangen door een prothese. Er zijn twee soorten prothesen: mechanische- en biologische kunstkleppen.

    Mechanische kunstkleppen: de mechanische kunstkleppen zijn gemaakt van duurzaam materiaal zoals kunststof of koolstof en metaal. Ze slijten nauwelijks en gaan in principe levenslang mee. Sommige van deze kleppen zijn duidelijk hoorbaar, andere maken weinig geluid. Wie een mechanische klep krijgt, moet daarna altijd een antistollingsmiddel (bloedverdunner) blijven slikken. Het gebruik van bloedverdunners is belangrijk omdat anders bloedcellen aan de kunstklep kunnen vastkleven en een bloedstolsel op de klep kan ontstaan. Als er een bloedstolsel op de nieuwe klep ontstaat kan de klep niet meer goed openen en sluiten. Er wordt dan bij u regelmatig bloedgeprikt bij de Trombosedienst om te controleren of het bloed niet te dik is. De medewerkers van de Trombosedienst zorgen er voor dat u weet hoeveel tabletjes u dagelijks moet slikken tot de volgende controle. In sommige gevallen is het ook mogelijk uw bloed zelf te controleren met behulp van een vingerprik. U kunt hiervoor informatie opvragen bij de Trombosedienst

     

    Biologische kunstkleppen: de biologische kunstkleppen (of bioprothesen) zijn gemaakt van speciaal bewerkt weefsel van dieren (varkens of runderen) of het zijn donorkleppen van mensen. Menselijke kleppen zijn niet beter dan dierlijke. De biologische kleppen hebben als voordeel dat ze geluidloos zijn en dat u er geen antistollingsmiddel bij hoeft te gebruiken. Het belangrijkste nadeel is dat ze kunnen slijten en soms weer vervangen moeten worden. Bij jongere mensen kan een biologische klep in de loop der jaren ook gaan verkalken en daardoor vernauwd raken. Bij mensen boven de 65 jaar gebeurt dit veel minder en is de levensduur van de kleppen aanvaardbaar. Daarom krijgen mensen van 65 jaar en ouder, die in het  MUMC een hartoperatie ondergaan, meestal een biologische klep. Uw chirurg zal met u bespreken wat voor u de beste klep is. Deze keuze is onder andere afhankelijk van uw leefstijl, toestand van uw hart, eventuele bijkomende ziekten en uw persoonlijke voorkeur.

     

    Hoe gaat de behandeling zijn werk?

    Het hart kan voor een hartklepoperatie op een aantal manieren benaderd worden. Meestal zal de chirurg het borstbeen openen (sternotomie) zodat het hart vrij komt te liggen. In sommige gevallen kan het hart ook benaderd worden via een kleinere sternotomie (minimaal invasieve aortaklepvervanging) of via de ribbenkast (minimal invasieve mitralisklepchirurgie). De hartklepoperatie duurt gemiddeld twee-zes uur, afhankelijk van de soort ingreep. Tijdens de operatie neemt de hart-longmachine de pompfunctie van het hart en de zuurstofvoorziening van het bloed over. Hierdoor kan de hartchirurg de operatie aan een onbeweeglijk hart uitvoeren.

    In het geval van een aortaklepoperatie kan een klassieke operatie te risicovol worden geacht en een nieuwe hartklep via de lies of via de punt van het hart worden ingebracht. Dit heet een TAVI procedure. TAVI staat voor Transcatheter Aortic Valve Implantation en houdt in dat:

    • via een katheter (transcatheter)
    • een nieuwe aortaklep (Aortic Valve)
    • wordt geïmplanteerd (Implantation)

     

    Lees meer

  • Patiënteninformatie: 

    Lees meer in de volgende bladen of hieronder op de pagina. 

    Algemene informatie over een hartoperatie in het MUMC+

    Bekijk bovenstaande film "met een gerust hart".  De meest voorkomende operatie in het MUMC+ is een bypassoperatie ook wel genoemd CABG.

    De chirurg die u opereert wordt meestal hartchirurg genoemd, maar is officieel een “cardiothoracaal chirurg”, omdat hij/zij naast het hart ook operaties uitvoert aan andere organen in de borstkas. Binnen de afdeling cardiothoracale chirurgie worden artsen opgeleid tot cardiothoracaal chirurg en dus kan het zijn dat u geopereerd wordt door een chirurg in opleiding. Deze operatie wordt altijd uitgevoerd onder begeleiding van een cardiothoracaal chirurg. Wij verzoeken u alles thuis rustig door te lezen. Als u nog vragen hebt, schrijf deze dan op. Tijdens uw polikliniek bezoek of tijdens uw opname kunt u deze vragen aan de verpleegkundige of de arts stellen.

    Ontwikkelingen binnen de hartchirurgie volgen elkaar snel op. Nieuwe behandelingsmethoden worden geregeld geïntroduceerd. De informatie op deze website geeft u slechts een indruk van de situatie zoals hij nu is. Vanzelfsprekend zullen nieuwe ontwikkelingen in een gesprek met u worden doorgenomen. In dit schrijven hebben wij de ideale situatie rondom de operatie geschetst. Door omstandigheden kunnen echter altijd dingen bij u anders verlopen. Het kan bijvoorbeeld altijd mogelijk zijn dat u langer verblijft op de Intensive Care, Medium care of op de verpleegafdeling.

    De behandeling wordt altijd aangepast aan de situatie van de individuele patiënt. Nieuwe technieken maken het tegenwoordig mogelijk om operaties te kunnen doen die jaren geleden nog onmogelijk waren of teveel risico’s met zich meebrachten. Hoe zorgvuldig uw cardioloog en hartchirurg de risico’s ook hebben afgewogen voordat zij u voor een hartoperatie voorstelden, elke hartoperatie geeft kans op complicaties. Het is dan ook zeer belangrijk dat aan u duidelijke informatie is verstrekt zodat u en uw familie een weloverwogen beslissing kunnen nemen. Nogmaals, stel gerust al uw vragen. Voor meer informatie bekijk de informatiefilm "met een gerust hart".

    Alle medewerkers van de afdeling cardiothoracale chirurgie wensen u een spoedig herstel toe.

    Informatie over uw opname en de dag van de operatie

    Op de dag van de opname en de dag van de operatie vinden onderstaande activiteiten plaats om u te informeren en voor te bereiden op de operatie:

    • U wordt meestal opgenomen op afdeling D4
    • U krijgt een opnamegesprek met een verpleegkundige.
    • U krijgt een gesprek met een arts van de cardiothoracale chirurgie. Deze vult samen met u een medische vragenlijst in en doet een lichamelijk onderzoek.
    • Er wordt bloed bij u afgenomen. Dit is om te kijken of er geen afwijkend bloedwaarden zijn die wijzen op bijvoorbeeld in een infectie.
    • Er wordt een 2de keer bloed geprikt om te bepalen wat uw bloedgroep is. 
    • U gaat (onder begeleiding) naar de röntgenafdeling om een longfoto te laten maken.
    • De fysiotherapeut komt bij u langs. U  krijgt instructies over ademhalingsoefeningen en het zogenaamde "ophoesten". Verder krijgt u een Triflow apparaatje. Dit is een hulpmiddel om de longen goed te laten ontplooien. De fysiotherapeut geeft u ook informatie over het revalidatieproces na de operatie.
    • De anesthesist geeft u uitleg over de narcose tijdens de operatie en de slaapmedicatie die u van de verpleegkundige de nacht voor de operatie zult krijgen.
    • De hartchirurg, of de assistent chirurg die betrokken is bij uw operatie, geeft u uitleg over de aard van de operatie, de duur en het tijdstip van de operatie. Als u nog specifieke vragen over de operatie hebt, is dit de gelegenheid om deze te stellen.
    • Bent u op de pré-operatieve poli bent geweest, dan krijgt u bovenstaande informatie op de polikliniek.   

     

    Lees meer

  • Patiënteninformatie

    Lees meer in de volgende bladen:

    Wat is een ICD?

    Een ICD is een apparaatje dat onder de huid wordt geplaatst.
    Het doel van een ICD is om een levensbedreigende hartritmestoornis te beëindigen via een elektrode of lead. Een elektrode of lead is een draad waar stroom doorheen gaat. 
    Een ICD beschermt u tegen een plotseling overlijden aan een levensbedreigende hartritmestoornis. Deze hartritmestoornis komt uit de hartkamers.

    Waarom krijgt u een ICD?

    Als u een grotere kans heeft op een levensbedreigende hartritmestoornis of eerder een levensbedreigende hartritmestoornis heeft gehad, krijgt u  een ICD.

    Een levensbedreigende hartritmestoornis is een  kamerritmestoornis. Dit betekent dat de hartkamers zeer snel en ongecoördineerd samentrekken. Hierdoor wordt er nauwelijks nog bloed rondgepompt. Dit noemen we ook ventrikel tachycardie en ventrikel fibrilleren. 
    Als deze hartritmestoornis niet behandeld wordt, kan het tot de dood leiden.

    Een ICD bewaakt constant uw hartritme en kan het hartritme corrigerenWaardoor de levensbedreigende ritmestoornis wordt beëindigd. 
    Wanneer dit niet lukt geeft de ICD een elektrische schok waardoor het hart weer een normaal ritme krijgt. 
    Een ICD kan meestal ook als pacemaker werken. Dit betekent dat de ICD ingrijpt als het hartritme te traag is. 
    Er zijn verschillende soorten ICD’s. Uw cardioloog bepaalt samen met u welke ICD  het meest geschikt voor u is.

    Welke soorten ICD's zijn er? 

    • Transveneuze (via de ader) ICD;  Een transveneuze ICD is een ICD die meestal geïmplanteerd wordt in het linkerschoudergebied, enkele centimeters lager dan het sleutelbeen. Met gebruikmaking van röntgenbeeldvorming word(t)(en) de electrode(n) via een ader naar het hart geleid en bevestigd in de hartwand. Afhankelijk van uw hartaandoening worden één, twee of 3 drie electrode(n) in het hart geplaatst.
    • Eén kamer ICD: Deze transveneuze ICD heeft één elektrode en deze bevindt zich in de rechter hartkamer. De elektrode kan daar het hartritme zien en zo nodig prikkelen en kan dus zo ook functioneren als pacemaker. Tevens is deze elektrode ook de schokelektrode die de schok afgeeft bij kamerfibrillatie.
    • Twee kamer ICD: Deze transveneuze ICD heeft twee elektroden. Eén elektrode in de rechter boezem en één elektrode, zoals de 1 kamer ICD, in de rechter hartkamer. Deze beide elektroden kunnen het hartritme zien en zo nodig prikkelen en dus ook functioneren als pacemaker.
    • CRT-D: Deze transveneuze ICD heeft drie elektroden. Eén elektrode in de rechter boezem, één in de rechter kamer (is tevens ook de schokelektrode) en één op de linker kamer. Bij een gezond hart trekken de linker- en de rechterhartkamer tegelijkertijd samen. In bepaalde situaties is dit niet meer zo. De elektroden in linker en rechter hartkamer zorgen ervoor dat de twee kamers weer gelijktijdig (synchroon) samentrekken.
    • Subcutane ICD (S- ICD) : De subcutaan (onderhuids) implanteerbare cardioverter defibrillator. Dit is een ICD waarbij de ICD ongeveer 15 centimeter onder de oksel wordt geïmplanteerdEr wordt één elektrode geplaatst. Deze elektrode wordt onder de huid, onder de linker borst door, langs het borstbeen omhoog geschoven. Deze elektrode wordt dus niet in het hart gelegd en wordt ook niet in een bloedvat gelegd. Deze ICD kan nog niet functioneren als pacemaker en kan hierdoor ook nog niet met kleine prikkels het hartritme herstellen. De S- ICD elektrode ligt onder de huid rond het hart en is enkel een schokelektrode. Deze ICD wordt geplaatst onder anesthesie.

    Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met: 

    • Polikliniek Hart+Vaat Centrum 
       ICD verpleegkundigen 
      Telefoon: 043-3872727 
      E-mail: pm.icdverpleegkundige.hvc@mumc.nl
      (vermeld bij een e-mail altijd uw naam en geboortedatum)

     

     

     

    Lees meer

  • Mitraalklep-reparatie

    Bij een defecte mitraalklep zal  er eerst gekeken worden naar de mogelijkheid om deze te repareren. Het voordeel  hiervan is dat u uw eigen hartklep behoud, er dient wel gezegd te worden dat het repareren van de mitraalklep niet altijd lukt. Tijdens de operatie zal de arts dit beoordelen. Ons centrum biedt verschillende reparatietechnieken door zeer ervaren operatieteam.

    Onder de reparatie valt onder andere:

    • Het losmaken van aan elkaar vergroeide klepbladen
    • Het verwijderen van een afwijkend stukje klep
    • Het kleiner maken van de klepring doormiddel van een kunstring
    • Plaatsen van nieuwe chordae ter vervanging van geruptureerde chordae

    Mitraalklep-vervanging

    In bepaalde gevallen kan uw arts een operatie aanbevelen om de klep te vervangen.  Indien uw hele klep vervangen moet worden zijn er twee verschillende mogelijkheden: de mechanische kunstklep of de biologische kunstklep (zie ook hartklepoperatie). Voor welke soort klep gekozen wordt, wordt altijd goed overwogen en met u besproken.

    De operatie

    Afhankelijk van de oorzaak, ernst en symptomen van de lekkende hartklep kan uw arts aanbevelen om de mitraalklep operatief via een openhartoperatie of via minimaal invasieve operatie te repareren of te vervangen.

    Lees meer

  • Wat is een mitraclip?

    Uw hart bestaat uit twee kamers en twee boezems die worden gescheiden door een hartklep. De rechterboezem wordt door de tricuspidalisklep gescheiden van de rechterkamer. De linkerboezem wordt door de mitralisklep gescheiden van de linkerkamer. Beide kleppen zorgen ervoor dat tijdens het samenknijpen van het hart het bloed in de goede richting stroomt. Als de mitralisklep niet helemaal goed sluit, stroomt er bloed terug in omgekeerde richting naar de linkerboezem. Dit noemen we mitralisklepinsufficiëntie. Een mitraclip is een soort nietje dat onze hartspecialisten gebruiken om lekkage van de mitralisklep te verhelpen. Dit wordt toegepast wanneer een hartoperatie te risicovol is, vanwege een slechte lichamelijke conditie. Bij deze behandeling wordt er een klipje op uw aangedane mitraalklep geplaatst zodat deze weer beter kan gaan functioneren.

    Deze behandeling vind plaats op de hartcatheterisatiekamer, hier zal de cardioloog een ader in uw lies aanprikken en een katheter met het clipje door de ader heen naar uw hart schuiven. Het clipje is een metalen nietje met een zachte bekleding van kunststof. Het clipje wordt door het boezemtussenschot naar de klep gebracht. Met behulp van een echo via de slokdarm wordt gekeken of het clipje op de juiste plek zit. Als het zeker is dat het clipje goed zit, wordt het vastgezet op de hartklep. Het clipje houdt nu de lekkende klepdelen bij elkaar, zodat er geen of slechts een klein beetje lekkage is in plaats van ernstige lekkage. De behandeling duurt ongeveer drie uur en gebeurd onder volledige narcose.

    Na de ingreep gaat u ter observatie naar de Intensive Care afdeling of hartbewaking. Tijdens uw verblijf op deze afdeling krijgt u een intensieve verzorging en bewaking.  Zo gauw als uw conditie het toelaat zal u naar de verpleegafdeling worden overgeplaatst, hier zal ook gestart worden met revalideren.  Voor meer informatie over de opname en de zorg op de afdelingen, verwijzen wij u naar de informatiefolder; hartchirurgie in het azM.  Tijdens uw verblijf zal er ook een nieuwe echo van het hart worden gemaakt om de functie van uw hart en van de mitraalklep te controleren.

    Het is niet altijd zo dat het plaatsen van een clip goed lukt. Het kan zijn dat door de clip de klep erg nauw geworden is, zodat we de clip niet definitief kunnen plaatsen. De clip kan dan alsnog verwijderd worden. Het succespercentage in meerdere onderzoeken ligt ongeveer op 75%, waarmee we een belangrijke lek hebben teruggebracht naar een gering lek. Overigens kan er ook nog na een hartoperatie een lek blijven bestaan. Meestal blijft er dus een kleine lek bestaan, maar hiermee zijn wel de klachten stukken minder geworden.

    U mag tot tenminste 30 dagen na de ingreep geen inspannende activiteiten verrichten. Het is ook heel belangrijk dat u de instructies van uw arts met betrekking tot medicijnen die u moet nemen nauwkeurig opvolgt. Uw arts kan na de behandeling ook een bloedverdunner voorschrijven. De meeste patienten bij wie een mitraalklep clipping wordt toegepast, hebben na de ingreep thuis geen special hulp nodig, behalve eventuele noodzakelijke zorgen welke niet gerelateerd zijn aan de behandeling.

    Complicaties

    De mogelijke complicaties bij mitraalklep clipping zijn;

    • Bloeduitstorting of een bloeding in de lies
    • Boezemfibrilleren, dit komt omdat de ingreep in de boezems van het hart plaatsvindt, hierdoor kunnen deze geprikkeld worden en kan het hartritme onregelmatig worden.
    • Vorming van een bloedstolsel waardoor een beroerte (CVA) of een trombosebeen kan ontstaan.
    • Spoedoperatie, dit kan nodig zijn bij een medisch of technisch probleem, de kans hierop is echter zeer klein

     

     

     

    Extra onderzoeken die nodig kunnen zijn voor een ingreep aan de mitraalklep

    Er kan een slokdarmecho van uw hart gemaakt worden, hierbij zal u een flexibele slang van ongeveer 1 cm moeten inslikken waardoor het echoapparaat veel dichter bij uw hart komt. Op deze manier kan men de mitraalklep goed in beeld brengen en is het mogelijk om 3D opnames van uw mitraalklep te maken. Door deze beelden kan de cardioloog goed zien wat er nu precies met uw mitraalklep aan de hand is. Tijdens de echo zal uw keel  lokaal doormiddel van een spray verdoofd worden. In sommige gevallen kan het ook onder algehele narcose.

    Indien een operatie of clip moet plaatsvinden, willen we graag weten hoe de kransslagvaten rondom uw hart eruit zien. Het kan zijn dat u nog een hartcatheterisatie krijgt of dat men uw kransslagvaten doormiddel van een CT-scan onderzoekt.

    Mocht er sprake zijn van belangrijke vernauwingen dan zal er bij een operatie aan de klep ook een bypass operatie plaatsvinden, omdat de chirurg toch al in het gebied aanwezig is. Bij een clip kan er gekozen worden om eerst een Dotter procedure te doen voordat de clip wordt geplaatst. Dit gebeurt niet op hetzelfde moment.

    Lees meer

  • Patiënteninformatie

    Lees meer in het volgende bladen:

    Wat is een pacemaker?

    Een pacemaker is een elektronisch apparaat dat in het lichaam wordt gebracht. De pacemaker bevat een chip en een batterij die gemiddeld 6 tot 8 jaar meegaat. Uit het apparaatje komen in de meeste gevallen elektrodedraden die via de bloedvaten naar het hart lopen. Een pacemaker  zorgt ervoor dat het hart op een goede, en voldoende snelle manier  pompt. 

     


     

    Waarom krijgt u een pacemaker?


    Als uw hart te traag of verkeerd pompt, zorgt de pacemaker ervoor dat uw hart op een goede en voldoende snelle manier pompt. Dit doet de pacemaker door een impuls of stimulatie te geven als het nodig is.
    Er zijn verschillende soorten pacemakers die voor verschillende doelen gebruikt worden. Het soort dat u krijgt hangt af van waar het probleem zit in het hart. Dit bepaalt ook het aantal elektrodedraden dat nodig is.

    Verdere informatie over de voorbereiding, opname, operatie en controles leest u het patiëntinformatieblad: 

     

    Lees meer

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.