• De meest voorkomende hartoperatie in het MUMC+ is een bypassoperatie of CABG

    Wat is een bypassoperatie/CABG?

    Een bypass- of omleidingsoperatie is een hartoperatie aan uw kransslagaderen waarbij er een omleiding wordt gemaakt. In de medische wetenschap noemt men deze operatie een ‘Coronary Artery Bypass Grafting’ (CABG). Tijdens de operatie plaatst de hartchirurg een stukje ader of slagader voorbij één of meerdere vernauwingen in uw kransslagader. Zo stroomt het bloed via een alternatieve route. Door deze bypass operatie heeft u geen last meer van de kransslagadervernauwing.

    Wanneer wordt een bypass operatie uitgevoerd?

    Kransslagadervernauwing kan ook behandeld worden door medicijnen of een dotterbehandeling. Echter wanneer een vernauwing in meerdere kransslagaders voorkomt en/of op centrale cruciale plekken aanwezig is en/of een dotterbehandeling technisch niet haalbaar is dan wordt gekozen voor een bypass operatie/CABG. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de langetermijnsresultaten in deze gevallen beter zijn.

    Waar wordt de bypass van gemaakt?

    U hebt in uw lichaam een aantal bloedvaten die u kunt missen. De chirurg gebruikt bij voorkeur één of meerdere van de inwendige borstslagaders omdat deze de beste resultaten geven. In vele gevallen zal de chirurg ook gebruik maken van of een slagader uit de arm en/of van de aders uit een of uit beide benen. Hij maakt de (slag)ader los en hecht deze dan achter de vernauwing op de kransslagader. In het geval van een ader zal een kant ook nog vastgemaakt dienen te worden op de aorta (de grote lichaamsslagader). Hoe meer vernauwingen er zijn hoe meer bypasses er nodig zijn.

    Hoe wordt een bypass operatie uitgevoerd?

    Er zijn twee operatiemethodes om (slag)aders bij kransslagadervernauwing om te leiden:

    • CABG: tijdens deze bypass operatie wordt de hart-longmachine gebruikt. De hart-longmachine neemt tijdelijk de functie van het hart en de longen over tijdens de operatie zodat het hart veilig kan worden stilgezet.
    • OPCAB (kloppend hart): de bypass operatie vindt plaats terwijl het hart doorklopt. Het deel van het hart waar de chirurg de omleiding aanlegt, wordt met behulp van een speciaal apparaat (octopus genaamd) stilgelegd. Uw chirurg kan u meer uitleg geven over welke methode toegepast zal gaan worden.

     

     

    Lees meer

  • Patiënteninformatie

    Wilt u meer weten? Lees dan de folder: 

    Wat is een hartkatheterisatie

    Een hartkatheterisatie is een onderzoek naar de bloedvaten van uw hart. Deze bloedvaten heten ook wel kransslagaders. Via deze slagaders stroomt zuurstofrijk bloed naar de hartspier.

    De arts kijkt tijdens het onderzoek of er een vernauwing zit in de kransslagaders. Door een vernauwing stroomt het bloed minder goed.

    Een hartkatheterisatie is bijvoorbeeld nodig bij een hartinfarct of bij pijn op de borst (ook wel angina pectoris genoemd).

    Wat is een dotterbehandeling?

    Een dotterbehandeling is een manier om een vernauwing in de kransslagaders te verhelpen. 

    Soms ziet de arts tijdens de hartkatheterisatie dat een dotterbehandeling nodig is. De arts bespreekt dit met u. Als het kan, voert de arts de behandeling direct uit.

    Meer informatie

    Wilt u alle informatie rustig nalezen? Dat kan in de folder:

     

     

     

    Lees meer

  • Patiënteninformatie

    Wilt u meer weten? Lees dan de folder: 

    De meest voorkomende hartoperatie in het Hart+Vaat Centrum/MUMC+ is een bypassoperatie.

    Uitleg over wat is een bypassoperatie

     

    Wanneer is een bypassoperatie nodig?

    Een bypassoperatie is nodig als:

    • er meerdere vernauwingen zijn in de kransslagaders,
    • de vernauwingen op belangrijke plaatsen zitten,
    • een dotterbehandeling niet mogelijk is.

    Soms kunnen klachten ook behandeld worden met medicijnen of een dotterbehandeling. Uw arts bespreekt met u welke behandeling het beste past.

    Waar wordt de bypass van gemaakt?

    De chirurg gebruikt bloedvaten uit uw eigen lichaam. Vaak gaat het om:

    • de borstslagader,
    • een slagader uit de arm, of
    • een ader uit het been.

    Deze bloedvaten worden gebruikt om een omleiding te maken voorbij de vernauwing. Soms zijn meerdere omleidingen nodig.

    Welke soorten bypassoperaties zijn er?

    CABG (Coronary Artery Bypass Grafting)
    Dit is de klassieke bypassoperatie. De borstkas wordt geopend via het borstbeen. Het hart wordt tijdelijk stilgezet en een hart-longmachine neemt de functie van hart en longen over.

    OPCAB (Off-Pump Coronary Artery Bypass)
    Dit is een bypassoperatie op een kloppend hart. De borstkas wordt geopend via het borstbeen, maar het hart wordt niet stilgezet en er wordt geen hart-longmachine gebruikt.

    MIDCAB (Minimally Invasive Direct Coronary Artery Bypass)
    Dit is een minimaal invasieve bypassoperatie. De operatie gebeurt via een kleinere snede aan de zijkant van de borstkas. Het hart blijft kloppen en er wordt geen hart-longmachine gebruikt. Deze methode is minder ingrijpend en het herstel kan sneller zijn.

    Uw chirurg bespreekt met u welke methode in uw situatie wordt gebruikt.

    Bypassoperaties

     

    Mogelijke risico’s en complicaties

    Een bypassoperatie is een grote operatie. Mogelijke risico’s zijn:

    • bloeding;
    • infectie van de wond;
    • hartritmestoornissen;
    • pijn of gevoeligheid van het borstbeen;
    • vocht in de longen;
    • zelden: beroerte of hartinfarct.

    Uw arts bespreekt deze risico’s vooraf met u.

    Onderzoeken voor de operatie

    Voor de operatie krijgt u vaak één of meerdere onderzoeken, zoals:

    Opname en voorbereiding

    Voor uw opname krijgt u uitleg over hoe u zich kunt voorbereiden op de operatie. 

    Eet energie- en eiwit verrijkte voeding

    Met energie- en eiwit verrijkte voeding kunt u uw lichamelijke conditie voor de operatie verbeteren. Hierdoor voelt u zich beter en kunt u de kans op complicaties tijdens en na de operatie verkleinen. U doet dit  door bijvoorbeeld kleinere tussenmaaltijden te eten en wat vettere producten. Omdat deze meer energie leveren. Voorbeelden hiervan zijn volle melk en melkproducten, 48+-kaas, roomboter maar ook producten als noten of zalm.

    Wat neemt u mee?
    • Een actueel overzicht van uw medicijnen
    • Uw medicijnen in de originele verpakking
    • Uw CPAP-apparaat (als u dit gebruikt)
    • Iets om te doen, zoals een boek, tijdschrift, telefoon of tablet
       

    Na de operatie (Intensive Care)


    Na de operatie gaat u eerst naar de Intensive Care (IC). U heeft daar maar weinig spullen nodig:

    • 1 set ondergoed en een pyjama
    • stevige schoenen of pantoffels
    • toiletartikelen
    • bril, gehoorapparaat en/of gebitsprothese
      (neem ook een etui, bakje, oplader of batterijen mee)

    Terug op de verpleegafdeling (ongeveer na 4 dagen)
    Uw familie kan deze spullen later voor u meenemen:

    • extra ondergoed en pyjama’s.
    • een kamerjas (optioneel),
    • stevige schoenen of pantoffels,
    • makkelijke, ruime kleding (geen strakke kleding),
    • BH (voor dames) met voorsluiting en zonder beugel.

    Kunt u geen spullen laten brengen? Dan kunt u gebruikmaken van een kluisje op de afdeling. Wij adviseren u voorzichtig te zijn met het meenemen van waardevolle spullen, zoals een smartphone, laptop, sieraden en geld. U krijgt een nachtkastje, maar dit is niet afsluitbaar. Het ziekenhuis is niet verantwoordelijk voor het zoekraken van uw eigendommen.

    Weer naar huis: wat moet u regelen?

    • Zorg voor opvang en ondersteuning vanuit uw directe omgeving.
    • Eventueel hulp bij het aan- en uittrekken van steunkousen (gedurende 6 weken, ’s ochtends en ’s avonds).
    • Woont u alleen? Zorg dat iemand regelmatig naar u omkijkt.
    • U heeft mogelijk hulp nodig bij het doen van boodschappen.
    • Verwacht u problemen wanneer u weer naar huis gaat? Of merkt u dat u na ontslag niet naar huis kunt? Geef dit dan op tijd door aan de verpleging.
    • Meestal is thuiszorg of revalidatie niet nodig. Is dit toch nodig? Dan regelen we dit tijdens uw opname.
    • Huishoudelijke hulp regelt u zelf vooraf via de WMO.

    Tijdens uw opname

    Tijdens uw opname is het belangrijk dat u aangeeft wanneer u pijn heeft. Zo kunnen we de behandeling zo nodig aanpassen. We zorgen er dan voor dat u zo min mogelijk pijn ervaart. Wij vragen u ook meerdere keren per dag naar uw pijn.

    Route van opname: vóór en na de operatie

    Dag voor de operatie (dag -1)

    Op de dag van opname kunt u het volgende verwachten:

    • Een opnamegesprek met de verpleegkundige en de zaalarts
    • Een gesprek met de fysiotherapeut
    • Bloedonderzoek
    • Wegen (om eventuele gewichtstoename na de operatie goed te kunnen volgen)
    • Meten van onder andere uw bloeddruk

    Als u nog niet op de polikliniek bent geweest, vindt er ook een gesprek plaats met de anesthesioloog. Daarnaast worden er nog een ECG (hartfilmpje) en een X-thorax (longfoto) gemaakt.


    Dag van de operatie (dag 0)
    • De verpleegkundige maakt u op tijd wakker. Dit hangt af van het tijdstip van uw operatie.
    • Na de operatie belt de chirurg uw eerste contactpersoon om te vertellen hoe de operatie is verlopen.
    • Na de operatie gaat u naar de intensive care (IC), waar u meestal één dag blijft.
    • Bezoek op de intensive care is mogelijk in overleg met de verpleegkundige.
    Dag na de operatie (dag 1)
    • De dag na de operatie wordt op de intensive care beoordeeld of u voldoende hersteld bent om te worden overgeplaatst naar de verpleegafdeling (D4).
    • Als u nog niet klaar bent voor overplaatsing, blijft u langer op de intensive care.
    • U kunt ook langer op de intensive care blijven als er op de verpleegafdeling geen bed beschikbaar is.
    • Bij overplaatsing naar een andere afdeling wordt uw contactpersoon hiervan op de hoogte gebracht.
    De daaropvolgende dagen
    • Uw hartslag wordt voortdurend in de gaten gehouden met een draagbaar kastje (telemetrie). Zolang u dit kastje draagt, mag u de afdeling niet verlaten.
    • De arts en verpleegkundige bekijken elke dag wanneer u naar huis kunt.
    • Op de derde dag na de operatie krijgt u meerdere onderzoeken. Op basis van de uitslagen en de gegevens van de telemetrie wordt bepaald wanneer u met ontslag naar huis kunt.
    • Bent u vanuit een ander ziekenhuis naar ons verwezen? Dan kunt u na de onderzoeken worden teruggebracht naar uw eigen ziekenhuis. U gaat dan per ambulance. Dit kan alleen als daar plaats is.
    • De overdracht van de ochtenddienst naar de avonddienst gebeurt aan uw bed. Uw contactpersoon mag hierbij aanwezig zijn.


    Weer thuis

    Conditie en vermoeidheid
    Door de operatie en opname is uw conditie verminderd. U bent sneller moe na inspanning en u kunt mogelijk last hebben van concentratieproblemen. Het herstel gaat in de eerste dagen tot weken vaak vrij snel. Volledig herstel kan echter enkele maanden duren. Dit verschilt per persoon en per ingreep. U herstelt sneller en beter als u onderstaande adviezen opvolgt. Bouw in de eerste weken activiteiten rustig op. Luister goed naar uw lichaam en neem voldoende rust.

    Heeft u een operatie via de ribben gehad?
    Het gevoel rondom de wond kan na de operatie anders zijn. U kunt een doof gevoel of een scherpe, stekende pijn hebben. Dit komt doordat kleine huidzenuwen tijdens de operatie beschadigd kunnen raken.
    U mag uw dagelijkse activiteiten meestal rustig weer oppakken. Luister goed naar uw lichaam.

    Wat mag u tijdelijk niet doen na de operatie?

    Wat mag u tijdelijk niet doen na de operatie?

     

    Wondzorg na de operatie

    De wond kan in het begin gevoelig zijn. Dit is normaal. De genezing duurt enkele weken.

    Geneest de wond goed? Dan is extra wondzorg niet nodig. Wij adviseren u om: 

    • elke dag te douchen;
    • de wond alleen met water te wassen, zonder zeep;
    • de wond voorzichtig droog te deppen, dus niet te wrijven;
    • de hechtingen na 10 tot 14 dagen na uw operatie te laten verwijderen door uw huisarts.

    Heeft u wel extra wondverzorging nodig? Dan regelen wij dit voordat u naar huis gaat.

    Wanneer neemt u meteen contact op?

    Neem contact op met de Eerste Hart Hulp van uw eigen ziekenhuis bij:

    • Roodheid, zwelling of warmte
    • Vocht of pus uit de wond
    • Toenemende pijn
    • Koorts

    Algemene adviezen

     

    Hartrevalidatie

    Hartrevalidatie is voor iedereen die een hartprobleem heeft gehad. Dit helpt u om uw conditie op te bouwen, veilig te bewegen en beter om te gaan met uw herstel en vermoeidheid. Ongeveer 3 weken na ontslag ontvangt u een uitnodiging voor de informatiebijeenkomst hartrevalidatie. De hartrevalidatie vindt plaats in uw eigen ziekenhuis. Meer informatie over deze bijeenkomst en over wat hartrevalidatie is in het MUMC+, vindt u op onze website bij hartrevalidatie. 

    Controle afspraak

    Ongeveer 6 weken na ontslag komt op controle op de poli. Hier krijgt ook het intakegesprek voor de hartrevalidatie. 

     

    Lees meer

  • Medicijnen zijn belangrijk voor uw behandeling en herstel. Ze helpen om klachten van ziektes te verminderen of te voorkomen. 

    Iedereen krijgt medicijnen die passen bij zijn of haar eigen situatie. 

    Wilt u meer weten? Kijk dan op de website van de MUMC+ apotheek . U kunt ook de online Medicatiewijzer  gebruiken. 

    Heeft u een vraag over uw medicijnen? Stel deze dan aan de online apotheker .

     

    Website Apotheek MUMC+

     

    Hieronder staan  een aantal medicijnen die uw arts of gespecialiseerd verpleegkundige kan voorschrijven voor de behandeling van hart- en vaatproblemen:

    • Middelen tegen ritmestoornissen zorgen ervoor dat het hartritme weer normaal wordt.
    • Vaatverwijders zorgen ervoor dat het bloed beter door de vaten naar het hart stroomt. Deze worden bijvoorbeeld gebruikt bij angina pectoris en hartfalen. Er zijn drie soorten vaatverwijders: nitraten, ACE-remmers en calciumantagonisten.
    • Bloedverdunners zorgen ervoor dat het bloed minder snel stolt. Er zijn twee typen bloedverdunners: antistollingsmiddelen (deels via de trombosedienst) en plaatjesremmers. Artsen schrijven plaatjesremmers voor bij angina pectoris of een hartinfarct en antistollingsmiddelen bij onder andere boezemfibrilleren en een mechanische kunsthartklep.
    • Cholesterolverlagers worden voorgeschreven aan hart- en vaatpatiënten met vernauwingen in de aders. Daarnaast worden deze ook voorgeschreven aan patiënten met een verhoogd risico op het krijgen van hart- en vaatziekten, bijvoorbeeld door roken, hoge bloeddruk, overgewicht, diabetes en verhoogd cholesterol.
    • Plastabletten hebben effect op de bloeddruk; door het verlies van overtollig vocht met de urine gaat de bloeddruk omlaag. Plastabletten worden onder andere voorgeschreven bij hoge bloeddruk of hartfalen.

    Bovenstaande middelen zijn slechts een kleine greep uit een heel assortiment aan medicatie ten behoeve van hart- en vaatziekten. 
    Uw arts bepaalt samen met u welke medicatie voor u noodzakelijk is.

    Lees meer

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.